Zaterdag in de tiende week
   van het oneven jaar
        Heilige Antonius van Padua, priester en kerkleraar


Eerste lezing: 2 Korintiërs 5,14-21 [II 119];
Evangelie: Matteüs 5,33-37 [II/III 120]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Eveneens hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is:
Gij zult geen valse eed doen,
maar gij zult voor de Heer uw eden houden.
Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren;
noch bij de hemel, want dat is de troon van God;
noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren,
want gij kunt niet een haar wit of zwart maken.
Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen;
en wat daar nog bij komt, is uit den boze.”

Homilie  

“Wie in Christus is, is een nieuwe schepping"
(2 Kor 5,17).  Hebt u ooit die ervaring gehad, in de natuur ergens te zijn aanbeland waar nog nooit een mensenhand tussenbeide is gekomen? Alsof dat wat daar voor ons ligt, zo direct uit Gods hand is voortgekomen. Zulke momenten kunnen mensen ook hebben in hun zelfervaring, bijvoorbeeld na een goede biecht. Men mag een nieuw begin maken. Alles is weer helemaal goed, heilig, onbesmet, onaangeraakt. Alle woorden zijn dan teveel. Men doet er het zwijgen toe. Woorden zijn als een ontheiliging, als een transistor in een maagdelijk woud.

Als mensen waarachtig zijn, in de waarheid staan, hebben zij het niet nodig hun woorden kracht bij te zetten met verzekeringen, eed, krachtwoorden. De waarheid is heilig. Daar hoeft niets aan te worden toegevoegd. Bij wie of wat wij ook zweren, alles hoort aan God toe. Eigenlijk hebben wij niets in handen om op te steunen, om ons woord kracht bij te zetten. We hebben alleen God om ons woord kracht bij te zetten, om voor ons te getuigen. En Hij getuigt altijd voor ons. Daar hoef je niet bepaalde woorden of rituelen voor af te zonderen.

Jezus verlangt van ons dat wij eenvoudig spreken, zonder gebruik van autoriteit, van emotioneel geweld, waarmee mensen anderen onder druk plegen te zetten: "Uw ja, moet ja zijn en uw neen, neen." Dat betekent: 'laat uw ja altijd ja zijn en uw nee altijd nee'. Wat daar bovenuit gaat, het zweren dus, is uit het kwade, dat wil zeggen, is een gevolg van het in de wereld aanwezige kwaad, de oude schepping die bezoedeld is door de zonde. Nee, zegt sint Paulus: "Wij zijn een nieuwe schepping, het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen" (2 Kor 5,17). Wij zijn met God verzoend, wij zijn heilig, aan God toegewijd, wij leven niet meer voor onszelf en ook niet voor de anderen, die wij onder druk moeten zetten, willen ze ons geloven.

De woorden van de Schrift hebben die heilige eenvoud. Ze zijn geladen met goddelijke kracht. Daar hoeft niets aan te worden toegevoegd. Zo zijn ook de woorden van de liturgie. We mogen ze zonder stemverheffing en zonder misbaar uitspreken. Ze spreken voor zichzelf. Het zijn heilige voertuigen voor het getuigenis van de heilige Geest, die de harten van de aanwezigen raakt en ontroert. Let dus bij het luisteren naar woorden van de Schrift en de gebeden van de liturgie niet alleen naar de betekenis van de woorden, maar ook naar wat die woorden in u uitwerken aan goddelijke kracht, het inwendige getuigenis van de heilige Geest.