Zaterdag in de elfde week
    van het even jaar
                     Heilige Romualdus, abt


Eerste lezing: 2 Kronieken 24,17-25  
Evangelie: Matteüs 6,24-34


Inleiding      

'Met volharding Gods Aanschijn zoeken', dat is de opdracht van de christen. Zo ook van Romualdus, de abt die wij vandaag herdenken. Romualdus voelde zich tot het kluizenaarsleven geroepen; hij trok jarenlang door allerlei streken op zoek naar eenzame plekken waar hij kleine kloosters bouwde. Hoe kun je nu kluizenaar zijn en heilig worden, want voor heilig worden zijn toch beproevingen nodig? 'Neem de beproevingen weg en niemand wordt heilig', zegt de woestijnvader. Hoe kunnen er beproevingen zijn, als er geen medemensen in de buurt zijn, want beproevingen komen doorgaans van medemensen? Het is niet zo dat die medemensen nu zo slecht zijn, maar in het samenspel, in het samenleven, doen zich wrijvingen voor tussen de karakters, tussen mensen met ieders eigen wijze van zich opstellen in het leven. Dát dulden, daarin groeit het geduld en in dat geduld groeit de heiligheid. 'Met volharding Gods Aanschijn zoeken.'
In het kluizenaarsleven echter is er nog een Ander in het 'spel' en dat is God zelf. Het is God zelf die als de moeilijkste levenspartner te beschouwen is. Hóe Hij kan zijn, weten mensen die in het alleen-leven niet zichzelf zoeken, maar inderdaad 'met volharding zíjn Aanschijn zoeken.' En dat is nu precies wat wij in de omgang met elkaar ook steeds moeten doen: 'met volharding zijn Aanschijn zoeken', zodat wij in de beproevingen ons geduld niet verliezen en groeien in heiligheid.  

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Niemand kan twee heren dienen,
hij zal de een haten en de ander liefhebben,
ofwel de een aanhangen en de ander verachten.
Gij kunt niet God dienen én de mammon.
Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd voor uw leven,
wat ge zult eten of wat ge zult drinken,
en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken.
Is het leven niet méér dan het voedsel
en het lichaam niet méér dan de kleding?
Let eens op de vogels in de lucht:
ze zaaien niet en maaien niet
en verzamelen niet in schuren,
maar uw hemelse Vader voedt ze.
Zijt gij dan niet veel méér dan zij?
Trouwens, wie van u is in staat
met al zijn tobben aan zijn levensweg één el toe te voegen?
En wat maakt gij u zorgen over kleding?
Kijkt naar de leliën in veld: hoe ze groeien.
Ze arbeiden noch spinnen.
Toch zeg Ik u:
Zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen.
Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog staat
en morgen in de oven wordt geworpen, zó kleedt,
hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
Maakt u dus geen zorgen over de vraag:
wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken,
of wat zullen wij aantrekken!
Want dat alles jagen de heidenen na.
Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid:
dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.”

Homilie  

Eerst een misverstand uit de weg ruimen: "Weest niet bezorgd wat gij zult eten ... is het lichaam niet meer ..." Maar dan moet u me eens vertellen hoe het eten op tafel komt, als er niet gezorgd wordt. De evangelische onbezorgdheid wil niet zeggen dat je niet moet zorgen. Het is als met andere evangelische raadgevingen, bijvoorbeeld: niet oordelen. Dat betekent niet, dat je niet mag oordelen over goed en kwaad, maar dat je bij al je oordelen voeling moet houden met het feit dat je zelf ook nog onder het oordeel staat: "Oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden" (Mt 7,1; vgl. Lc 6,37), en dat het oordeel over mensen altijd geschiedt in het zachte, milde licht van de barmhartige liefde van God. Dan zul je vanzelf een toontje lager zingen. Niet oordelen en je het oordeel van God te binnen brengen, dat zijn twee elkaar aanvullende houdingen in de monastieke traditie.

Zo is het ook met het bang zijn: "Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep ... Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen ... Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: Meester, raakt het U niet, dat wij vergaan?" (Mc 4,37.38). In het oorspronkelijk staat er: Is het U geen zorg? Laat het U koud? Zelf is Jezus toch ook bang geweest, in de Hof van Olijven. Mochten ze dan niet bang zijn? We mógen wel bang zijn, maar rustig bang zijn. Bij al je angst, die met golven door je hart heen spoelt, zodat je dreigt te besterven van schrik, mag je toch nooit het gevoel voor Gods zorg verliezen. Je mag niet in je gevoelens van angst opgaan, zodat je erin ondergaat. Zo is het ook met de zorg. Je mag wel zorgen, maar steeds zo, dat je het gevoel voor hoe Hij zorgt, bij je bewaart. Je mag niet in je zorg opgaan.
God zorgt ook. Ja, hoe dan? Tweede misverstand: "Uw hemelse Vader voedt … Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zó kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?" Ja, maar dat doet de natuur toch of de mensen. Dat zijn toch gewone economische processen. God komt er niet aan te pas.

Jezus ontkent de tweede oorzaak niet. Maar de eerste oorzaak gaat Hem boven alles: "Zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid en dat alles zal U erbij gegeven worden.” Jezus geeft ons in zijn wijze van beschouwen daar zelf een voorbeeld van: “Uw hemelse Vader voedt ... God kleedt het veldgewas…" Ja maar, dat zie ik niets van. Ik geloof het wel, maar om daaruit te leven, dat zie ik nog niet zo gauw gebeuren. Maar daarvoor is precies zoals bij de beschouwing van de natuur als tweede oorzaak een bepaald experiment nodig. Hoe die natuur in elkaar zit, daar zijn de mensen maar heel moeizaam achter gekomen: door experimenten, door proefondervindelijk onderzoek.

Jezus heeft zijn leerlingen in situaties gebracht waarin ze proefondervindelijk de zorg van de hemelse Vader konden betrappen: "Hierna wees de Heer twee en zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan … Hij sprak tot hen: Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel (Lc 10,1-4). Later liet Hij zijn leerlingen reflecteren op wat zij hadden ondervonden, “sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs, reiszak of schoeisel, hebt ge toen aan iets gebrek gehad?” Ze antwoordden: Aan niets" (Lc 22,35).
Zonder zo'n bewuste levenshouding betrap je de zorg van de hemelse Vader niet. Je moet Hem als het ware uitdagen, in het geloof aan zijn vaderlijke zorgzaamheid je roekeloos in het ongewisse begeven, zodat je het er echt op laat aankomen en Hij wel voor je móet zorgen.

Jezus doet het ons voor in de eucharistie. Want wat is eucharistievieren anders dan met Jezus meegaan door de wateren van het lijden, de stormen van het kwaad, een zondvloed. En Hij doet niets; Hij verdedigt Zich niet; Hij laat zijn Vader zorgen. Brood uit de hemel. Zijn hemelse Vader zorgt voor Hem en de zijnen.