Dinsdag in de dertiende week
     van het oneven jaar
       Heilige eerste martelaren van de Kerk van Rome


Eerste lezing: Genesis 19,15-29  
Evangelie: Matteüs 8,23-27


Inleiding  

Vandaag vieren we de gedachtenis van de eerste martelaren van de Kerk van Rome. Er is een hele basis nodig, een basis van mensen, die zich met hart en ziel hebben ingezet voor de navolging van Christus, om zulke toppen te bereiken als Petrus en Paulus. Dat zegt iets over wie de mensen zijn, welke mogelijkheden er in de mensen zitten. En dat zegt iets over wie Jezus is. Hij heeft zelf zijn leven gegeven en daarin zulk een liefdeskracht geopenbaard en meegedeeld, dat mensen in de ban van zijn navolging tot hetzelfde in staat zijn. Ook zij geven hun leven, zetten zich helemaal in, met hart en ziel, verstand en kracht. Soms door bloedige getuigenis, zoals de martelaren die wij vandaag herdenken.
Nadat in het jaar 64 de stad Rome door een brand was geteisterd, ontketende keizer Nero een Kerk- en christenvervolging. Hij gaf de christenen de schuld, want verdacht waren ze toch al. Er waren allerlei insinuaties tegen die merkwaardige christenen. Het was voor hem een koud kunstje om hen de zwarte Piet toe te spelen. Vele christenen vonden de dood door verschrikkelijke martelingen. De marteldood hoeft zich niet beslist op een bloedige wijze te voltrekken, het kan ook op een onbloedige wijze, en dat kan evenveel, of misschien wel méér inzet vragen. Dáár gaat het om: dat we ons leven geven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs


Toen Jezus in de boot stapte, volgden zijn leerlingen Hem.
Opeens raakte de zee in hevige beroering,
zodat de golven over de boot sloegen;
Hij echter lag te slapen.
Ze gingen naar Hem toe
en maakten Hem wakker met de woorden:
“Heer, red ons, wij vergaan!”
Hij sprak tot hen:
“Waarom zijt gij bang, kleingelovigen?”
Dan stond Hij op,
richtte Zich met een dwingend woord tot de winden en de zee,
en het water werd volmaakt stil.
De mensen stonden verbaasd en zeiden:
“Wat voor iemand is dat toch,
dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?”

Homilie  

“Toen Jezus in de boot stapte …"
Jezus is de Meester, Hij gaat voorop. Hij is steeds de eerste en dan volgen zijn leerlingen. Zo werden zij immers ook geroepen: "Volg Mij" (Mt 9,9). Kom, achter Mij aan. Jezus stapt als eerste in de boot en zijn leerlingen volgen Hem.
Hij is ook de eerste in de wijze waarop Hij de elementen trotseert. Er stak opeens een hevige storm op "en de golven sloegen over de boot, zodat deze al vol liep," staat er bij een andere evangelist (Mc 4,37). En Hij bleef maar slapen.

Hoe kan Hij slapen? Dat slapen van Jezus in de boot, terwijl de elementen tekeer gaan, is een profetische handeling. Door juist níet te handelen, maar te slapen, geeft Hij te kennen: Ik sta erboven, het doet Mij niets. Het is ook bedoeld als een voorspelling: zo zal het met zijn eigen dood ook zijn, de dood zal Mij niets doen, het is voor Mij een slaap, ze raakt Mij niet.

Bij een profetisch handelen hoort een profetisch woord, zoals dat ook met de sacramenten is. Sacramenten zijn handelingen, tekenhandelingen, die begeleid worden door een woord waarin dat teken wordt geduid. Het betekende wordt uitgesproken en dit gebeurt met het woord: "Waarom zijt ge bang, kleingelovigen?" Wij zouden misschien liever vragen: waarom zou je niet bang zijn? Hoe zou je niet bang zijn? We zijn toch geen God zoals Hij? Maar door ons geloof in God beschikken wij over de macht van God. Wij beschikken over de kracht van God om temidden van het geweld, temidden van een storm, een huisbrand, of een innerlijke brand, wanneer je hele hebben en houden van binnen in verwarring is, doodkalm te blijven. Jezus verwachtte dat van zijn leerlingen. Hij verwachtte van hen dat ze Hem niet zouden wekken, maar dat zij in vertrouwen op zijn aanwezigheid het in de storm zouden uithouden. Hij had hen dan kunnen prijzen, zoals Hij de heidense honderdman prees om zijn groot geloof. "Slechts één woord" (Mt 8,8).

Jezus komt hun klein geloof tegemoet met een wonder, een wonder voor de kleingelovige. Zo is het ook in ons leven. In de stormen van ons leven is Jezus aanwezig, let er maar eens op. U gelooft in zijn allerheiligste tegenwoordigheid in het heilig Sacrament? Waarom gelooft u dan niet in zijn aanwezigheid wanneer het in uw hart stormt? Daar is Hij en Hij verwacht dat u in die storm doodkalm zult blijven. Hij zal ons niet boven onze krachten beproeven, boven de kracht van ons geloof. Hij zal de stormen voor ons bedaren, zolang ons geloof nog maar klein is. Maar met de groei van ons geloof, zal ook ons vertrouwen in zijn tegenwoordigheid groeien. Dan zullen we Hem niet wekken, we zullen niet eens behoefte hebben Hem te wekken. Vol vertrouwen dat zijn Hart over ons waakt.

We zullen de stormen trotseren omdat de Koning van de storm in ons midden is, in ons hart rust. Dan zullen we niet meer zozeer uitzien naar de grote kalmte, omdat die grote kalmte in ons hart is. Jezus, de Heer, de Koning van ons hart.