Heilige Barnabas, apostel
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Handelingen 11,21b-26.13,1-3 [IV 37]
Evangelie: Matteüs 10,7-13 [IV 38]
Inleiding
Tot twee keer toe haalde Barnabas Paulus uit zijn isolement: de eerste keer toen Paulus zich in het isolement bevond door de vrees en het wantrouwen van de leerlingen in Jeruzalem: "In Jeruzalem aangekomen, deed Paulus pogingen zich bij de leerlingen aan te sluiten, maar allen waren bang van hem, omdat zij niet konden geloven dat hij een leerling was. Barnabas trok zich zijn lot aan, bracht hem bij de apostelen en verhaalde hun hoe hij onderweg de Heer gezien had en dat Deze tot hem gesproken had en hoe hij in Damascus vrijmoedig was opgetreden in de Naam van Jezus. Voortaan ging Paulus geregeld met hen om, terwijl hij onverschrokken optrad in de naam van de Heer" (Hnd 9,26-28).
Door zijn twistgesprekken met de Hellenisten (Joden uit de Grieken) werd Jeruzalem voor Paulus levensgevaarlijk: deze waren er op uit hem te vermoorden. Toen de broeders dit te weten kwamen, brachten zij hem weg naar Caesarea en lieten hem naar Tarsus vertrekken. Omwille van de lieve vrede: "Nu genoot de Kerk in heel Judea, Galilea en Samaria vrede" (Hnd 9,31).
Tien jaar later haalt Barnabas Paulus nogmaals uit zijn isolement. Hij gaat, vanuit Antiochië, Paulus halen in Tarsus en brengt hem naar Antiochië. Daar beginnen zij beiden een vruchtbaar apostolaat. Van daaruit worden zij door de heilige Geest op reis gestuurd, waarbij Barnabas steeds de eerste is en Paulus de tweede. Maar Paulus treedt op als hoofdwoordvoerder.
Barnabas betekent: zoon van troost. Hij wordt geschetst als een voortreffelijk man, vervuld van geest en geloof. Samen met Paulus maakt hij Antiochië tot de stad waarin de naam 'christen' ontstaat. Samen met Paulus verovert hij Klein-Azië voor Christus.
In de openingszang zongen wij: 'nimis honorati sunt amici Dei' ('de vrienden van God staan hoog in aanzien'). 'Vrienden, er zijn geen vrienden', zei Aristoteles tot zijn vrienden. Menselijke vriendschap is onbetrouwbaar, ook in het leven van Barnabas. Paulus en hij zijn dikke vrienden, toch krijgen ze onenigheid over Marcus. Paulus vindt, dat ze Marcus niet moeten laten meedoen met het werk van de verkondiging, want hij had al eerder een werk voortijdig afgebroken. De ruzie tussen Paulus en Barnabas laait hoog op, zodat ze ten slotte uit elkaar gaan. Later is Paulus toch goed te spreken over Marcus.
Alleen God is een vriend die trouw blijft, ook al zijn zijn vrienden Hem ontrouw. Jezus zegt tot Judas: "Vriend, zijt ge daartoe gekomen?" (Mt 26,50). Áls er al vrienden zijn, dan alleen in de Heer. Zo willen wij heten: vrienden in de Heer.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot de twaalf:
Verkondig op uw tocht:
Het Koninkrijk der hemelen is nabij.
Geneest de zieken, wekt doden op,
reinigt melaatsen en drijft duivels uit.
Voor niets hebt ge ontvangen,
voor niets moet gij geven.
Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven
om er uw gordels mee te vullen.
Verschaf u ook geen reiszak voor onderweg.
Geen tweede onderkleed,
geen schoeisel of stok,
want de arbeider is zijn onderhoud waard.
Als gij in een stad of dorp komt,
onderzoekt dan wie waard is u te ontvangen
en verblijf daar tot ge weer vertrekt.
Wanneer ge dat huis binnentreedt,
breng het uw vredegroet
en wanneer het die waard is,
moge uw vrede over dat huis komen.
Maar wanneer het die niet waard is,
dan kere uw vrede tot u terug.
Homilie
Gaat en verkondigt: Het Rijk der hemelen is nabij". God is nabij. Zijn koninklijke heerschappij staat op aanbreken, het hangt in de lucht, de wereld is zwanger van verwachting van het Koninkrijk van God. Dat kun je nu wel zeggen, maar als je er niet naar leeft, maakt dat totaal geen indruk. Daarom: geen geld verwerven, geen zilver, geen goud, geen groot geld, maar ook geen koper geld, geen kleingeld. Niet dat willen hebben wat het koninkrijk van de wereld bijeen houdt, daar niet mee bezig zijn. Maar wie zorgt er dan voor je onderhoud? Je moet toch leven, je kunt toch niet van de wind leven? Precies, daar zorgt Hij voor! Als Gods koningschap nabij is, als Hij werkelijk Koning is, zal Hij zorgen. Dat is de diepe betekenis van de armoede. Niet méér willen hebben dan je nodig hebt, niets dubbel willen hebben, niet uit zuinigheid, uit soberheid, omdat je een Nederlander bent, die gewend is op de kleintjes te letten, maar vanuit een geloofshouding. Als je in dienst van God bent, zal God voor je zorgen. Je moet het er zelfs op aan laten komen, je moet zo leven dat God werkelijk voor je bestaat en dat anderen dat ook kunnen merken. Niet zelf voorzien, niet zelf voor voorzienigheid spelen. Vrij zijn van de dingen, omdat God zorgt, maar ook vrij zijn van mensen. Je niet nestelen in menselijke verhoudingen, want dan verlies je je vrijheid voor God, dan zet je de intimiteit met Hem op het spel. God zorgt. Dat betekent: Hij gaat alle menselijke verhoudingen te boven. Je moet je zo met Hem verenigen dat de vrede in stand blijft, wanneer je mensen verliest. Dat is onder gelijkgezinden, vrienden, vriendinnen, ook gelijkgezinden in het geloof, moeilijker dan tegenover buitenstaanders, vreemden, vijanden.
Dat lijkt misschien vreemd: je medezusters, je vrienden en vriendinnen met wie je hetzelfde geloof deelt, zien als concurrenten voor je verhouding met God. En toch ligt niets meer voor de hand. Als je eenmaal voor Hem gekozen hebt, als Hij je Bruidegom is, de Eerste in je leven, dan moet dat in het leven van elke dag, van dag tot dag, van uur tot uur, van moment tot moment, ook waargemaakt worden. Hém steeds voor laten gaan, en wie hindert je daarbij het meeste? Niet de mensen met wie je het niet zo goed kunt vinden, niet de mensen met wie je niets hebt, niet de mensen met wie je het helemaal niet kunt vinden, in tegendeel, die helpen je zelfs om voor Hem te kiezen. Wil je in de omgang met die moeilijke medemens niet in de fout gaan, moet je steeds een beroep doen op je eigen band met Jezus en zijn band met hem of haar, wil je in de omgang met die moeilijke medemens niet in de fout gaan.
Nee, moeilijk wordt het gemaakt door je vrienden, vriendinnen, door degenen met wie je een goede band hebt. De weg naar de eenzaamheid is moeilijker wanneer het gaat om de omgang met mensen met wie je het goed kunt vinden, met wie je vertrouwelijk bent, met wie je de relatie niet graag zou willen verliezen. Dan, tegenover hen, het woord van de Heer gehoorzamen: verlaat dan het huis, of die stad - die verhouding - schudt het stof van je voeten. Dat is moeilijk, dat is uitzonderlijk moeilijk. Dat is een wonderwerk, een wonder van genade, een meesterwerk van Gods almachtige hand, zegt Moeder Mechtildis. Letterlijk haar geciteerd: