Eerste lezing: Genesis 41,55-57.42,5-7a.17-24a
Evangelie: Matteüs 10,1-7
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Matteüs
In die tijd riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij Zich
en gaf hun de macht
om de onreine geesten uit te drijven
en alle ziekten en kwalen te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen:
als eerste, Simon, die Petrus wordt genoemd,
met zijn broer Andreas;
Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes;
Filippus en Bartholomeüs,
Thomas en Matteüs de tollenaar,
Jakobus, de zoon van Alfeüs,
Thaddeüs, Simon de IJveraar
en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft.
Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht:
Begeeft u niet onder de heidenen
en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen;
gij moet veeleer gaan
naar de verloren schapen van het huis van Israël.
Verkondig op uw tocht:
Het Koninkrijk der hemelen is nabij.
Homilie
Het gaat niet goed in Kanaän, "want er heerste hongersnood." Dat is nu precies het tegenovergestelde van wat er in ons land aan de hand is. Wij leven juist in een maatschappij van overvloed. Je hebt armoedemaatschappijen en overvloedmaatschappijen. Wij leven in de overvloed, en ook wij maken het mee: in welvaart, in overvloed, heeft de mens de neiging God te vergeten. Maar dat kan ook als je niets hebt. Succes kan je naar je hoofd stijgen, je raakt los van jezelf, los van wat je klein maakt, je raakt voor je gevoel los van de aarde. Je begint een beetje te zweven, overmoedig te worden. Het is zo riskant wanneer mensen een tijdlang hun grenzen niet ervaren. 'Een dag zonder lijden - zegt Moeder Mechtildis - wat erg.' Wat gevaarlijk, als je je grenzen niet ervaart! Een mens is een begrensd wezen, dus als hij zijn grenzen niet ervaart, is hij niet helemaal zichzelf. Dan is hij hoger, groter dan hij is, dan gaat hij boven zichzelf uit. Als hij zijn grenzen niet ervaart, ervaart hij ook niet Degene die aan de andere kant van de grens staat.
Grenservaringen zijn nooit prettige ervaringen, ze geven je het gevoel dat de situatie zo niet zou moeten zijn, dat het een uitzondering is waar je zo snel mogelijk moet zien uit te komen. En je mag er ook wel uit komen, niet door boven jezelf uit te stijgen, maar door je begrensdheid van harte te aanvaarden, te omhelzen, te beminnen. Op die manier kom je van je grens af, kom je van het pijnlijke van je grens af, kom je bij Hem!
Als je je grenzen niet liefhebt, word je overmoedig. Dat kan ook een groep overkomen. Zo van: het gaat goed met ons, of: wij zijn kampioenen! Maar dan grijpt de Heer in, God zij dank! Als het goed gaat, komt de hoogmoed ten val. Onverwacht komt de genadeslag. Die komt altijd als je er niet op rekent. Plotseling, ineens. Dan worden de titels, de hoogheidtitels, lege woorden, omdat van alle titels en waardigheden het alleen God is die deze titel ten volle draagt. God is Koning, en Hij geeft, door gehoorzaamheid aan de overheden, leiding aan het volk.
In zo'n situatie spreken de profeten nogal eens dreigende woorden. Deze bedreigingen dienen niet om de toekomst te voorspellen, maar juist om een dreigende toekomst af te wenden, om de mensen tot bekering te brengen. Zoek God, leid een goed leven, laat je niet leiden door je succes, heb je grenzen lief. Probeer niet weg te lopen van je kleinheid, maar zoek haar juist. Dán kom je binnen de aantrekkingskracht van zijn macht.
"Jezus gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven." Jezus gaf hun de macht
? Ja, Hij gaf de twaalf leerlingen, dat wil zeggen een volk, die macht. De twaalf stammen, het volk van Jakob en daarom 'de twaalf'. Daarom ook het gebod zich niet onder de heidenen te begeven, en niet naar de Samaritanen te gaan.
Als je de namen van de apostelen die door de ene evangelist zijn opgetekend, vergelijkt met die van de ander, dan zijn ze verschillend. Het zijn niet dezelfde namen. Het gaat blijkbaar niet om die namen, maar om hun functie, het gaat erom als de twaalf heel het volk te vertegenwoordigen. Het gaat om een volk!
Weet u dan gezocht door Hem. Let niet zozeer op degene die het woord spreekt, maar denk aan de liefde van Hem bij wie dit woord zijn oorsprong heeft. Wat ik u verkondig: Het Rijk Gods is u nabij; Gods koningsheerschappij, zijn koninklijke zorg, zijn macht van barmhartigheid.
Wees ook niet bang. Probeer je in je leven niet groot te maken, groter dan je bent, of weg te lopen van je grenzen. Maak je niet groter dan je geschapen bent, uit angst misschien voor je kleinheid, uit angst je gevoelens te bezeren, of je aan je grenzen pijn te doen. Denk bij het ervaren van je grenzen en de pijn die je daarbij oploopt: dat is goede pijn, gezonde pijn. Het is groeipijn, want wij moeten nog groeien, weg van onszelf, weg van onze zelfgenoegzaamheid. Een geestelijk kind leeft van zijn leven, van zijn liefde. Daarvan is genoeg, overvloedig zelfs. Zoek het niet bij anderen, zoek het bij Hem. Hij geeft je brood in overvloed, liefde in overvloed.