Eerste lezing: 2 Korintiërs 3,15-4,1.3-6
Evangelie: Matteüs 5,20-26
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Als uw gerechtigheid
die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft,
zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders is gezegd:
Gij zult niet doden.
Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.
Maar Ik zeg u:
Al wie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht.
En wie tot zijn broeder zegt: raka,
zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin;
en wie zegt: dwaas,
zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.
Als gij uw gave komt brengen naar het altaar
en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft,
laat dan uw gave voor het altaar achter,
ga u eerst met uw broeder verzoenen
en kom dan terug om uw gave aan te bieden.
Haast u het eens te worden met uw tegenpartij,
zolang ge nog met hem onderweg zijt;
anders zou uw tegenpartij u
wel eens aan de rechter kunnen overleveren,
en de rechter u aan de gerechtsdienaar,
en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Ge zult daar niet uitkomen,
voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.
Homilie
"Ik zeg u. Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen" De farizeese gerechtigheid blijft meestal stilstaan bij de uiterlijke wetsvervulling, zodat men voor het oog van de mensen gerechtvaardigd is. Maar God kijkt in het hart waar de moord wordt beraamd en verlangd, de buitenechtelijke verhouding wordt begeerd. Is die farizeese gerectigheid eigenlijk niet de spontane gerechtigheid van elke mens? De gerechtigheid die wordt gevraagd, is: dat God die in het verborgene ziet, voor mijn handelen minstens zo motiverend is als de blik van mijn medemensen..
Je mag dus ook niet kwaad worden of schelden, 'raka' zeggen, want daar begint de moord. Spanningen mogen er zijn, maar geen liefdeloosheid die zich uit in fel opkomende woede, in smeulende bitterheid of in scheldwoorden. Het is strafbaar met het vuur van de hel. Dat wil zeggen: God onttrekt aan zo iemand zijn aanwezigheid. Het is het adequate antwoord op de houding van de toornige. God maant hem ertoe aan de ander door liefdevolle tegemoetkoming iets van Gods liefdevolle nabijheid te laten ervaren. Als je je onttrekt aan die vermanende stem en je trekt je handen van je medemens af, zal God ook zijn handen van jou aftrekken.
Hier is een ruim veld voor zelfonderzoek. Een voorbeeld: Hoeveel mensen die tegen abortus zijn, maken zich niet schuldig aan het in stand houden of de verbreiding van een klimaat waarin abortus kan gedijen, bijvoorbeeld door het kleine en zwakke in zichzelf en bij anderen niet te ontzien? Iemand doodrijden mag niet, dat vindt iedereen wel, maar dodelijke blikken werpen naar een ander of iemand doodzwijgen mag ook niet.
Het gaat hier om het oplossen van conflicten. Bijvoorbeeld in een schuldenkwestie. Een geldschieter is ongeduldig geworden. Hij wil met zijn schuldenaar naar de rechter om zo de betaling af te dwingen. Het is maar een voorbeeld van spanningen tussen mensen. God zelf komt tussenbeide in onze tussenmenselijke verhoudingen om ons aan te sporen het recht te verruilen voor barmhartigheid. Blijven wij op ons recht staan, dan zal Hij dat later ook doen. Zozeer engageert God Zich met onze onderlinge verhoudingen.