Allerzuiverst hart van Maria
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Jesaja 61,9-11
Evangelie: Lucas 2,41-51a
Inleiding
Het allerzuiverst hart van Maria. Op zaterdag na de derde vrijdag na Pinksteren, het heilig Hartfeest, vieren we het onbevlekt hart van Maria, haar diepste innerlijk, haar geweten zouden we misschien beter kunnen zeggen. Haar hart zoals het in het Oude Verbond wordt genoemd: de inwendige bron waar gevoelens en gedachten samenvloeien in de eenheid van de heilige Geest. 'Meditatio cordis mei', 'de gedachten, het overwegen van mijn hart', zoals we het vandaag ook weer in het evangelie zullen horen. "Maria bewaarde al deze dingen in haar hart en overwoog ze - bemediteerde ze - bij zichzelf" (Lc 2,19) Het opmerkelijke is dat dit feest is ontstaan naar aanleiding van de verschijningen van Maria in Fatima, waar de Moeder van God een grote bezorgdheid en werkelijke zorg toont ten aanzien van de politieke verhoudingen in de wereld van die dagen. Heel dikwijls blijkt dat Maria vanuit de hemel de ontwikkelingen gadeslaat en stuurt. Denken we maar aan het inzetten van de rozenkrans als geweldloos verzet tegen de Marcos-dictatuur op de Filippijnen, aan de Slag bij Lepanto in de zestiende eeuw. Heel dikwijls blijkt dat Maria vanuit de hemel de ontwikkelingen gadeslaat en stuurt.
'Bidt, doet boete voor de wereld, voor de politiek, voor de bekering van Rusland.' En was het niet in een land vlak naast Rusland, in Polen, dat elke katholieke Kerk een beeld bevatte van Maria van Fatima, van het onbevlekt hart van Maria? En was het niet precies in dat land, waar de mensen zoveel gebeden hebben en zozeer zijn ingegaan op de oproep van Maria, dat de bevrijding van de Russische dictatuur is begonnen? Weer een oorlog door Maria beslecht, en wat voor één, een koude en hete oorlog, door Maria tot een goed einde gebracht.
Belijden wij dan eerst onze eigen schuld - dat wij haar zorgende en zorgvolle wenken niet ter harte namen - om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Ieder jaar reisden de ouders van Jezus
bij gelegenheid van het paasfeest naar Jeruzalem.
En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen
toen Hij twaalf jaar geworden was.
Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus,
terwijl zij terugkeerden,
in Jeruzalem achter,
zonder dat zijn ouders het wisten.
In de mening dat Hij Zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
Omdat zij Hem niet vonden,
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij temidden van de leraren zat,
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
Allen die Hem hoorden,
waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden.
Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem:
Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan?
Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.
Maar Hij antwoordde:
Wat hebt ge toch naar Mij gezocht?
Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?
Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
Hij ging met hen mee naar Nazaret
en was aan hen onderdanig.
Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.
Homilie
Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord", (Lc 2,35) had Simeon gezegd aan het begin. Dat geldt voor het moederschap over Jezus. Maar doordat Maria met het moederschap over Jezus ook moeder geworden is over ons, zijn haar pijnen ook om ons geweest. Trouwens wat is Jezus zonder ons? Jezus is niet te begrijpen zonder de Vader, zonder zijn goddelijke natuur, maar Hij is evenmin te begrijpen zonder ons. En die beiden, voor wie Jezus leefde, op wie Hij helemaal betrokken was: de Vader in de hemel en de mensen op aarde, hebben het leven van Jezus bepaald, maar die beiden hebben het leven van Jezus ook zo moeilijk te begrijpen gemaakt. Niet te volgen, zelfs niet voor zijn eigen moeder. Want wat te denken van dat gedrag van die twaalfjarige Jezus tegenover zijn moeder? Menselijkerwijze gesproken redeneert iedereen: 'daar heb je twaalf jaar voor zo'n jongen gewerkt en gezorgd, gevoed en opgevoed en dan laat hij je drie dagen lang met pijn naar hem vragen en zoeken, om tenslotte te moeten horen: "Wat hebt ge naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?"
Nee, natuurlijk wisten ze dat niet. Het valt beslist niet mee om de moeder van Jezus te zijn. Zoals het Jezus van zijn kant ook niet meegevallen moet zijn om de zoon van Maria te zijn. Want dat betekende dat Hij haar van meet af aan vertrouwd moest maken met zijn onbegrijpelijke Vader. Hij moest haar aardse moederhart zo wijd en zo groot maken als de hemel. De aardse huiselijke Nazaretachtige dimensies moesten worden uitgerekt en verwijd met de hemelse dimensies van het goddelijk Zoonschap. Het Kind van Jozef en Maria moest ook in het hart van Maria uitgroeien tot de Zoon van de Vader in de hemel. Een levenslangdurend conflict dat eindigde onder het kruis.
En hoe verwerkte Maria dit conflict daar in de tempel? Op een gewoon menselijke manier. Ze is een echte moeder: "Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht." Duisternis, onvermogen om Hem daarin te kunnen volgen. Maar dan staat er nog iets anders. Er is een vreemd vermogen in de mens om zich in een inktzwarte duisternis toch te kunnen oriënteren: het vermogen van het geloof. Daarin gaat Maria ons voor, daarin is zij moeder van Jezus en moeder van ons geworden. "Maria bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart", in haar onbevlekt hart. Dat betekent dat zij zich geen ogenblik over zichzelf heeft heengebogen, dat zij bij het overwegen van Gods plannen en Gods wegen niet in het minst gehinderd werd door zelfzucht, egoïsme, of op zichzelf betrokken zijn. Ze gaat vooruit op de weg die Jezus haar wijst naar de onbegrijpelijke Vader, die ze niet kan begrijpen, die ze niet kan vatten, maar van wie zij gelovig aanneemt dat Hij haar begrijpt, dat Hij haar omvat en kent en liefheeft. Zoals Hij kennelijk ook Jezus heeft lief gehad, anders had Jezus Zich niet zo op zijn Vader kunnen verlaten. "Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?" Dat 'moeten' staat als een 'heilig moeten' boven Jezus' leven en is ook als een heilig moeten in het leven van Maria gekomen. De innige toewijding, die liefdevolle genegenheid, die totale overgave waarmee Jezus Zich onderwierp aan dat moeten, is haar tot voorbeeld geweest om het ook zelf te doen, tot onder het kruis.