Donderdag in de tiende week
      van het even jaar
Eerste lezing: 1 Koningen 18,41-46 [III 115];
Evangelie: Matteüs 5,20-26 [III 116]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als uw gerechtigheid
die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft,
zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders is gezegd:
Gij zult niet doden.
Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.
Maar Ik zeg u:
Al wie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht.
En wie tot zijn broeder zegt: raka,
zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin;
en wie zegt: dwaas,
zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.
Als gij uw gave komt brengen naar het altaar
en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft,
laat dan uw gave voor het altaar achter,
ga u eerst met uw broeder verzoenen
en kom dan terug om uw gave aan te bieden.
Haast u het eens te worden met uw tegenpartij,
zolang ge nog met hem onderweg zijt;
anders zou uw tegenpartij u
wel eens aan de rechter kunnen overleveren,
en de rechter u aan de gerechtsdienaar,
en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Ge zult daar niet uitkomen,
voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.”

Homilie  

“Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht, wie zegt dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel."
Zo'n strenge straf voor zoiets kleins? Niet voor het kleine op zichzelf, maar voor het kleine dat men laat uitgroeien tot het groot wordt, hetze, moord en doodslag, tot volkerenmoord, tot de hel op aarde. Dat kwaad straft zichzelf. In christelijke milieus circuleren Jodenmopjes over hun winstbejag, hun handelspraktijken, hun slimheid, zoals er bij de Nederlanders mopjes zijn over Belgen en over Duitsers, na de oorlog. Het lijkt heel onschuldig, maar het kan uitgroeien tot regelrechte discriminatie.

Vervolgens wordt er een formele haatcampagne georganiseerd, zodat de haatgevoelens of latente afkeer een publiek karakter krijgen. Iedereen wordt moreel verplicht eraan mee te doen. Als je er niet aan meedoet, of sterker nog, er tegenin gaat door de bedreigde groep in bescherming te nemen, verlies je je vrienden, relaties, kruiwagens in de handel, de politiek, de regering.

Ten slotte wordt de gediscrimineerde groep publiekelijk vervolgd, hun leven onmogelijk gemaakt, ze moeten het land ontvluchten. Voor zo'n groep wordt het op aarde een hel. Dan gebeurt er zoiets als wat de Nazi's met de Joden deden of nu de Palestijnen. Christenen hebben de Joden nooit willen vervolgen, dat hebben anderen gedaan, maar die anderen hebben wel gebruik gemaakt van gevoelens die door christenen werden gekoesterd, gecultiveerd. Waren die latente gevoelens er niet geweest, dan hadden de nazi's niets gehad om op in te spelen.

Jezus zegt: christenen mogen er geen anti-gevoelens op na houden, nooit en tegen niemand. Mensen zijn je broeders en zusters, ook niet-christenen. We zijn kinderen van dezelfde Vader, die zijn zon laat opgaan over slechten en goeden, en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (vgl. Mt 5,45). De Vader heeft vijanden, mensen die Hem vijandig gezind zijn, maar zelf is Hij nooit hun vijand. Daaraan zouden christenen te herkennen moeten zijn. Ze mogen vijanden hebben, zelf mogen ze nooit vijand zijn. Dat is het positieve argument voor dit gebod van Jezus: je mag je broeder niet haten en zelfs geen scheldwoord tegen hem gebruiken, want het hoort niet tot de geest van de familie. Maar er is ook een negatief argument: kijk waar het op uitloopt: op het vuur van de hel op aarde, als begin en teken van het vuur van de hel in de eeuwigheid: "Ik zeg u, gij zult daar niet uitkomen voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.” “Want onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel" (Jak 2,13).

Een ander voorbeeld van Jezus' strengheid tegenover de strengen: "In toorn ontstoken leverde de heer hem (de knecht die zijn mededienaar naar de keel vloog voor honderd denaries, honderd daglonen) over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. Zo zal ook uw hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt" (Mt 18,34-35). Jezus is streng voor de strengen, en barmhartig voor de barmhartigen.

Dat komt toch wel heel dicht bij wat Jezus in dit evangelie zegt: "Wie tot zijn broeder zegt 'dwaas', zal strafbaar zijn met het vuur van de hel”, en bij dat andere woord van Jezus in ons evangelie: “Haast u het eens te worden met uw tegenpartij (uw broeder die iets tegen u heeft), zolang ge nog met hem onderweg bent (naar het oordeel); anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en zoudt ge in de gevangenis worden geworpen. Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen, voordat ge tot de laatste penning hebt betaald." Nooit dus.

De hel is de negatieve tegenhanger van Jezus als de hemel, want Jezus is niet zomaar een licht, eventueel een groot licht, Hij is "het ware licht” (Joh 1,9); Hij is "de ware wijnstok" (Joh 15,1), de enige die de naam wijnstok verdient; Hij is de ware, “de goede herder" (Joh 10,11), de enige die deze naam verdient. Zoals de hemelse Vader de vader is waarvan alle aardse vormen van vaderschap zijn afgeleid. Dat betekent: als je Jezus niet aanhangt, als je je niet door Hem laat redden, is de eeuwige ondergang je deel. Jezus aanhangen is de hemel, Jezus afwijzen is de hel, een hel die hier op aarde al begint. Zoals ook de hemel hier op aarde al begint: de hemel in je hart.
Dat dreigen met de hel heeft niet de bedoeling je bang te maken, maar je wakker te schudden: let toch op waar het op uitloopt als je niet naar Mij wilt luisteren! Hij wil ons toch zo graag bij Zich in de hemel hebben!