Zaterdag in de vijftiende week
      van het oneven jaar
                           

Eerste lezing: Exodus 12,37-42
Evangelie: Matteüs 12,14-21


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd verlieten de Farizeeën de synagoge
en smeedden plannen om Jezus uit de weg te ruimen.
Maar omdat Jezus dit wist, trok Hij vandaar weg.
Velen volgden Hem en Hij genas ze allen.
Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken,
opdat in vervulling zou gaan
het woord door de profeet Jesaja gesproken:
“Zie, mijn Dienaar die Ik heb verkoren,
mijn Welbeminde, in wie mijn ziel behagen vond.
Ik zal mijn geest op Hem doen rusten,
Gods Wet zal Hij verkondigen aan de volkeren.
Hij zal twisten noch schreeuwen
en op straat zal men zijn stem niet horen.
Een geknakt riet zal Hij niet breken
en een smeulende vlaspit niet doven,
voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd;
en op zijn Naam zullen de volkeren hopen.”

Homilie  

Een volk trekt weg, in de nacht, in haast. De Israëlieten trekken weg uit het land van de Egyptenaren. In haast, zonder enige proviand van betekenis, alleen wat ongezuurde koeken, die niet zo gauw bederven. Ongedesemd brood. We gebruiken het nog bij onze eucharistische maaltijd. Geen gewoon brood, maar ongedesemd brood, als een herinnering eraan dat wij bevrijd zijn, verlost, zoals de Israëlieten. 's Nacht trokken zij weg en "de Heer waakte die nacht om hen uit Egypte weg te voeren." Daarom waken de Israëlieten deze nacht voor de Heer, alle geslachten door. De Paasvigilie, de Paasnacht, dan waken wij en doen als de Israëlieten: wij waken om zijn waakzaamheid te vieren. "De Heer waakte die nacht om hen uit Egypte weg te voeren." Wij zijn bezig met onze uittocht, onze bevrijding. Wij trekken weg uit onze ikzucht. Daarin zijn wij gevangen, daaraan zijn wij verslaafd, zoals de Israëlieten in de macht van de Egyptenaren waren. Het één is een beeld van het ander.

Datzelfde zien we nu ook in het evangelie. Jezus omringd door zijn doodsvijanden. "De Farizeeën smeedden plannen om Jezus uit de weg te ruimen.” “Hij trok van daar weg. Velen volgden Hem." Ook hier een wegtrekken, een heel volk, met Jezus mee. Daar is zichtbaar, wat hier in de Kerk onzichtbaar gebeurt. En het geschiedt opnieuw in de nacht, dat wil zeggen in het verborgene, en er heerst een wet van heilig stilzwijgen. "Hij drukte hun op het hart Hem niet bekend te maken." Het onderschrift bij dat tafereel, die stilzwijgende en Zich in stilzwijgen onderdompelende Jezus, het onderschrift dat Matteüs daarbij te binnenschiet, is een gedeelte uit het lied van de lijdende dienstknecht. Hij citeert daaruit: "Hij zal twisten noch schreeuwen en op straat zal men zijn stem niet horen" (vgl. Js 42,1-4).
Verborgen, nederig, zonder ophef, eenvoudig, niet van plan het op te nemen tegen zijn machtige vijanden. U moet zich dat voorstellen. Een machtige vriend wordt je vijand. Hij kan je maken en breken en hij zal het op een gegeven ogenblik ook doen. Op een gegeven ogenblik zal hij toeslaan. En dan zó reageren. Jezus deed niets.

Het komt nogal eens voor dat er missionarissen vermoord worden. Dikwijls weten ze dat ze vermoord konden worden. Ze werden bedreigd, maar liepen niet weg. Zij grendelden hun huis niet af, zij waarschuwden de politie niet, zij gingen gewoon in alle rust door met hun werk. Gewoon priester zijn, zielzorg. En is dat werk nu afgebroken nu ze vermoord zijn? Nee, nu zijn zij pas echt priester, want zij gaven hun leven voor hun schapen, zoals priester Jezus. In hun dood zijn zij pas echt vruchtbaar geworden.

Dus als je het slachtoffer bent en je kunt het niet veranderen - en hoeveel dingen in je leven kun je niet veranderen? - geef je eraan over, Hij is erbij. Hij waakt, Hij waakt dag en de nacht, Hij is er altijd. Zoals Hij hier altijd is in het uitgestelde Allerheiligste, dag en nacht, en daarom moeten er ook altijd aanbidsters zijn. In de nacht waakt Hij, opdat zijn waakzaamheid op een bijzondere manier wordt ervaren. Dat mag zijn de nacht van de tijd, maar ook de nacht van de zinnen, de nacht van de geest. Als je ergens mee zit, als je aan de grens van je kracht bent, lijkt het alsof er niets gebeurt. Maar er gebeurt wel wat. Dan gebeurt het geloof. Dan gebeurt het geloof in Gods waakzaamheid. Dan gebeurt God. Zelf gaf Jezus de voorkeur aan de nacht. "Hij bracht de nacht door in gebed tot God" (Lc 6, 12). Om ons voorbeeld te zijn, opdat wij onze nacht van geest en zinnen doorwaken in diezelfde mentaliteit, in de vreze Gods en in godsvertrouwen.