Donderdag in de elfde week
     van het even jaar
Eerste lezing: Sirach 48,1-14  
Evangelie: Matteüs 6,7-15


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als gij bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden,
zoals de heidenen,
want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden
verhoring zullen vinden.
Volgt hun voorbeeld dus niet na,
want voordat gij Hem vraagt, weet uw Vader wat gij nodig hebt.
Gij moet daarom zo bidden:
Onze Vader die in de hemel zijt,
uw Naam worde geheiligd; uw Rijk kome,
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring, maar behoed ons voor het kwaad.
Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft,
zal uw hemelse Vader ook u vergeven;
maar als gij niet vergeeft aan de mensen,
zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.”

Homilie      

“Als gij bidt, gebruikt dan geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden.”
Elia riep de Baälpriesters toe: “Roept toch wat harder; hij is immers een god? Hij is zeker in gedachten verzonken of heeft zich afgezonderd of is op reis; misschien slaapt hij wel en moet hij gewekt worden. “Toen riepen ze nog harder en kerfden zich naar hun gewoonte met zwaarden en speren, tot het bloed langs hun lijf droop. Het middaguur verstreek, maar zij gingen er als razenden mee door tot de tijd van het avondoffer; maar er klonk geen geluid en er kwam geen antwoord; zij vonden geen gehoor."

Elia bad: "Geef antwoord, Heer, geef antwoord, opdat dit volk erkent dat gij, Heer, de ware God zijt, en keer zo hun hart weer tot U. Toen sloeg het vuur van de Heer neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof; het likte zelfs het water in de geul op (1 Kon 18). De heidense godsdienst is vol van schokkend ritueel. De christelijke godsdienst kan veel ingehoudener zijn, omdat God veel meer doet: “Volgt hun voorbeeld dus niet na, want voordat gij Hem vraagt, weet uw Vader wat gij nodig hebt" (Mt 6,8).

Dat doenerige van de heiden bij hun eredienst dringt ook door in hun gewone leven. Wat doen de heidenen in het gewone leven? Zich zorgen maken over de vraag: "Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of wat zullen wij aantrekken? Want dat alles jagen de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt (Mt 6,31-32). Wat doen de heidenen in de omgang: “Als gij alleen uw broeders groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet?" (Mt 6,47)

Onze godsdienstige vieringen zijn veelal stil, want zij zijn een dienst aan een roerige God: God is in de stille bries, niet in het vuur, de aardbeving, de bliksem. Hij is er voor "de stillen in den lande” (Ps 35,20). “Wees stil voor de Heer” (Ps 37,7). “Bij God alleen verstilt mij ziel, van Hem blijf ik het wachten” (Ps 62,6). “In stille berusting ligt uw redding, in rustig vertrouwen uw kracht” (Jes 30,15). “Neen, bedaren liet ik, verstillen mijn ziel, als een kind bij zijn moeder geborgen; als dat kind, zo voel ik mijn ziel. Dat Israël wachte de Heer, van thans tot in eeuwigheid" (Ps 131,2-3). Iemand die lange tijd met God in gebed is geweest zei na afloop: 'Er is zoveel gebeurd, dat ik er nog steeds een beetje stil van ben.'

Jezus deed het minste: "Hij schold niet terug en dreigde niet, maar liet het over aan Hem die rechtvaardig oordeelt" (1 Pe 2,23). Bij de dienst aan zo'n God hoort ook dat men geen 'toestand' maakt over aangedaan onrecht, dat men liever vergeeft. Ook dat is een vorm van stil zijn: 'Laat maar zitten.'