Vrijdag in de vijftiende week
      van het even jaar
Eerste lezing: Jesaja 38,1-6.21-22.7-8 [III 177];
Evangelie: Matteüs 12,1-8 [III 178]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs


Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden;
zijn leerlingen nu kregen honger
en begonnen aren te plukken en te eten.
De Farizeeën zagen dat en zeiden tot Hem:
“Uw leerlingen doen daar iets wat op sabbat niet geoorloofd is.”
Jezus gaf hun ten antwoord:
“Hebt ge niet gelezen wat David deed
toen hij en zijn metgezellen honger kregen?
Hoe hij het huis van God binnenging en de toonbroden opat
die noch hij, noch zijn metgezellen
maar alleen de priesters mochten eten?
Of hebt ge niet in de Wet gelezen
dat de priesters elke sabbat in de tempel de sabbat schenden
en toch niet schuldig zijn?
Ik echter zeg u:
Hier is méér dan de tempel.
Indien het maar tot u doorgedrongen was wat het zeggen wil:
Ik wil liever barmhartigheid dan offers,
dan zoudt ge deze onschuldigen niet veroordeeld hebben,
want de Mensenzoon is Heer van de sabbat.”

Homilie    
 

In het evangelie van vandaag gaat het allemaal over eten en drinken. De leerlingen eten van de aren die ze plukken en David en zijn metgezellen aten toonbroden uit het huis van God. Daaraan kun je zien dat Jezus en zijn leerlingen gewone mensen waren, bezig met de gewone menselijke dingen. Het menselijk leven hangt aan elkaar van eten en drinken. Hoeveel tijd wordt er niet besteed aan eten en drinken, het opeten en het opdrinken, maar ook de zorg daarvoor: foerageren en klaar maken. Als iemand niet meer kan eten, gaat hij dood. Eten en drinken is dus een levenszaak, een kwestie van leven en dood. Daarom zal God, als Hij een God van mensen is, ook in zijn leven en samenleven met de mensen eten en drinken.

Het gaat echter bij eten en drinken niet om het eten en drinken zelf. "Een mens leeft niet van brood alleen maar van alles wat uit de mond van God voortkomt" (Mt 4,4; vgl. Lc 4,4; naar Dt 8,3). Zo is het tussen God en de mensen en zo is het ook tussen de mensen onderling. Het gaat om de lieve woordjes die de moeder het baby'tje toefluistert als ze het de borst of de fles geeft, en het gaat om de liefde die zich daarin uitdrukt en daarin gecommuniceerd wordt. Ze zeggen wel eens 'met de moederborst iets indrinken'. Dat is zo met deze gewoonte, maar dat is ook zo met de mooiste gewoonte van de mensen: de ander lief te hebben. De liefde wordt ingedronken. Is het daarom dat het drinken door borstvoeding zoveel gezonder wordt genoemd dan het drinken uit de fles? Wanneer ouders met hun kinderen aan tafel zitten, dan krijgen de kinderen natuurlijk dat eten en drinken, maar waar het eigenlijk om gaat, - en dat zie je niet - dat is de liefde die in dat geven van het voedsel schuilgaat.

In de omgang met zijn leerlingen is dat bij Jezus precies hetzelfde. En ook in de omgang van Jezus met ons. Hij geeft méér, Hij geeft zijn Lichaam, zijn Bloed. In dat méér geeft Hij een teken van zijn liefde tot het uiterste toe. En om zich dat méér te binnen te brengen, heeft God voor zijn volk een rustdag gegeven, een sabbat. Maar nu gebeurt er op zo'n sabbat iets bijzonders. De leerlingen hadden honger. Er was geen geld in de beurs om eten te kopen. Ze waren arm en daarom zei Jezus: Het is pas oogst geweest en volgens de wet hebben de maaiers dan aan de rand van hun akkers wat laten staan voor de armen. We zijn arme mensen en God de Vader wil ons nu voeden door wat de maaiers hebben achtergelaten. We zullen dus naar de korenvelden gaan om de halmen te plukken die ons door de Vader zijn overgelaten.
Dat mocht sowieso al, ook buiten de oogsttijd, want er staat in het boek Deuteronomium: "Wanneer ge door het korenveld van uw naaste komt, moogt ge wel met de hand aren plukken, maar niet de sikkel slaan in het te velde staand gewas" (Dt 23,26).
Zo gezegd zo gedaan. Ze liepen door de korenvelden en plukten de aren, wreven die met hun handen stuk en aten ze op. Op die manier kregen ze toch een hele maaltijd binnen.

Een idylle! Het tafereel is al dikwijls in beeld gebracht met die pastelachtige kleuren: Jezus met zijn leerlingen wandelend tussen de korenvelden. Maar er is nog een andere idylle waarvan Jezus genoten moet hebben. Hoe zijn Vader zijn Zoon en zijn vele kinderen voedt uit zijn eigen schepping en uit zijn eigen Verbond, waarin Hij het zo heeft geschikt, dat de mensen op het idee kwamen om voor de armen een stuk ongemaaide akker over te laten voor hun voedsel. De arme mensen, beschermd en gevoed door de hemelse Vader.

Maar nu komt er iets waardoor Jezus' schone idylle verstoord wordt. De Farizeeën zagen het gebeuren en zeiden tot Hem: "Uw leerlingen doen daar iets wat op sabbat niet geoorloofd is." Mogen ze dan niet eten op sabbat? Jawel, maar niet het eten klaar maken, en om de aren te kunnen eten, moesten ze stuk gewreven worden, en dát mocht niet. En misschien hadden ze zich ook niet gehouden aan het bijkomende gebod, dat men zich maar zoveel honderd meter mocht verwijderen van huis. Het eten klaar maken moest namelijk van tevoren geschieden, op de dag vóór de sabbat, zodat je op de sabbat zelf de voorgeschreven rust in acht kon nemen, dat hoorde immers bij de regels. Bij de wetten horen beschermende, ondersteunende regels, waardoor de eigenlijke bedoeling van de wet beter in praktijk gebracht kon worden. Maar dat zijn mensenwetten, zoveel als huisregels, die alleen verplichten in de mate dat zij helpen de eigenlijke wet, de eigenlijke regel te onderhouden. Die ondersteunende regels zijn een eigen leven gaan leiden, los van de eigenlijke wet van de sabbatrust. Gevolg is, dat als een op zich goede wet, door God zelf ingesteld, met zoveel regels wordt omgeven, de eigenlijke bedoeling van de wet, de rust, erdoor wordt aangetast, dat de geestelijke idylle van Jezus, wandelend met zijn leerlingen tussen de korenvelden, er door werd aangetast.

Nu is het Jezus zelf, de Zoon van de hemelse Vader, die de barmhartigheid van de hemelse Vader vertolkt en Hij zegt dan ook: Ja maar, hier is méér, hier is méér dan David, hier is méér dan de tempel, hier is méér dan de priester, hier is de Mensenzoon, de Heer van de sabbat. Niet dat Hij de sabbatswet wil overtreden, maar Hij wil er wel de juiste uitleg aan geven, de juiste interpretatie. En wat is dan die interpretatie? Dat God met zijn liefde de rust van de sabbat inhoudt. Dat Hij de inhoud is van de sabbatrust. "Ik zal u rust en verlichting schenken" (Mt 11,28), hebben we gisteren gehoord. In alle moeilijkheden, in alle onrust, kan Hij u verlichting schenken, en u kunt er van verlost en bevrijd worden door Jezus zelf, door zijn woord én zijn zelfgave.