Derde vrijdag na Pinksteren
              Hoogfeest van het heilig Hart van Jezus
                                 (eigen lezingen)


Eerste lezing: Hosea 11,1.3-4.8c-9  
Tweede lezing: Efeziërs 3,8-12.14-19  
Evangelie: Johannes 19,31-37


Inleiding          

'Cogitationes Cordis eius ...' 'De gedachten van zijn Hart …' zongen we in het intredelied. Je komt er niet zo snel achter wat er in iemands hart schuilgaat. De mensheid, de Kerk, heeft er dan ook eeuwen over gedaan om er achter te komen wat er in het Hart van Jezus omgaat, en toen dat begrip ten slotte gerijpt was, moest er nog een plaatsje op de liturgische jaarkalender gezocht worden om dit hoogfeest van het heilig Hart van Jezus te vieren. Alle plaatsen waren immers al bezet. Daarom werd besloten het maar helemaal achteraan te plaatsen. Het is het laatste feest van het kerkelijk jaar. Wat het allereerste is, is het allerlaatste.
Dat is dan ook een zeer zinvolle plaats. Het is het laatste feest omdat men alle voorgaande feesten nodig heeft, wil men gevoel kunnen opbrengen voor wat er dieper verscholen ligt in het menselijk wezen en in het wezen van God, wat er in zijn Hart omgaat, maar het is ook een zinvolle plaats, omdat het de allerlaatste betekenis, de allerdiepste betekenis geeft aan al de voorafgaande feesten.
Wat schuilt er dan achter al die feesten, achter al die mysteries? Liefde! De finishing touch van de liturgie, de finishing touch van Gods heilswerk is: liefde. En wel de zachtmoedige liefde. In een wereld van geweld reageert Hij met zachtmoedigheid, geweldloosheid. Hij vangt een uiterste aan geweld op met een uiterste aan zachtmoedigheid en vergevingsgezindheid.
Dat maakt ons beschaamd, omdat dat ons doet denken aan hoe wij reageren op het kwaad, op de zonden van anderen. Belijden wij daarom onze schuld om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Aangezien het voorbereidingsdag was
en de Joden niet wilden
dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven
- het was bovendien een grote sabbat -
vroegen zij aan Pilatus verlof
de benen van de gekruisigden te breken
en hen weg te nemen.
Daarom kwamen de soldaten
en sloegen zowel bij de ene als bij de andere
die met Hem was gekruisigd, de benen stuk.
Toen zij echter bij Jezus kwamen
en zagen dat Hij reeds dood was,
sloegen zij Hem de benen niet stuk,
maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed en water uit.
Die het gezien heeft getuigt hiervan;
zijn getuigenis is waar
en hij weet, dat hij de waarheid zegt,
opdat ook gij zoudt geloven.
Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden:
Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,
terwijl nog een ander Schriftwoord zegt:
Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken.

Homilie      

“Zij zullen opzien naar Hem die ze hebben doorstoken."
Doorboord, gewond, getraumatiseerd. Dit woord komt uit de lezing die op Goede Vrijdag vooraf gaat aan de lezing van het evangelie, hetzelfde evangelie als dat van vandaag, waarin die doorsteking wordt verhaald: gewond om onze zonden. Daar wordt van de lijdende Dienstknecht gezegd, dat hij getraumatiseerd werd om onze zonden. Dat wordt ook van Jezus' Hart gezegd. De doorboring van Jezus' Hart is niet alleen een trauma, een wond in Jezus' Lichaam, het is ook een wond in zijn ziel, in zijn bewustzijn.

Maar het is ook een wond, een trauma in het bewustzijn van de mensheid, want het is om onze zonden dat zijn Hart werd doorboord. Het is een blijvende wonde in onze omgang met God. Het is een blijvend teken van onze bloedige schuld. Mensheid, wat heb je met God gedaan? Gods Bloed heb je vergoten. Dat is ten diepste dé zonde van alle zonden. Niet alleen de zonde van dat ene moment waarop de soldaat min of meer bewust de lans nam en die in Jezus' zijde stootte. Het doorboren van Jezus' Hart is het wezen van alle zonden. Vandaar: mensheid wat heb je met Gods liefde gedaan? Wat heb je met Gods Hart gedaan?

Omdat het doorboren, het wonden van Gods liefde het wezen is van alle zonden, van alle tijden, van alle mensen, daarom zijn alle zonden van alle mensen, van alle tijden, bij het doorsteken van het Hart van Jezus tegenwoordig. Het Bloed van het goddelijk Hart is een aanklacht voor alle tijden, voor alle eeuwigheid.
Dat is het wat mensen met Gods liefde doen! Het is nooit meer goed te maken, tenzij Hij het zelf goed maakt, tenzij Hij het zelf goedmaakt met ons. Dat is de boodschap van het evangelie van vandaag.

Het bloed dat in het Oude Testament werd vergoten, het bloed van het paaslam, werd opgevangen en op de deurposten aangebracht om zo Gods toorn, waarover de eerste lezing sprak, aan de deuren van de Joden voorbij te laten gaan (Ex 12,21-24).
Zo is het ook met het Bloed van Jezus. Want wat staat er? "Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld. Precies zoals van het paaslam: “Van zijn gebeente mag men niets breken" (Ex 12,46; vgl. Ps 34,21). Dat is de reden waarom dat op deze plaats in het evangelie wordt herhaald. Ze sloegen Hem de benen niet stuk als teken dat Jezus ons paaslam is.

Hoe is Jezus voor ons het paaslam? Hij is het door de manier waarop Hij op het doorsteken van zijn Hart reageert, door de manier waarop Hij zijn lijden op Zich neemt. Daardoor wordt al het kwade ten goede gekeerd. Juist daar waar wij Hem wonden, laat Hij een overmaat aan liefde vloeien. "Terstond kwam er bloed en water uit" (Joh 19,34), de levensstroom van de sacramenten.

Het Hart van Jezus, de plaats van alle zonden, wordt door zijn liefde de plaats van alle redding. Dat is wat wij vandaag vieren. Het teken van de zonde wordt het teken van het heil. Zoals in de eerste lezing, uit de profeet Hosea, dramatisch wordt beschreven: "Mijn hart slaat om, heel mijn binnenste wordt week. Neen, Ik zal mijn vlammende toorn toch niet koelen, Efraïm niet opnieuw te gronde richten, want Ik ben God, Ik ben geen mens. Ik ben de Heilige in uw midden, Ik laat Mij niet gaan in mijn toorn."

Wanneer mensen op welke manier dan ook kwaad wordt aangedaan, slaan ze dicht, ze worden hard, ze pantseren zich tegen nieuwe aanslagen. Maar Gods Hart wordt week. "Mijn hart slaat om, mijn binnenste wordt week." Hij laat Zich niet gaan in zijn toorn, Hij brengt een tegenbeweging van barmhartige liefde op gang.
Daarom, blijf vandaag bij dat Hart. Draag met Hem mee alle zonden van de wereld, niet om er moedeloos van te worden, of om te treuren, maar met een groot geloof, omdat u mag delen in de overgrote liefde, die in de vorm van bloed en water uitstroomt uit het goddelijk Hart. Dat is het middelpunt van de menselijke geschiedenis. Dat Hart is het middelpunt van de wereld en ook van al onze eigen trauma's, onze eigen tekorten, onze eigen liefdeloosheid. Bij Hem zijn al onze zonden veilig. Veilig, binnen de grotere, altijd grotere, overgrote liefde, die alle kwaad omvormt, dóór zijn liefde, door de manier waarop Hij al de tekorten draagt tot een levengevende vruchtbaarheid. "Om met alle heiligen,” zegt sint Paulus, “te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is van de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat" (Ef 3,18 en 19).

Als mensen trouwen, wordt hun voorgehouden dat zij elkaar moeten liefhebben tot het einde toe. In goede en slechte dagen, in lief en leed. Maar in het huwelijk van Jezus met de mensen heeft Hij van meet af aan al zijn jawoord gegeven op alle ellende van de kómende mensengeschiedenis, op alle teleurstellingen, alle verwondingen die Hem vanwege zijn bruid worden aangedaan. Alle trauma's die wij Hem zouden aandoen heeft Hij op voorhand vergeven.
Wat zou het een vreugde zijn, wat zou het een vreugde in u kunnen losmaken, wanneer u alle teleurstelling, bitterheid en opstandigheid, door Jezus' liefde, door die stroom van barmhartige liefde die uit zijn zijde stroomt en blijft stromen, zou laten wegspoelen.
Goede woorden kunnen we horen en goede daden kunnen we zien, maar of die goede woorden en die goede daden, alles wat wij van Jezus horen, wat we van Jezus zien en ook meemaken, óók voortkomen uit een goed hart, dat kunnen we niet zien, dat kunnen we alleen geloven.