Donderdag in de dertiende week
         van het even jaar
Eerste lezing: Amos 7,10-17  
Evangelie: Matteüs 9,1-8


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd ging Jezus in een boot,
stak over en kwam in zijn stad.
Men bracht een lamme die op een bed lag naar Hem toe.
Toen Jezus hun geloof zag,, zei Hij tot de lamme:
“Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Enkele schriftgeleerden zeiden nu bij zichzelf:
“Die man spreekt godslasterlijk.”
Maar Jezus kende hun gedachten en zei:
“Waarom denkt gij kwaad bij uzelf?
Wat is gemakkelijker te zeggen:
Uw zonden zijn u vergeven, of
Sta op en loop?
Welnu, opdat ge zult weten,
dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven
- en nu sprak Hij tot de lamme -:
Sta op, neem uw bed en ga naar huis.”
En de lamme stond op en ging naar huis.
Toen de menigte dit zag,, werd zij door ontzag bevangen
en zij verheerlijkten God,
die zulk een macht gegeven had aan mensen.

Homilie      

Bij de mensen is het ook nooit goed. Spreekt iemand schuimbekkend met vloek en onheilsprofetieën tegen het huis Israël, dan krijgt hij te horen: "Ziener, je moet maken dat je wegkomt." En als Jezus het tegenovergestelde doet, barmhartigheid verkondigt, als Hij barmhartig is, denken de schriftgeleerden kwaad bij zichzelf. "Waarom denkt gij kwaad bij uzelf?" Jezus maakt dan zelf dat Hij wegkomt.
Jezus krijgt geen goed onthaal met zijn barmhartigheid, zoals Amos geen goed onthaal kreeg met zijn onheilsprofetieën, met zijn strafreden. Streng zijn is niet goed, zacht en vergevingsgezind zijn is ook niet goed. Toch is dat de kern van Jezus' boodschap, de inzet van zijn komst. Niet de macht om te genezen, genezingsmacht, maar de macht om te vergeven, vergevingsmacht. De genezingsmacht wordt ingezet als bewijsteken, als geloofwaardigheidsteken van zijn vergevingsmacht. "Opdat ge zult weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven,” daarom: “Neem uw bed en ga naar huis.” De genezingsmacht. “En de lamme stond op en ging naar huis. Toen de menigte dit zag werd zij door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God, die zulk een macht gegeven had aan mensen." Vergevingsmacht aan mensen is een goddelijke macht.

Wat is vergeven eigenlijk? Vergeven is iemand opnieuw laten beginnen, het oude leven waarin het kwaad de onderlinge verhoudingen verziekte, waarin het kwaad de boventoon voerde, wordt een nieuw leven, waarin de barmhartigheid, de tederheid, de vergevingsgezindheid met de zwakheid van de ander de boventoon voert. Dat heeft inderdaad iets van een opstanding uit de dood. Zoals Jezus dan ook zegt tot die man: "Sta op." Dat is hetzelfde woord als opstanding en verrijzenis, het is echte verrijzenis.

Nu denken wij bij zondenvergeving gemakkelijk aan de biecht, dat is niet verkeerd, want het is goed om te horen dat je zonden door God zijn vergeven, dat je van God weer mag meelopen. Maar ook als wij aan een ander iets vergeven gebeurt er iets goddelijks. "Zij verheerlijkten God, die zulk een macht gegeven had aan mensen", aan mensen die elkaar iets vergeven. Je vergeeft wat de ander je aangedaan heeft, je vergeet jezelf, je stapt over jezelf heen. Dat is moeilijk voor een mens, omdat een mens sowieso al op zichzelf is geconcentreerd en hoeveel temeer als hem door een ander kwaad is aangedaan. Als je vergeeft, laat je het betere van jezelf spreken. Je doet om zo te zeggen God na, die een vergevende God is, of meer nog, je doet met God mee. Je sluit je aan bij een vergevende God, die je van binnenuit tot vergeving beweegt. Zoals het met elk gebed is, met het eerherstel, zo is het ook met de vergeving. Dat werkt God in je uit, het is een goddelijke macht. Soms kun je bij vergeving inderdaad de ervaring hebben dat je het niet zelf doet, maar dat er een andere, een betere verhouding ontstaat doordat een Ander het betere in je bewerkt. Laten we ons dan overgeven aan God en Hem verheerlijken, "die zulk een macht gegeven heeft aan mensen", aan ons.

Wanneer wij samenkomen om de eucharistie te vieren, dan kun je ook zien wat God eigenlijk bedoelt. Iedereen mag hier meedoen, iedereen is gelijk, iedereen mag meezingen, iedereen mag mee aan tafel, meebidden. En dat zal ons, als we ons dat goed bewust maken, ertoe aanzetten om alle kwaaddenkende en wrokgedachten van dat iemand er niet bij hoort, van ons afzetten, zodat ieder van ons er bij mag horen, zoals wij het ook fijn vinden, dat wij er van God bij mogen horen.