Dinsdag in de vijftiende week
      van het oneven jaar
             

Eerste lezing: Exodus 2,1-15a
Evangelie: Matteüs 11,20-24


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die dagen begon Jezus de steden
waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd,
te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden.
“Wee u, Chórazin; wee u Betsaïda!
Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben,
indien bij hen de wonderen waren gebeurd,
die bij u hebben plaats gevonden.
Ja, Ik zeg u:
Het lot van Tyrus en Sidon zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag
dan dat van u.
En gij, Kafarnaüm,
zult ge soms tot de hemel toe verheven worden?
Tot in de onderwereld zult ge neerzinken.
Als in Sodom de wonderen gebeurd waren die bij u zijn geschied,
het zou tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan.
Toch, Ik zeg u:
Het lot van het land van Sodom
zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.”

Homilie  

“Ze noemde hem Mozes, want, zo zei ze: Ik heb hem uit het water getrokken."
Mozes, een Egyptische naam, die ook in faraonamen voorkomt, zoals Toethmoses, farao Toethmoses; het betekent eigenlijk niets anders dan 'kind'. Maar in het Hebreeuws betekent het 'de uit het water wegtrekkende', 'de uit het water reddende', actief, de reddende, want Mozes heeft Israël uit het water gered, uit het water van de Rode Zee. Maar eerst moest hij zelf uit het water gered worden. Precies zoals wij. In het doopsel zijn ook wij uit het water getrokken. We zijn eigenlijk allemaal Mozes. God heeft ons uit het niets opgehaald, uit het niets van de schepping, uit het dubbele niets van de zonde. Aan de waterkant van onze ondergang stond een liefdevolle gestalte: de Heer zelf. Hij heeft ons met zijn liefde voorkomen. Hij omringt ons met zijn liefde. Vóórdat er iemand was in ons leven, was Hij er al met zijn liefde. En als niemand er meer zal zijn die nog iets voor ons kan doen, of nog iets voor ons kan voelen, God zal er altijd zijn.

Deze geschiedenis van Mozes in het biezen mandje heeft een dubbele bodem. Dat kleine kindje werd in een biezen mandje, een korfje, in de Nijl gezet. Dat woord 'biezen mandje', 'korfje', is in het Hebreeuws 'arch', ark. De ark staat aan het begin, en het biezen mandje staat aan het begin. De ark van Noach staat, na de zondvloed, aan het begin van een nieuwe mensheid, en het biezen mandje vormt het begin van een nieuw volk Israël. En wij zijn allemaal opgenomen in de ark van de Kerk, we zijn als Mozes.

God begint opnieuw, maar die wonderbaarlijke redding begint met een mislukking. Een spontane opwelling van medelijden leidt tot een spontane uitbarsting van geweld, die tot niets leidt, want Mozes staat in een veld van krachten waartegen hij niet is opgewassen. Eerst moet hij door een hoger gezag worden aangewezen, geroepen, aangesteld tot de leider van het volk, zodat ze niet meer kunnen zeggen: "Wie heeft u als heer en rechter over ons aangesteld?"

Mozes sloeg die Egyptenaar neer vanuit een eerlijke zorg, vanuit een gerechtvaardigde woede, maar hij overschatte zichzelf. Hij beschikte als een God over leven en dood. Als God je uit de ondergang heeft gered, is het gevaar niet denkbeeldig dat je je iets gaat verbeelden, zoals de steden Bethsaïda en Kafarnaüm. God heeft hen met wonderen begenadigd, zoals Hij ons met wonderen begenadigt. Voortdurend worden wij omringd door wonderen van Gods genade. Maar Tyrus en Sidon, bij uitstek heidense steden vol rijkdom en hoogmoed, en Sodom, afschrikwekkend voorbeeld van de zonde, zullen er op de dag des oordeels beter afkomen dan mensen die, overladen met wonderen van genade, er niet naar hebben geleefd. De genade van God zal zich tegen ons keren, wanneer wij er niet aan beantwoorden. Doe iets met de genade zolang je er nog iets mee kunt doen, zodat de genade zich aan het einde niet tegen je keert. We leven nu in het einde der tijden, - ik bedoel niet in de geschiedenis - maar elke keer wanneer wij binnen de Kerk de sacramenten vieren, leven wij van het onderpand van de komende glorie. Die is nu al onder ons. Moge die ons heel de dag door begeleiden.