Heilige Martelaren van Gorcum
(eigen lezingen)
Eerste lezing: 2 Korintiërs 4,7-25 [IV 62];
Evangelie: Matteüs 10,17-22 [IV 129]
Inleiding
Vandaag vieren we het feest van de martelaren van Gorcum. Negentien mannen die hun leven gaven voor hun geloof in de heilige eucharistie, de werkelijke tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus, en voor hun geloof in het primaatschap van de paus.
Beide zijn geloofspunten die de eenheid van de Kerk opbouwen en garanderen. Het Lichaam van Christus is in eenheid bewaard door de paus. Het mystieke Lichaam van Christus in de gestalte van brood en wijn; het Lichaam en Bloed van Christus werkelijk tegenwoordig, zo levend, dat het eigen leven daarbij kan worden losgelaten. Dat moet de inzet zijn van iedere eucharistie. Moge het ook de inzet zijn van deze eucharistie: dat God meer levend is dan wij en dat wij van Hem het leven ontvangen, steeds opnieuw, ook nu weer, zodat wij ons eigen leven los kunnen laten.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot de twaalf:
Neemt u in acht voor de mensen.
Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden
omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen
getuigenis af te leggen.
Maakt u echter wanneer men u overlevert
niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken:
op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden,
de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
en hen ter dood doen brengen.
Gij zult een voorwerp van haat zijn voor allen,
omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden.
Homilie
Ze zullen u overleveren aan de rechtbanken
" Wat moet je doen als je voor het gerecht wordt gedaagd, als je wordt vernederd, als je je onmacht voelt, je klein en machteloos weet. Dan mag je je niet verdedigen, zegt de regel (van de zusters Benedictinessen), zegt het evangelie. Dan mag u niet van uw zwakheid weglopen of u sterk maken door u te verdedigen, door motieven en argumenten aan te voeren ter verontschuldiging, ter verdediging van uw gedrag.
Mensen doen dan waartoe ze geneigd zijn: ze lopen weg van hun kleinheid en hun zwakte; ze verdedigen zich met eigen kracht, of gaan in de tegenaanval met woorden, gedachten of gevoelens, al naargelang men sterk is. De aanval is de beste verdediging. Maar dat moet je niet doen, want je hebt een andere kracht in je, zegt Jezus. Het zal je worden ingegeven door de heilige Geest, de Geest van Jezus, de Helper, de Trooster, de Getuige, de Pleitbezorger, de Bijstand, de Rechtsbijstand in een zaak, in een rechtszaak. De Advocaat die erbij wordt geroepen. Hij is er altijd, maar Hij komt pas in werking als je je zwakheid aanneemt, wanneer je die er helemaal wil laten zijn. Als het ware kopje onder in je zwakheid. Je niet verdedigen, niet je eigen geest laten spreken, maar de heilige Geest.
Je kunt je afvragen of Hij er echt is? Jazeker. Als je doormaakt wat de Zoon van de hemelse Vader heeft doorgemaakt, allicht dat dan de Geest van de Zoon en van de Vader in je spreekt. Misschien ben je bang. Wees niet bang, want de Geest staat ons bij, geeft ons kracht. "Maakt u niet bezorgd." De beste voorbereiding is: niet bezorgd zijn over wat je moet zeggen. De drang om jezelf te verdedigen laten varen. Dan ontstaat er ruimte, dan kun je de heilige Geest in je toelaten. Wees niet bezorgd over de toekomst, maar wees ontvankelijk, laat Gods Geest meer beslag op je leggen.
Dat gebeurt straks ook in de heilige eucharistie. Om het brood en de wijn te transformeren in het Lichaam en Bloed van Christus, roepen wij eerst de heilige Geest aan, in de epiclese voor de consecratie. Met de kracht van de Allerhoogste zijn wij in staat te doen, wat wij uit onszelf niet kunnen. Namelijk in te grijpen in het zijn, in de substantie van brood en wijn, in de substantie van ons eigen hart.