Eerste lezing: Genesis 49,29-33;50,15-26
Evangelie: Matteüs 10,24-33
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
De leerling staat niet boven zijn meester
en de dienaar niet boven zijn heer.
Voor de leerling moet het voldoende zijn
behandeld te worden als zijn meester,
voor de dienaar als zijn heer behandeld te worden.
Als men het hoofd van het huisgezin
al Beëlzebub durft noemen,
hoeveel te meer dan zijn huisgenoten.
Weest niet bang voor hen.
Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets is verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren,
verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen
die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel;
vreest veeleer Hem die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
En toch zal buiten de wil van uw Vader
niet één mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd;
gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal ook Ik als de mijne erkennen
bij mijn Vader die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
hem zal Ik ook verloochenen
tegenover mijn Vader die in de hemel is.
Homilie
In het evangelie zegt Jezus: "Weest niet bang voor hen
"Weest niet bevreesd voor hen
En in het Oude Verbond zegt Jozef: Weest maar niet bang" en weest dus niet bang. Zo te horen is er wel degelijk iets om bang voor te zijn, anders zouden die herhaalde vermaningen niet nodig zijn geweest. Maar waar zouden wíj dan bang voor moeten zijn? Voor God en voor de mensen! En voor God moet je nog banger zijn dan voor de mensen. "Vreest veeleer Hem
" Maar de vrees voor God, de vreze Gods, is iets anders dan bang zijn. Vreze des Heren is eerder achting, hoogachting, eerbied. En deze hoogachting voor God wordt erbij gehaald, om de vrees voor de mensen buiten de deur te houden.
Blijkbaar is er dus reden genoeg om bang te zijn. Je hoeft je echt niet voor je angst te schamen. Die hoort bij het menselijk bestaan. Onze wereld is stikvol angst. Uit angst beveiligen mensen zich aan alle kanten tegen geweld, tegen criminaliteit. In onze economie is er in de sector beveiligingstechnieken en bewaking een goede boterham te verdienen. Maar het gevolg is dat mensen hun toevlucht nemen tot nog groter geweld, met het gevolg dat de angst weer toeneemt. Angst is er altijd geweest en zal er altijd blijven.
En wat zegt Jezus nu: Wees maar niet bang. Ze kunnen alleen maar je lichaam doden. Dat is ook niet niks. Dat is nu net alles! Daar zijn mensen juist het meest bang voor. Bang voor hun hachje, heet dat. En is de overlevingsdrang, de drang om te willen leven en te overleven, de overlevingsdrift, niet een van de sterkste instincten die God aan de mens heeft meegegeven? Daar zou je dan vrij tegenover moeten staan? Zo'n grote vrijheid komt meer voor dan je op het eerste gezicht zou denken of verwachten. Dat zie je aan de martelaren van onze tijd. Er zijn in deze tijd misschien wel meer martelaren dan er ooit eerder geweest zijn. Er is meer angst dan in andere tijden, meer angst om het leven te verliezen, maar er is misschien ook meer moed, meer moed om het leven te verliezen.
Wat is er nu met de angst aan de hand? Dat je bang bent, daar is niets mis mee. Angst overvalt je, dat is niet tegen te houden. Je mag best bang zijn. Je zou eigenlijk juist de moed moeten hebben om bang te zijn, durven bang zijn. Maar als de angst in je opkomt, geef je er dan niet aan over. Het spreekwoord zegt: 'Angst is een slechte raadgever.' Dat betekent dat je je niet door je angst moet laten leiden. Dat is iets anders dan niet bang zijn. Geef niet de teugels aan de angst uit handen. Laat de angst niet de koers van je leven bepalen. Stel geen daden uit angst. Angst heeft iets van een hond. Een hond reageert op angst, hij ruikt je angst en wordt dan des te agressiever.
Overigens hebben mensen soms ook iets van een hond. Kinderen reageren op angstige kinderen. Als ze merken dat kinderen bang zijn, gaan ze pesten, worden ze agressief. En hoe banger een kind is, des te agressiever wordt er door andere kinderen op gereageerd. Maar ook volwassenen kunnen soms heel primair reageren op bange mensen.
Het is met angst als met alle gevoelens. Je mag ze hebben, maar je mag ze niet zijn. Je mag angst hebben, maar de angst mag niet jou hebben, mag niet jou te pakken hebben. Ik ben in de greep van de angst, wordt er wel eens gezegd. Je mag rustig bang zijn, maar je moet iets hebben waardoor je je boven je angst laat uittillen. En dat is nu geloof. Denk maar aan de woorden van Jezus in het evangelie van vandaag: "Buiten de wil van uw Vader zal niet één mus op de grond vallen."
Wat kan ons boven onze angst uittillen? De zekerheid, het vertrouwen, dat God onze Vader is en met zijn hand ons bestaan beschermt. Hij komt wanneer wij vallen. Ze kunnen alleen maar je lichaam doden en dan nog maar alleen als God dat wil. Voor de rest kunnen ze niets. De ziel kunnen ze niet doden. Leef dus vanuit je ziel. Leef bezield. Dat is niet zielig, maar diep, vanuit God. Als het moeilijk is: let op je ziel. Als ze je het leven zuur maken, ga niet mee met je angst, maar let op je ziel, let op je geest. Let op wat er het allerdiepste is in je hart en wat iedere mens heeft gekregen die gelooft en gedoopt is: de heilige Geest. Let op wat er innerlijk in je blijft: de bezieling van Jezus, vertrouwen op God.