Heilige Antonius van Padua, priester en kerkleraar
Eerste lezing: 1 Koningen 19,9a.11-16 [III 117];
Evangelie: Matteüs 5,27-32 [III 118]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:
Gij zult geen echtbreuk plegen.
Maar Ik zeg u:
Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren,
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
Indien uw rechteroog u aanstoot geeft,
ruk het uit en werp het van u weg;
want het is beter voor u, dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
En als uw rechterhand u aanstoot geeft,
hak ze af en werp ze van u weg,
want het is beter voor u, dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
Ook is er gezegd:
Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven.
Maar Ik zeg u:
Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht,
brengt haar ertoe echtbreekster te worden;
en wie een verstoten vrouw huwt, begaat echtbreuk.
Homilie
Elia is de moed kwijt, hij heeft behoefte aan een bemoedigend woord. Hij lijkt op een katholiek van onze dagen. Hij klaagt zijn nood in het gebed op de berg Horeb, dat is de berg van God, de berg waar God aan Mozes verschenen is: "De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood, - geen roepingen meer, er wordt niet meer gebeden, priesters trouwen - Alleen ik ben overgebleven en nu staan ze ook mij naar het leven" (1 Kon 19,10).
Nu gebeuren er twee dingen: 1. God deelt Zichzelf mee; en 2. God zendt uit tot apostolaat: een nieuwe koning voor Israël en een nieuwe profeet. God deelt Zichzelf mee. Dat is voor iedereen weggelegd, dat God Zich aan hem meedeelt, Zich laat ervaren, zijn tegenwoordigheid doet ondervinden. Niet in een hevige storm, die bergen kraakt en rotsen verbrijzelt, niet in een aardbeving, niet in de bliksem. Dat zijn allemaal machten van vernietiging. God kan ze in zijn dienst nemen, maar dat doet Hij niet, want Hij wil het leven, niet de dood. God verschijnt aan Elia in het suizen van een zachte bries. God komt niet met geweld. Hij doet ons geen geweld aan. Hij komt binnen langs de binnenkant, via ons diepe hart.
Zo dient Hij Zich aan in de eerste lezing, maar in het evangelie van vandaag horen we andere taal: het uitrukken van ogen, het afhakken van handen. Maar daar is het niet God die de mens deze vormen van geweld aandoet, het is de mens die zichzelf vrijwillig geweld aandoet onder de zachte aandrang van de heilige Geest die het hart van de mens van binnenuit beïnvloedt, als het suizen van een zachte bries.
Daar in het hart begint de zonde. En als de zonde zich door de begeerte eenmaal toegang heeft verschaft tot het hart van de mens, gaat het vanzelf over op de zintuigen, op oog en hand en voet. Dan is er geen houden meer aan, dat is het hellende vlak, dan komt van het een het ander. Het gaat dus om het hart. Maar het hart wordt gevoed door de zintuigen: het oog, de voet en de hand. Als je je zintuigen teveel permitteert, vervuilt je hart, en als je hart eenmaal is aangetast, de bron zelf is vervuild, dan is echtbreuk het gevolg, met de vrouw waarmee je bent gehuwd, met de God waarmee je in een heilig verbond bent verenigd.