Donderdag in de zestiende week
      van het oneven jaar

Eerste lezing: Exodus 19,1-2.9-11.16-20b  
Evangelie: Matteüs 13,10-17


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd kwamen de leerlingen Jezus vragen:
“Waarom spreekt Gij tot de menigte in gelijkenissen?”
Hij gaf hun ten antwoord:
“Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk der hemelen te kennen,
maar aan hen is het niet gegeven.
Aan wie heeft, zal gegeven worden, en wel in overvloed;
maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.
Als Ik tot hen spreek in gelijkenissen,
dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben, niet zien
en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen.
Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt:
    Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan,
    met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien.
    Want verhard is het hart van dit volk,
    met hun oren luisteren ze slecht
    en hun ogen doen ze dicht,
    uit vrees dat ze zouden zien met hun ogen,
    met hun oren zouden horen,
    met hun hart zouden verstaan,
    zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.
Gelukkig úw ogen, omdat zij zien, en úw oren, omdat zij horen!
Want voorwaar, Ik zeg u:
vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet,
maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort,
maar zij hebben het niet gehoord.”


Homilie

Jezus sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen. Waarom?, vragen zijn leerlingen: "Waarom spreekt Gij tot de menigte in gelijkenissen? Dan komt er een antwoord zoals alleen Jezus kan verzinnen: “Opdat zij zouden horen en toch niet verstaan, opdat zij zich niet zouden bekeren en Ik hen niet zou genezen"!!! Maar dat kan toch niet de oorspronkelijke bedoeling van Jezus geweest zijn. Waarom zou Jezus anders in parabels gesproken hebben dan zoals bij Marcus staat: omdat dat de wijze was die zij konden verstaan: "Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen” (Mc 4,34). “In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Hij hun zijn leer op de wijze die zij konden verstaan" (Mc 4,33).

Maar als de parabels niet tot Hem hebben geleid, als de gelijkenissen niet tot de werkelijkheid hebben geleid waarvan de gelijkenissen een beeld zijn, als ze je niet bij Jezus hebben gebracht, dan helpen ze niet, dan brengen ze je op een dwaalspoor. Want wat doet Jezus in de parabels? Wat anders dan het geheim van zijn eigen Persoon uitleggen. Wat is het geheim van zijn persoon? Wat anders dan een geheim van sterven ten leven. Precies het geheim van de natuur, van het zaad in de akker. Hoe het gaat in de natuur, dat konden ze begrijpen. Daar waren ze immers altijd mee bezig: goede grond is vruchtbaar, want ontvankelijk voor de groeikracht van het zaad, slechte grond, rotsige ondergrond, niet veel aarde, distels en doornen, is niet ontvankelijk voor de groeikracht van het zaad enz. Ze wisten er alles van. Dagelijkse stof van gesprek. Negentig tot honderd procent van de mensen van Jezus' tijd en land leefde van de landbouw. Als ze nergens anders over wisten te praten, dan daarover. Zoals bij ons over het weer. Ja, die kant van het gewone menselijke denken en voelen, daar knoopt Jezus bij aan. Daar was Jezus een meester in:  bij hun deurtje naar binnen gaan om door zijn eigen deurtje eruit te komen. Maar juist daarvan waren de mensen niet gediend. Zij moesten dan over hun eigen natuur heen springen.
Het eigen deurtje van Jezus was immers, dat het met de mens zo moet gaan als met een zaadje: sterven om te verrijzen. En dat het zo ook  met de Messias zou moeten gaan … ! Dat is ongelofelijk! Dat stuit iemand tegen de borst. Die sprong hebben de luisteraars van de parabels veelal niet kunnen maken.

Maar als de parabels daar niet landen, bij Jezus, dan hebben ze geen enkel nut. Wanneer een parabel niet leidt tot Hem, dan zul je er alleen maar door op een dwaalspoor gebracht worden.
Dan slaan parabels om in hun tegendeel, in plaats van middel tot verstaan worden ze middel tot misverstaan; in plaats van middel om het hart te openen, middel om het hart te laten dichtslaan, te verharden. Dat was in het verleden al meer gebeurd. Daarheen verwijst Jezus met de woorden van Jesaja: "verhard is het hart van dit volk, met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen ze dicht, uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen, met hun oren zouden horen, met hun hart zouden verstaan, zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt: Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan, met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien."

Al eerder in hun geschiedenis hadden de Israëlieten zoiets meegemaakt, bij Farao. Ze geloofden toch dat God hen uit Egypte had bevrijd … ? Maar daar was toch ook de tegenstand van Farao. Tot Mozes sprak God: "ge moet zorgen dat ge voor Farao al de wonderen verricht waartoe Ik u de macht gegeven heb. Ik zal hem halsstarrig maken zodat hij het volk niet laat gaan. Ik zal zijn hart verharden. Ik zal het hart der Egyptenaren verharden"(Ex 4,21; 9,12). Farao heeft zijn hart verhard. Maar God heeft zijn plan toch doorgevoerd. Had Farao zijn medewerking aan het plan van God verleend, dan was hij enigszins met de eer gaan strijken of minstens in de eer gaan delen. Nu verhardde hij zijn hart. Maar God zet zijn plannen door. De verharding van het hart van Farao zet dus des te helderder in het licht, dat het God was, en wel God alleen, die Israël bevrijdde. Hij, alleen zonder de medewerking van de schepselen, ja zelfs met hun tegenwerking.
Met het luisteren naar het Woord van God is het op overeenkomstige wijze gegaan. God spreekt, maar ze luisteren niet. "Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis nam het niet aan” (Joh 1,5). Maar God zet zijn plannen door: “Aan allen echter die Hem wél aanvaardden gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden" (Joh 1,12).

In de mate dat je Jezus hebt leren kennen, in die mate ken je ook jezelf en heb je zicht op het leven en op de zin van het menselijk bestaan. Buiten Christus om heb je geen rechtstreekse kennis van Jezus. Jezus probeert in de parabel het geheim van zijn eigen persoon uit te leggen. Vind je de aansluiting niet bij Hem, dan hou je de letter over zonder de Geest, de letter van het evangelie zonder de Geest van Jezus. Een exegese, een-bezig-zijn met de bijbel zonder persoonlijke band met Jezus en zonder binding aan het leergezag van de Kerk waarin Jezus voortleeft, leidt tot geloofsverduistering in plaats van tot geloofsverheldering.

Dat is ook de reden dat we het luisteren naar het evangelie met zulke bijzondere rituelen omgeven: staan, kruisteken op voorhoofd, lippen en borst, tekenen van eerbied voor de persoon van God, bewustmaking van zijn werkelijke tegenwoordigheid, dat het God is die in eigen Persoon deze woorden spreekt.

Zelf is Jezus de uitleg bij zijn woorden. Als je Hem hebt, kun je de parabels missen, want zelf is Hij de sleutel op de geheimen van het Rijk der hemelen.
Jezus is het zaad dat in de akker van ons hart wordt uitgezaaid, Jezus is zelf de schat in de akker van ons hart, een schat waarvan de waarde zo groot is, dat we er alles voor loslaten. Jezus is die merkwaardige landman, die het onkruid samen met de tarwe laat opgroeien tot de oogst, tot het oordeel, het eind van de geschiedenis. Jezus is die merkwaardige werkgever, die aan de werkers van het laatste uur evenveel loon geeft als aan de werkers van het eerste uur.

Heb je Jezus eenmaal gevonden, dan kun je de parabels missen. Daarom eindigt onze lezing met deze zaligspreking: "gelukkig uw ogen, omdat zij zien, en uw oren omdat zij horen. Want voorwaar Ik zag u: Vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord".
Want wat alle anderen vóór Jezus en buiten de Kerk van Jezus om zien en horen, het zijn bleke schijnsels tegenover het bloedwarme leven - regenbakken die geen water houden.

We gaan nu de eucharistie vieren. We weten door de heilige Geest, dat het inderdaad God zelf is die in het woord van de Schrift persoonlijk met ons spreekt. In de voortzetting maken we mee, dat dit Woord wordt geïnspireerd door liefde, een liefde die tot het uiterste is willen gaan. Achter de priester zien wij de Zoon van God. En achter de Zoon van God zien wij een bovenmenselijke, goddelijke liefde.