Eerste lezing: Genesis 22,1-19
Evangelie: Matteüs 9,1-8
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd ging Jezus in een boot,
stak over en kwam in zijn stad.
Men bracht een lamme die op een bed lag naar Hem toe.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme:
Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Enkele schriftgeleerden zeiden nu bij zichzelf:
Die man spreekt godslasterlijk.
Maar Jezus kende hun gedachten en zei:
Waarom denkt gij kwaad bij uzelf?
Wat is gemakkelijker te zeggen:
Uw zonden zijn u vergeven, of:
Sta op en loop?
Welnu, opdat ge zult weten,
dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven
- en nu sprak Hij tot de lamme -
Sta op, neem uw bed en ga naar huis.
En de lamme stond op en ging naar huis.
Toen de menigte dit zag, werd zij door ontzag bevangen
en zij verheerlijkte God,
die zulk een macht gegeven had aan mensen.
Homilie
Als Jezus barmhartigheid verkondigt, als Hij barmhartig is, dan denken ze kwaad over Hem en daarom gaat Jezus uit Zichzelf weg. Hij wordt als het ware weggekeken. "Die man spreekt godslasterlijk. Bij een andere evangelist staat er nog bij: Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?" (Mc 2,7) Niemand kan immers de zonden ongedaan maken, goedmaken. Gedane zaken nemen geen keer, het blijft altijd waar dat je een ander leven had kunnen leiden. Je zou je handen, je met bloed bevlekte handen willen schoonwassen, je vuile handen reinigen. Je zou willen dat het niet gebeurd was. Maar het is gebeurd en het is niet ongedaan te maken. Je hebt vuile handen en die blijven vuil. Zo is het in ieder geval bij de mensen.
Maar wat is Gods antwoord op de zonden? Als de zondaar zich bekeert, is het dan voor Hem toch: eens een dief, altijd een dief? Voor altijd getekend met Kaïns teken op het voorhoofd? Getekend voor de mensen, getekend voor God? Nee, als God geloof ziet, openheid, is zijn reactie: "Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven." Hij ziet geloof bij de lamme en zijn dragers, maar Hij stoot op ongeloof bij de schriftgeleerden die erbij zaten. Die erbij záten! Die houding zegt ook al iets. Iedereen staat, zij zitten. Zij zijn immers schriftgeleerden, leraren. Ze kunnen dus oordelen. "Die man spreekt godslasterlijk," en op zich genomen is dat ook zo. Als een mens zegt: 'Ik vergeef u uw zonden,' eigent hij zich iets toe wat alleen God toekomt. In zoverre hebben zij gelijk. Niemand anders kan zonden vergeven dan God alleen.
Toch heeft Jezus het zo niet gezegd. Hij zegt niet: Ik vergeef u uw zonden, maar "uw zonden zijn u vergeven" (door God). Het is een theologisch passieve uitdrukking. God is het onderwerp van het vergeven, Hij staat er achter. Dat ze dát niet geloven, dat is eigenlijk hun zonde, dat ze niet geloven dat God wel eens achter het woord van Jezus zou kunnen staan. Zij geloven dat het met de zonden inderdaad zo is: boontje komt om zijn loontje, eigen schuld, dikke bult, je moet lijden, het kwaad wordt gestraft. Het kwaad straft zichzelf en daar staat God achter, dat geloven ze. Het is niet meer ongedaan te maken. Het is zo en het kan nooit anders worden. Dat ze in God geen andere mogelijkheid tegenover het kwaad zien, dát is hun zonde, dát is hun ongeloof. Het is een geslotenheid, een opgesloten zijn in hun menselijke overwegingen. Het is de hardheid van hun hart, hun starheid.
Het 'vergeven worden door de Vader' wordt uitgesproken door de Zoon, terwijl Hij weet wat er op het spel staat. Want zelf is Hij het Kind dat Zich vrijwillig ten offer zal brengen, en daar zal geen engel tussenbeide komen zoals bij Abraham, en ook geen twaalf legioenen engelen die de Vader onmiddellijk bereid is te zenden, zoals Jezus zegt (Mt 26,53). De Vader van zijn kant én de Zoon willen dat niet. Jezus wíl niet gered worden, en "de Vader heeft zijn eigen Zoon niet gespaard", zegt sint Paulus (Rom 8,32). Maar wij weten ook dat het de Zoon zelf is die Zichzelf niet heeft willen sparen. Daar heeft Hij nooit meer op terug willen komen.
Onze zonden zijn van ons uit nooit ongedaan te maken. Kwaad blijft kwaad. Het is gebeurd, het is nooit meer terug te draaien. Maar wat wíj niet kunnen, dat kan God, en Hij hééft het ook gedaan, want Jezus heeft zijn Bloed vergoten, vrijwillig, tot vergeving van de zonden. Hij heeft onze vuile handen schoon gewassen, met zijn Bloed gereinigd.
Dat is de nieuwe liefde. Het kwaad dat mensen doen en blijven doen, wordt door God blijvend goedgemaakt door een overmaat van liefde. Zijn liefde is groter dan het kwaad dat wij Hem aandoen. Dat is eerherstel, en aan dát eerherstel nemen wij deel wanneer wij eerherstel brengen.