Donderdag in de twaalfde week
       van het oneven jaar
Eerste lezing: Genesis 16,1-12.15-16 of 6b-12. 15-16
Evangelie: Matteüs 7,21-29  


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Niet ieder die tot Mij zegt:
Heer, Heer, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.
Velen zullen op die dag tot Mij zeggen:
Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd
en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven
en in uw Naam veel wonderen gedaan?
Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren:
Nooit heb Ik u gekend;
gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!
Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt,
kan men vergelijken met een verstandig man
die zijn huis op de rotsgrond bouwde.
De regen viel neer,
de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en stortte zich op dat huis, maar het viel niet in,
want het stond gegrondvest op de rots.
Maar ieder die deze woorden van Mij hoort
doch er niet naar handelt,
kan men vergelijken met een dwaas
die zijn huis bouwde op het zand.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij beukten dat huis,
zodat het volledig verwoest werd.”
Toen Jezus deze toespraak geëindigd had,
was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer.
Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden,
maar als iemand die gezag bezit.

Homilie      

“Toen Jezus deze toespraak geëindigd had, was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer. Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit."
Voor dat woord 'gezag' wordt een woord gebruikt dat eigenlijk zoveel betekent als: volmacht. Het is een volheid van macht, maar een macht die de gevolmachtigde niet van zichzelf heeft maar van een ander, door wie hij gevolmachtigd is. Jezus zou dat ook eens van zichzelf zeggen: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde" (Mt 28,18). Het is een geschonken macht, een gegeven macht. De mensen voelen als Jezus spreekt dat er een Ander is, een goddelijke Machthebber die aan Jezus dat gezag geeft dat zijn woord uitstraalt. Het is een goddelijk gezag, een goddelijke prestige, waardoor het een eigen, goddelijke overtuigingskracht en geloofwaardigheid heeft.

Jezus is een Man van God. Hij heeft alles te danken aan zijn Vader. Ook de mensen die Hem volgen, die de wil doen van mijn Vader die in de hemel is, hebben alles te danken aan God. En als er dan op de dag van het oordeel mensen tot Hem komen die Hem zeggen: "Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan?”, dan kennen we het antwoord dat Jezus bij een andere gelegenheid geeft: “Wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: we zijn onnutte knechten, we hebben alleen maar onze plicht gedaan" (Lc 17,10).

Als een mens niet doet wat Jezus doet, dat hij alles wat hij kan, wat hij doet niet terugleidt naar de Bron waaruit hij het krijgt, de kracht van God, maar als hij dat als een eigen prestatie zich toeeigent, dan bouwt hij zijn leven op zand. Dan wordt het afgewezen, dan houdt het geen stand, dan wordt het niet door God, de Rots, bevestigd. Als leerling van Jezus ben je in staat om met de gaven die je van God ontvangen hebt, iets eigenmachtigs te maken. In plaats van het te zien als een genade die je ontvangt en die je steeds weer opnieuw ontvangen mag, kun je het als een eigen bezit je toe-eigenen. Dat kunnen mensen met alle gaven van God doen, dus ook met de geestelijke gaven. Bijvoorbeeld een talent waarmee je anderen de ogen uit steekt, waarmee je goede sier maakt, zo van: kijk mij eens, en daarmee de gemeenschap ontwricht, en verdeeldheid brengt in de gemeenschap die een eenheid vormt onder Gods barmhartigheid, een eenheid van mensen die zondaars zijn, die zich zondig weten en door God worden gerechtvaardigd en niet door hun eigen goede werken. Voor God bestaat elke gemeenschap van mensen uit zondaars en een christengemeenschap bestaat uit mensen die beter weten dat ze niet beter zijn dan anderen, die beter weten dat ze zondaar zijn. Jezus "is niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars (Mt 9,13), mensen die zich bewust zijn van hun zondaar zijn. “God, wees mij, zondaar, genadig.” … “Deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere" (Lc 18,13).

Jezus wil dat de mensen bij elkaar blijven, zondaars en heiligen, want eigenlijk zijn er geen echte heiligen, eigenlijk zijn er alleen maar geheiligden. Er zijn geen rechtvaardigen, zelfrechtvaardigen, er zijn alleen gerechtvaardigden. Het is geen eigen werk, maar het is het werk van God. Een voorbeeldje: Theresia van Lisieux ligt op haar ziekbed. Het bed moest worden verschoond en een medezuster, een potige boerendochter, tilt haar uit bed, zodat anderen het bed kunnen verschonen. En terwijl zij haar in haar sterke armen houdt, merkt ze dat ze daarmee Theresia pijn doet, maar dat ze dat geduldig verdraagt. Ze zegt: 'O, Theresia, wat hebt u toch een geduld.' Ze wordt in de hoogte gestoken waardoor die anderen een beetje verlaagd worden. Er ontstaat dus een soort verdeeldheid ten opzichte van haar eigen medezusters en ze zegt meteen: 'Jullie begrijpen er ook niets van, ik, ik heb van mijzelf nog geen vijf minuten geduld. Ach, alle geduld dat ik heb, krijg ik van Hem.'

De eenheid gaat verloren doordat mensen de band met God te kort doen. De mensen eigenen zich toe wat van God komt, of schrijven het aan mensen toe en daardoor ontstaat er een verdeeldheid onder de mensen. Mensen die groot zijn, die het gemáákt hebben, en mensen die achterblijven en onvoldoende krijgen, die minder zijn. Dan krijg je dat de menselijke normen, de menselijke wijze van inschatten, de boventoon gaat voeren en dat leidt altijd tot verdeeldheid. Daarom is het goed alles terug te leiden tot God van wie het allemaal komt. De mensen die het minste zijn, worden dan door God verheven, geheiligd en gerechtvaardigd.
Dat is nu precies wat er in de eucharistie gebeurt: brood en wijn en ook de gelovigen worden opgenomen in de eenheidscheppende liefde van Jezus, die ze allemaal verzoent en ze opneemt in zijn mystieke Lichaam.