Eerste lezing: 2 Korintiërs 6,1-10
Evangelie: Matteüs 5,38-42
Inleiding
De melodie doet wat de woorden zeggen; de melodie stijgt met het verlangen: 'Tot U stijgt mijn verlangen, Heer', en het vindt rust in het vertrouwen: 'Op U, mijn God, is mijn vertrouwen.' Het verlangen stijgt en daalt neer in de rust van het Godsvertrouwen. Waar komt dat verlangen nu vandaan? Is dat iets wat wij zelf doen? Nee, dat komt uit de diepte van ons hart, uit het door God steeds weer nieuw gemaakte hart. Het overkomt ons, het is een genade. Dat is dan de goede inzet om deze eucharistie te vieren. Het is werk van God, het is zijn genade in onze wereld, zijn een genade in ons hart.
Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij nog zozeer leven vanuit ons oude hart, om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Gij hebt gehoord dat er gezegd is: oog om oog en tand om tand.
Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
doch als iemand u op de rechterwang slaat,
keer hem dan ook de andere toe.
En als iemand u voor het gerecht wil dagen
en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed.
En als iemand u vordert één mijl met hem te gaan,
ga er twee met hem.
Geef aan wie u vraagt,
en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.
Homilie
Dat oog om oog en tand om tand" was een Joods recht, overgenomen uit het recht van de Perzen. Het lijkt iets te zijn van: recht op wraak. Sla je mij een blauw oog, dan heb ik het recht om jou ook een blauw oog te slaan. Kregen ze slaande ruzie met elkaar en verloor daarbij de één een tand, dan had de ander het recht om ook een tand uit te slaan bij zijn vijand. Nogal barbaars, dat recht op wraak. Maar de bedoeling was niet om recht op wraak te geven, maar de bedoeling was om de op wraak beluste harten, die uit zijn op verdubbeling van het onrecht wat iemand is aangedaan, om dat kwaad van dat dubbele kwaad bij wraakgedachten en gevoelens in te dammen.
Wraakgevoelens zijn van zich uit niet uit op gelijke vergelding, maar om het veelvoud toe te brengen van het ondergane leed. We kennen allemaal wel die uitdrukking: 'Als je mij pakt, pak ik jou dubbel terug'. Het gewone woord dat aan wraakgevoelens de geijkte uitdrukking geeft die past bij dat gevoel is: 'dubbel en dwars', ik zal het hem dubbel en dwars vergelden. Nu zeiden de Perzische wetgeleerden: Je mag wel wraak nemen, dat is je goed recht, maar nooit dubbel en dwars, maar oog om oog, tand om tand. Zo is dat dan in het oude recht van de Joodse kerk- en samenleving overgenomen en zo treft Jezus het aan. Dat hebben we zojuist in de Bergrede gehoord. "Tot de ouden is gezegd: oog om oog en tand om tand. Maar Ik zeg u
"
Jezus wil niet de verbetering van het recht, een verandering van de buitenkant van de menselijke verhoudingen, van de sociale verhoudingen, van de maatschappelijke verhoudingen in het recht, maar Hij wil de vernieuwing van het hart. Hij wil niet de buitenkant veranderen, maar de binnenkant. Hij wil het hart veranderen waaruit gedachten, gevoelens en woorden voortspruiten. We weten echter wat Jezus denkt over wat er in het hart van de mens is, over wat er allemaal uit het hart voortkomt. Moord, onrecht, jaloezie, wraak, noem maar op. Een serie van negen, tien, elf kwade geesten zitten er in het menselijk hart. Hij wil in het hart als het ware een nieuwe dimensie scheppen. Hij wil eigenlijk een nieuw hart! Zo heeft Hij het ons voorgedaan, zo heeft Hij ons voorgeleefd.
Gaat u maar na: wat is zonde anders dan onrecht doen aan Jezus. Wij doen Hem te kort door onze zonden en volgens het geldende recht van de Joden zal Hij dus vergelding mogen eisen. "Oog om oog en tand om tand. Doen jullie Mij onrecht, dan doe Ik jullie onrecht, dan zal Ik jullie straffen. Dus wel oog om oog en tand om tand?" Precies dat onrecht wat jullie Mij aandoen, dat leed zal Ik jullie aandoen. Maar niets van dat alles. Jezus heeft er voor gekozen, om het kwaad Hem aangedaan niet te vergelden, om geen "oog om oog en tand om tand" toe te passen, maar om het kwade dat wij Hem aandoen, te dragen, te dulden, te vergeven. Kortom, Hij heeft het onrecht overwonnen door Zich er door te laten overwinnen. Zoals zijn leerling en volgeling ooit heeft gezegd in de Brief aan de Romeinen: "Overwin het kwade door het goede" (Rom 12,21). Vergeld geen kwaad met kwaad, maar vergeld kwaad met goed.
Jezus gaat echter nog een stapje verder: "Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht." Je moet er niets aan doen. Laat het onrecht maar geschieden. Laat je slaan en "als iemand u op de rechter wang slaan, keer hem dan ook de andere toe." Dat betekent: laat de gevoelens van haat, van verontwaardiging, van wraak, van iets terug willen doen, die spontane impuls van het menselijk hart die iedereen heeft als er onrecht aan je geschiedt, laat die spontane impuls los. Zo moeten we "hem de andere wang toekeren" zien. Laat los wat je is aangedaan en laat ook los wat je de ander zou willen aandoen, en laat uit jouw nieuwe hart, dat God op dat moment schept, een ander gevoel opstaan, een gevoel van vergeving, van geduld, want dat is pas ongeveinsde liefde. Dat is een liefde die niet lief wil zijn om dan ook lief terug te krijgen, maar die echt naar het hart gaat van de ander, naar zíjn nieuwe hart.
"Als iemand u uw onderkleed wil afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed." Vrijwillig je bovenkleed (dat is het kledingstuk dat de Joden in die tijd gebruikten om zich 's avonds in te rollen en daarin te slapen) geven als ze je je onderkleed afnemen, betekent eigenlijk je laatste rechten afstaan. Dat is zoveel als je leven geven. Want door dat laatste te geven, geef je eigenlijk je leven. Zoiets wat die arme weduwe deed, toen zij van die twee muntjes die zij nog maar bezat, er niet één gaf, maar dat laatste muntje ook erbij gaf.
Je leven geven kun je voortdurend, ook in de gewone menselijke omgang. Bijvoorbeeld: je hebt nog net vijf minuten tijd om - laat ik zeggen - nog even een brief te schrijven en dan vraagt iemand: wil je dit of dat doen. Als je dat dan doet, dan heb je je leven gegeven. Je geeft alles. Dat ene, dat voor jou alles betekent, die vijf minuten tijd, dat geef je. Dat is een andere wijze van omgaan met het kwaad; dat is eigenlijk het nieuwe van het Nieuwe Testament. Het is een andere wijze om het kwaad te overwinnen. Het kwaad overwinnen niet door het kwaad te bestrijden, door recht te doen, door je te verdedigen, maar het goed vinden dat het kwaad aan je geschiedt, en het níet goed vinden dat de kwade reactie, die van hetzelfde soort is als wat je wordt aangedaan, je hart slecht maakt.
'Verbeter de wereld, begin bij je zelf.' Bestrijd het kwaad in de wereld door het kwaad in je eigen hart te bestrijden. Dat is op de eerste plaats je kwade reactie op het kwaad dat aan je geschiedt. In de vrede (van God) blijven én groeien in vrede (van God). Dan ben je op weg naar de vrede die de wereld niet kent. Dat is de vrede van het nieuwe hart dat God heeft geschapen bij ons heilig Doopsel en wat Hij steeds weer opnieuw schept wanneer wij in moeilijke omstandigheden komen te verkeren.