Heilige Efrem, diaken en kerkleraar
Eerste lezing: 2 Korintiërs 1,18-22 [II 111]
Evangelie: Matteüs 5,13-16 [II 112]
Inleiding
'Zingt voor het heil dat komen gaat; zingt voor de deur die openstaat.' Dat is hier (bij de zusters van de priorij Nazareth), hier gaat de deur open naar de hemel, want Jezus is bij ons in het heilig Sacrament, dé hemel op aarde. Soms lijkt het hier ook wel op een hemel, wanneer de zon tussen de wolken door schijnt en heel de sfeer in de kapel verandert. Zo kan het ook zijn in iemands hart en zo kan het zijn in het leven. De wolken zijn ineens voorbij, ze worden weggeduwd door 'het heil dat komen gaat', dat al gekomen is. Dat is de Kerk! De Kerk in deze wereld is een begin, een teken van de wereld die komen gaat. Zij is 'de stad op de berg', zoals we in het evangelie zullen horen, zij is het zout dat smaak geeft aan onze aarde, zij is het licht van de wereld.
Dat wij zozeer in onze eigen werkelijkheid, in onze eigen duisternis blijven hangen, dat wij het licht niet zien, dat wij blind zijn voor het licht dat over ons is opgegaan, is dat niet onze zonde?
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Gij zijt het zout der aarde.
Maar als het zout zijn kracht verliest,
waarmee zal men dan zouten?
Het deugt nergens meer voor
dan om weggeworpen
en door de mensen vertrapt te worden.
Gij zijt het licht der wereld.
Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt!
Men steekt toch ook niet een lamp aan
om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaatst ze op de standaard,
zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn.
Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.
Homilie
Paulus heeft de Korintiërs laten weten dat hij zou komen. Maar hij komt niet. Onbetrouwbaar! Hij voelt zich persoonlijk, en daarmee in zijn apostolaat, door dit verwijt getroffen. Als de bode van het geloof in zijn eigen zaken onbetrouwbaar is, hoe zal men dan vertrouwen kunnen schenken aan zijn boodschap? Verderop in de brief zal Paulus de redenen opsommen die hem genoodzaakt hebben zijn plannen te veranderen. Maar in deze lezing maakt hij duidelijk waarom hij als apostel niet tweeslachtig kan zijn, omdat hij niet tweeslachtig mág zijn. Zo'n bewijs klopt natuurlijk niet. Ook al mag iets niet, daarom gebeurt het nog wel. Zo'n argument klopt alleen bij iemand die, zoals Paulus, zich onvoorwaardelijk met Jezus, met de inhoud van Jezus' boodschap heeft geïdentificeerd. In Jezus is er ook geen ja en nee tegelijk. Hij is het zuivere 'ja' van God op al zijn beloften. God heeft ons op vaste grond gezet, Hij heeft ons in het 'ja' van Christus, in de helderheid en betrouwbaarheid van de Vader, ingesloten. Daarom is het eenvoudig uitgesloten dat wij 'ja' zeggen en 'nee' doen. Het is uitgesloten voor de apostel, zoals het ook is uitgesloten bij de Vader en bij zijn Zoon.
Deze trouw is onvergankelijk - het evangelie zegt: deze trouw bewaart ook de wereld voor de ondergang. Het Woord van God is zelf niet alleen vast en betrouwbaar, ondubbelzinnig, maar het maakt ook anderen vast. Het geeft vastheid aan de wereld en bewaart haar voor bederf. "Gij zijt het zout der aarde" (Mt 5,13). Zout bewaart spijzen voor bederf. De leerlingen die zich zo met Jezus hebben vereenzelvigd, bewaren de wereld voor de ondergang. Zij zijn als de rechtvaardigen omwille van wie God Sodom en Gomorra niet zou doen ondergaan. Het zijn de armen, de treurenden, de zachtmoedigen, zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, de barmhartigen, de zuiveren van hart, zij die vrede brengen, zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, die het zout der aarde zijn. Wie zijn het licht van de wereld? Zij die een verborgen leven leiden. Als je bij de mensen uit de gunst bent, uit de gratie, als je de gunst van de mensen helemaal niet meer zoekt, als je zelfs niet kwaad of teleurgesteld bent wanneer je eruit ligt, wordt je blik vanzelf gericht op de Vader die in de hemel is. Dat kán niet uitblijven. De woorden over de stad op de berg moeten verstaan worden in de zin van het zout.
Een zaligspreking is een uitspraak over God van voor tot achter: 'Zalig', dat is Godzalig, een heilige manier van gelukkig zijn, ofwel: gelukkig zijn met God, want God zal je gelukkig maken, God zal je troosten, het land geven, verzadigen. Waarmee? Driemaal raden! Met God! Met Zichzelf. Dát werkt als zout, dat is nog eens God: want zout is een beeld van de heilige Geest: het zout dat wordt toegevoegd aan het water, opdat het wijwater zal worden, aan God gewijd water, het zout dat wij bij het doopsel in de mond krijgen opdat heel ons wezen door de heilige Geest aan God wordt toegewijd.