HH. Johannes Fisher, bisschop en
Thomas More, martelaren
Eerste lezing: 2 Koningen 19,9b-11.14-21.31-35a.36
Evangelie: Matteüs 7,6.12-14
Inleiding
Een nieuwe geest. Als je geest goed is, zuiver, rein, klaar als het licht, komt er vanzelf iets goeds uit. Als je verkeerde dingen doet, verkeerde woorden zegt, komt dat uit een verkeerd hart, zegt Jezus. Het komt uit een verkeerde Geest, wij vragen God eerst om een nieuwe geest. En dat is de gave die wij altijd zullen krijgen. "Als gij, ofschoon gij slecht zijt, goede dingen aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer dan zal uw hemelse Vader de heilige Geest schenken aan wie Hem daarom vragen" (Mt 7,11). Daar vragen we nu om. Hij zal het ons geven.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Geeft het heilige niet aan de honden.
En werpt uw paarlen niet voor de zwijnen,
opdat zij ze niet met hun poten vertrappen,
zich omkeren en u verscheuren.
Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen,
doe dat ook voor hen.
Dat is wet en profeten.
Gaat binnen door de nauwe poort,
want de weg die naar de ondergang voert
is wijd en breed
en velen zijn er die hem inslaan.
Hoe nauw toch is de poort
en hoe smal is de weg
die voert naar het leven.
En weinigen zijn er die hem vinden.
Homilie
Geeft het heilige niet aan de honden." Ons woord 'cynisch' is afgeleid van het Griekse woord 'hond'. De mensen in die streek hielden in die tijd in het algemeen geen honden als huisdier, ze kenden alleen maar zwerfhonden. Daaraan is de uitdrukking 'honds doen' ontleend, 'hondsbrutaal'. Iemand die geen geestelijk onderdak heeft, die in niets gelooft, reageert 'honds', cynisch, op wat gelovige mensen heilig is.
Aan het eind van de bergrede zegt Jezus: Je moet met mijn heilige woorden niet aankomen bij buitenstaanders. Het is goed om getuigenis af te leggen, dat moet je ook doen, maar je moet ook aanvoelen hoe iets bij iemand overkomt, of iemand er voor openstaat, ontvankelijk is. Of de heilige Geest in iemand werkt. Als dat het geval is, dan mag en moet je getuigen van het heilige waarvan je zelf leeft. Maar als dat niet het geval is, heb je te maken met een cynicus, dan is het beter om te zwijgen en je paarlen niet voor de zwijnen te gooien. Want ofwel ze zullen reageren met spot, cynisch, waanwijs, de wijsheid van de wereld stellen tegenover de dwaasheid van het evangelie, ofwel ze zullen boos worden, agressief, ze zullen de paarlen van je geloof met hun poten vertrappen, zich omkeren en je verscheuren. Hoe dikwijls zien wij niet hoe mensen in het evangelie boos worden om wat Jezus zegt, met name als Hij ze onderricht geeft in zijn kleine weg, de weg van het kruis. Als Petrus daarmee voor de eerste keer wordt geconfronteerd, vaart hij tegen Jezus uit, als had hij te doen met een onreine geest, zo'n soort woord staat er, hij drijft hem uit en hij zegt: "Dat verhoede God, Heer, zoiets mag U nooit overkomen" (Mt 16,22).
Toen de moeders hun kleine kinderen bij Jezus wilden brengen, de kinderen die nog lopen op die kleine weg, werden de leerlingen boos. "Bars wezen de leerlingen ze af (Mt 19,13). En de menigte in Jericho voer uit tegen de blinden langs de weg, die met hun schreeuwen de goede sfeer bedierven, de mensen snauwden hun toe te zwijgen (Mt 20,31). Dus mensen worden boos als ze hun leven moeten geven, dan komen ze in verzet. De eerste reactie van de menselijke natuur is: 'nee, ik wil niet.' Dat was zelfs bij Jezus zo. Laat deze kelk aan Mij voorbijgaan , en dan pas: niet wat Ik, maar wat Gij wilt (Mt 26,39),"
dat dan uw wil geschiede (Mt 26,42). Zoals de tweede zoon deed, toen zijn vader hem vroeg naar de wijngaard te gaan, hij zei: Nee, ik wil niet, maar later kreeg hij spijt en ging toch" (Mt 21,30).
Het is een smalle weg, door een nauwe poort, zegt Jezus zelf. Op die smalle weg kom je alleen maar terecht als je door zijn liefde bent geraakt, want Hij is zélf die smalle weg. Hij is zelf die smalle weg door de nauwe poort. Hij is die weg gegaan, omdat Hij die weg is, "Ik ben de weg, de waarheid en het leven" (Joh 14,6), daarom is Hij die weg gegaan, en daarom kunnen ook wij die weg gaan, wanneer wij ons verbinden in liefde met Hem. Wanneer wij, elke keer wanneer wij voor de onmogelijkheid staan ons leven te geven, ons bekeren, dan groeien wij in intimiteit, in liefdesverbondenheid met Hem, kunnen wij 'ja' zeggen op dat waarop onze natuur alleen maar 'nee' kan zeggen. Dat is de betekenis van de eucharistie, dat wij ons door zijn liefde laten verbinden met zijn levensoffer, en zo onszelf offeren.