Allerzuiverst Hart van Maria
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Jesaja 61,9-11
Evangelie: Lucas 2,41-52
Inleiding
Vandaag vieren we Maria's onbevlekte Hart. Het is zaterdag na de derde Vrijdag na Pinksteren, het feest van het Heilig Hart van Jezus. We vieren het hart van Maria, haar innerlijk, haar geweten. In het Oude Verbond wordt dat genoemd: de inwendige bron waar gevoelens en gedachten samenvloeien in de eenheid van de heilige Geest. 'Meditatio cordis.' 'De gedachten, het overwegen van mijn hart,' zoals we vandaag in het evangelie zullen horen: "Maria bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart. En een beetje eerder in ditzelfde hoofdstuk zegt Lucas over haar: Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf" (Lc 2,19). Ze bemediteerde ze.
Het merkwaardige is dat dit feest is ontstaan naar aanleiding van de verschijningen van Maria in Fatima, waar de moeder van God een grote bezorgdheid toont ten aanzien van de politieke verhoudingen in de wereld van die dagen. Dat blijkt ook elke keer als Maria wijst op het bidden van de rozenkrans, zoals bijvoorbeeld bij de Slag bij Lepanto in de zestiende eeuw. Heel dikwijls blijkt dat Maria vanuit de hemel de ontwikkelingen gadeslaat en begeleidt.
Bid, zegt Maria, doe boete voor de wereld, voor de politiek, voor de bekering van Rusland. En was het niet in een land vlak naast Rusland gelegen, in Polen, dat elke katholieke Kerk een beeld bevatte van Maria van Fatima, van het onbevlekt hart van Maria? En was het ook niet juist in dát land, waar de mensen zoveel gebeden hebben en zozeer zijn ingegaan op de oproep van Maria, dat in dát land de bevrijding van de Russische dictatuur is begonnen. Weer een oorlog, en wat voor één, een koude en hete oorlog, beslecht door Maria, tot een goed einde gebracht door Maria.
Belijden wij dan eerst onze eigen schuld, ons niet ter harte nemen van haar zorgelijke en zorgzame wenken, om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Ieder jaar reisden de ouders van Jezus
bij gelegenheid van het paasfeest naar Jeruzalem.
En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen
toen Hij twaalf jaar geworden was.
Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus,
terwijl zij terugkeerden,
in Jeruzalem achter,
zonder dat zijn ouders het wisten.
In de mening dat Hij Zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
Omdat zij Hem niet vonden,
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij temidden van de leraren zat,
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
Allen die Hem hoorden,
waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden.
Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem:
Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan?
Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.
Maar Hij antwoordde:
Wat hebt ge toch naar Mij gezocht?
Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?
Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
Hij ging met hen mee naar Nazareth
en was aan hen onderdanig.
Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.
Homilie
Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord," had Simeon aan het begin van Jezus' aardse leven tegen Maria gezegd (Lc 2,35). Dat gold voor het moederschap over Jezus. Maar doordat Maria met het moederschap over Jezus ook moeder geworden is over ons, zijn haar pijnen ook om ons geweest. Trouwens wat is Jezus zonder ons? Jezus is niet te begrijpen zonder de Vader, zonder zijn goddelijke natuur, maar Hij is evenmin te begrijpen zonder ons. Die beiden, voor wie Jezus leefde, op wie Hij helemaal betrokken was: de Vader in de hemel en de mensen op aarde, die beiden hebben het leven van Jezus bepaald, maar die beiden hebben ook het leven van Jezus zo moeilijk te begrijpen gemaakt. Het is niet te volgen, niet te volgen ook voor zijn eigen moeder. Want wat te denken van dat gedrag van de twaalfjarige Jezus tegenover zijn moeder. Menselijker wijze gesproken zou je zeggen: daar heb je twaalf jaar voor zo'n Jongen gewerkt en gezorgd, Hem gevoed en opgevoed en dan laat Hij je drie dagen lang met pijn naar Hem lopen zoeken en vragen, om tenslotte te moeten horen: "Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?"
Nee, natuurlijk wisten ze dat niet. Het valt beslist niet mee om de moeder van Jezus te zijn. Zoals het Jezus van zijn kant ook niet meegevallen moet zijn om Zoon van Maria te zijn. Want dat betekende dat Hij haar van meet af aan vertrouwd moest maken met zijn onbegrijpelijke Vader. Hij moest haar aardse moederhart zo wijd en zo groot maken als de hemel. De aardse, huiselijke, Nazaret-achtige dimensies moesten worden uitgerekt en verwijd tot de hemelse dimensies van het goddelijk Zoonschap. Het Kind van Jozef en Maria moest ook in het hart van Maria uitgroeien tot de Zoon van de Vader in de hemel. Een levenslangdurend conflict dat eindigde onder het kruis.
En hoe verwerkte Maria dit conflict daar in de tempel? Op een gewoon menselijke manier. Ze is een echte moeder. "Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht." Duisternis! Ze kan Hem niet volgen.
Maar er staat nog iets anders. Want de mens heeft een vreemd vermogen om zich in een geestelijke duisternis toch te kunnen oriënteren. Het vermogen van het geloof! En daarin gaat Maria ons voor. Daarin is zij moeder van Jezus en moeder van ons geworden. "Maria bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart," in haar onbevlekt hart. Dat betekent dat zij zich geen ogenblik over zichzelf heeft heengebogen, dat zij bij het overwegen van Gods plannen en Gods wegen niet in het minst gehinderd werd door zelfzucht, egoïsme, op zichzelf betrokken zijn. Ze gaat vooruit op de weg die Jezus haar wijst naar de onbegrijpelijke Vader, die ze niet kan begrijpen, die ze niet kan vatten, maar van wie zij gelovig aanneemt dat Hij háár begrijpt, dat Hij háár omvat en kent en liefheeft. Zoals Hij kennelijk ook Jezus heeft liefgehad, anders had Hij Zich niet zo op die Vader kunnen verlaten. "Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?" Dat 'moeten' staat als een 'heilig moeten' boven Jezus' leven en staat vanaf dat ogenblik ook als een 'heilig moeten' boven het leven van Maria. Die innige toewijding, die liefdevolle genegenheid, die totale overgave waarmee Jezus Zich onderwierp aan dat 'moeten' tot op het kruis, dat is haar tot voorbeeld geweest om het ook zelf te doen, tot onder het kruis.