Maria op zaterdag
Eerste lezing: Micha 2,1-5
Evangelie: Matteüs 12,14-21
Inleiding
In het openingslied zongen wij van Maria dat zij de reinste der schepselen is. Is het dan zo dat alle schepselen rein zijn, en zij de allerreinste? Nee, zo is het niet. Zij is de enige die rein is, de anderen zijn onrein en zij worden rein gemaakt. Dat zie je in haar leven dat zij geleefd heeft temidden van de onreinen. Hoe ging zij om met het kwaad? Hoe ging zij om met de onreinheid van de anderen, die haar, evenals haar Zoon, haar Kind, kwaad hebben aangedaan? Wij vieren haar als de Moeder van barmhartigheid. Zij vergeldt geen kwaad met kwaad, maar zij vergeldt kwaad met goed. Zij beantwoordt haat met liefde, barmhartige liefde. Dat is onze moeder en dat is de Zoon.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd verlieten de Farizeeën de synagoge
en smeedden plannen om Jezus uit de weg te ruimen.
Maar omdat Jezus dit wist trok Hij vandaar weg.
Velen volgden Hem, en Hij genas ze allen.
Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken,
opdat in vervulling zou gaan
het woord door de profeet Jesaja gesproken:
Zie, mijn Dienaar die Ik heb verkoren,
mijn Welbeminde, in wie mijn ziel behagen vond.
Ik zal mijn geest op Hem doen rusten,
Gods Wet zal Hij verkondigen aan de volkeren.
Hij zal twisten noch schreeuwen
en op straat zal men zijn stem niet horen.
Een geknakt riet zal Hij niet breken
en een smeulende vlaspit niet doven,
voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd;
en op zijn Naam zullen de volkeren hopen.
Homilie
In het evangelie horen we dat de Farizeeën de synagoge verlieten en plannen smeedden om Jezus uit de weg te ruimen, en de eerste lezing verhaalt ons hoe de machthebbers van Israël misbruik maken van hun macht. Begeren ze akkers dan roven zij die; begeren zij huizen dan nemen ze die! Dat is wat mensen elkaar aandoen. Maar hoe erg het ook is wat mensen elkaar aandoen, belangrijker is hoe God reageert op het kwaad van de mensen. Omdat Jezus dit wist trok Hij vandaar weg." Toen al was Hij zo.
We zijn in het evangelie van Matteüs aangeland in het twaalfde hoofdstuk. Eigenlijk zijn we nog pas aan het begin en toch zijn we er al aan gewend dat Jezus reageert op het kwaad met een goed hart. Hij is het Lam Gods. We bidden dan ook: 'Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonde van de wereld.' We verbazen ons er niet meer over. Wij verbazen ons niet meer, zoals die heidense hoveling van de koningin van Ethiopië, die terugkerend van zijn pelgrimage naar Jeruzalem in zijn reiskoets hardop uit de profeet Jesaja aan het lezen was: "Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid; en evenals een lam, stom tegen zijn scheerders, opende Hij zijn mond niet
Wie zal zijn geslacht kunnen beschrijven? (Hnd 8,32-34; vgl. Js 53,7-8). Hij was stomverbaasd en hij wilde weten van wie de profeet dat zegt. Zegt hij dit van zichzelf of van een ander? En uitgaande van deze tekst verkondigde Filippus hem Jezus" (Hnd 8,35). Het ging over Jezus.
Ook bij Petrus kunt u de verbazing horen in de manier waarop hij Jezus beschrijft in zijn brief aan de pasgedoopten. "Hij heeft geen zonden gedaan en in zijn mond werd geen bedrog gevonden. Als Hij gescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem, die rechtvaardig oordeelt (1 Pe 2,22-23). Dat plaatje, dat Petrus beschreef en aan zijn leerlingen toonde, zien we hier voor onze ogen gebeuren. Ze smeedden plannen om Hem uit de weg te ruimen, en Hij doet niets. Jezus ging vandaar weg, omdat Hij dit wist." Hij gaat er niet tegenin. Jezus beantwoordt het ene moordplan niet met het andere, Hij bedenkt geen slimme strategie, Hij stelt geen macht tegenover macht, geweld tegenover geweld.
Toch gaat het niet zozeer om wat Hij doet, maar om wat Hij denkt en wat Hij voelt in zijn hart. "Hij zal twisten noch schreeuwen en op straat zal men zijn stem niet horen. Een geknakt riet zal Hij niet breken en een smeulende vlaspit niet doven voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd. Zo wil Hij dat ook zijn volgelingen doen. Hij wil dat zijn volgelingen zo reageren. Velen volgden Hem en Hij genas ze allen. Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken." Jezus wil niet dat ze een achterban vormen, dat zou te gemakkelijk zijn, want dan hoefde Hij het niet zelf te doen, de publieke verontwaardiging zou het dan wel overnemen. Hij zou een machtige achterban kunnen vormen, een leger van mensen die voor Hem opkwamen en daar zouden zijn tegenstanders wel bang voor zijn. Maar niets daarvan. Hij is als een lam.
"Hij zal twisten noch schreeuwen
Een smeulende vlaspit niet doven." Nu denkt u wellicht: dat doet Hij alleen niet bij arme en zieke mensen. Maar niets is minder waar, Hij doet dat juist niet bij zijn tegenstanders. Deze hebben nog maar een heel klein beetje geloof, een heel klein beetje goede wil en dat wil Hij niet uittrappen, daar wil Hij niet hard tegen optreden, daar wil Hij niet onverschillig tegenover staan, reageren op een manier van: graag of helemaal niet! Nee, "Jezus ging van daar weg omdat Hij dat wist." Hij bedenkt een soort uitstel, een soort pauze in de strijd, zodat de standpunten en de harten zich niet verder verharden, en Hij geeft ze de gelegenheid om de smeulende vlaspit, van binnenuit, uit vrije wil, langs de weg van de zachtmoedigheid, van de verdraagzaamheid, de lijdzaamheid, van het respect voor de vrijheid van de ander, weer te doen opvlammen. Hij dwingt niet.
Stel u eens voor dat iemand zo zou reageren. Stel je voor dat iemand van ú zo zou reageren. Je wordt voor de gek gehouden, je wordt om de tuin geleid, ze hebben je erin laten lopen, of ze hebben je iets afgenomen waarop je meent recht te hebben. En je gaat dan niet zitten mokken, of vanuit de moordkuil van je hart moordplannen koesteren, plannen om de ander het leven onmogelijk te maken, het leven zuur te maken, maar in plaats daarvan komen er alleen maar gedachten van liefde uit je hart, van welwillendheid, van deernis, om die ander te helpen. Zo van: laat ik nu maar even niets zeggen waarmee ik die ander misschien alleen maar breek, kapot maak; waardoor ik die ander schade zou toebrengen. Nee, "Leert van Mij, Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29).
Jezus wil dus dat zijn volgelingen precies zo zijn en precies zo reageren op het kwaad als Hij. Hij wíl dat niet alleen, Hij brengt je in een klimaat van liefde, waardoor je dat ook van binnenuit kunt opbrengen. Niet als een voorschrift, een regel, een maniertje, maar als een inwendige gesteltenis van je geest die onderricht en gezalfd is door de heilige Geest.