Dinsdag in de veertiende week
        van het even jaar
Eerste lezing: Hosea 8,4-7.11-13 [II 159];
Evangelie: Matteüs 9,32-38 [III 160]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd bracht men Jezus een stomme
die door de duivel bezeten was.
Zodra de duivel was uitgedreven, begon de stomme te spreken.
De mensen zeiden vol verbazing:
“Nog nooit heeft men in Israël zó iets gezien.”
Maar de Farizeeën zeiden:
“De vorst der duivels stelt Hem in staat
de duivels uit te drijven.”
Jezus ging rond door alle steden en dorpen,
waar Hij onderricht gaf in hun synagogen
en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk
en alle ziekten en kwalen genas.
Bij het zien van die menigte mensen
werd Hij door medelijden bewogen,
omdat ze afgetobd neerlagen
als schapen zonder herder.
Toen sprak Hij tot zijn leerlingen:
“De oogst is wel groot
maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst
arbeiders te sturen om te oogsten.”

Homilie  

“In die tijd bracht men Jezus een stomme die door de duivel bezeten was",
een bezetene, een door de duivel bezetene, een 'beduvelde' staat er letterlijk. Jezus drijft de duivel uit. "Zodra de duivel uitgedreven was, begon de stomme te spreken." De goede geest is communicatief, mededeelzaam, schept gemeenschap, contact. De slechte geest sluit mensen in zichzelf op, isoleert mensen van elkaar. De reactie van de mensen is dan ook tweeledig: de goede geest brengt tot een reactie van bewondering: "Nog nooit heeft men in Israël zo iets gezien!", maar de slechte geest herleidt het goede tot iets slechts: het goede wordt in een kwaad daglicht gesteld, 'er zit een verkeerde bedoeling achter, de duivel heeft er de hand in!'

De Farizeeën, de leiders die op dat ogenblik de macht hebben, zijn bedorven. Zij denken in macht en niet in dienst: boven de ander staan in plaats van eronder, heersen en niet dienen. Macht kan een mens bederven. Het hart van de Farizeeën is bedorven door macht. Ze praten dan ook over macht, "de vorst der duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven." 'De machthebber van de duivels geeft Hem macht over de duivels.'

Mensen kunnen worden bedorven door de macht die ze hebben, maar ook door de macht die ze niet hebben, maar met alle geweld begeren te hebben, wanneer ze in gedachten bezig zijn met: 'wie zal het winnen, hoe kunnen wij dit erdoor krijgen, hoe krijgen we die persoon aan de macht', of als mensen altijd bezig zijn met woorden als: 'ze moesten dit, ze moesten dat …' (Wat Ignatius van Loyola 'decretisten' noemde, mensen die anderen decreten voorschrijven, bepalen wat ze volgens hen moeten doen).

In de eerste lezing schetst de profeet hoe een heel volk door de machthebbers naar de ondergang wordt geleid: ze hebben zich eigenmachtig leiders gekozen: "buiten mijn weten om." En ze kiezen hun eigen eredienst. Als het kwaad zo diep doordringt dat men, zoals de heidenen, zelf zijn goden maakt, dat zelfs degenen die aan God zijn toegewijd erdoor worden aangetast, als het kwaad doordringt tot bij het altaar, als zelfs het heilige wordt ontheiligd, dan breekt God het af. Een stortvloed van verwijten giet God over hen uit: "Ja, Efraim heeft zijn altaren talrijk gemaakt, maar ze dienden om te zondigen, altaren om te zondigen!” En tenslotte de straf: “Naar Egypte terug!" Dat betekent terug in de slavernij. De mens haalt het zichzelf op de hals, door de zonde valt hij terug in de slavernij. 'Laat ze maar teruggaan naar de slavernij waar Ik ze uit heb weggehaald. Wat Ik met eigen kracht en met mijn genade en wat ze door mijn goedheid hebben opgebouwd, zal worden afgebroken, als het heilige ontheiligd wordt.' Maar dat is niet het einde, niet in het Oude Testament, kijk maar naar de tussenzang, het psalmrefrein: "Israëls volk vertrouwt op de Heer."

Maar ook in het Nieuwe Testament is het kwaad niet het einde. Terwijl de leiders trachten Jezus zwart te maken bij de mensen en het goede dat Hij doet in een kwaad daglicht plaatsen, "ging Jezus rond door alle steden en dorpen.” Het is niet met macht dat Hij rondgaat, maar met medelijden: “Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder." Dat is de macht van Jezus: medelijden, de dienst van het medelijden, in plaats van de macht om te heersen.