Eerste lezing: Exodus 20,1-17
Evangelie: Matteüs 13.18-23
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Gij dan, luistert naar de gelijkenis van de zaaier:
Zo dikwijls iemand het woord
van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt,
komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart;
dat is degene die op de weg gezaaid is.
Die op rotsachtige plekken werd gezaaid,
is hij die het woord hoort
en het terstond met blijdschap opneemt:
maar hij heeft geen wortel geschoten, hij leeft bij het ogenblik,
en als hij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd wordt,
komt hij onmiddellijk ten val.
Die gezaaid wordt tussen distels is hij die het woord wel hoort,
maar dit wordt door de zorgen van de wereld
en de begoocheling van de rijkdom verstikt
en zo blijft hij zonder vrucht.
Maar die in de goede aarde werd gezaaid,
Is hij die het woord hoort
en begrijpt en daarom vrucht draagt;
bij de één is de opbrengst honderdvoudig,
bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.
Homilie
Het woord van God wordt hier genoemd het woord van het Koninkrijk. "Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort
" Dat is het woord dat zegt dat God Koning is, dat is het woord waardoor God zijn koningschap uitoefent, waarmaakt dat Hij Koning is. Het is het woord waarin God laat gelden dat Hij Koning is.
In de eerste lezing hebben we daar twee voorbeelden van. Daar is het woord van het koninkrijk in twee zegswijzen samen te vatten als in een refrein, eerst: "Ik ben en dan Gij zult. Het eerste zegt wie God is: Ik ben." Wie God is, is het uitgangspunt van het koninkrijk. En wie is dan onze Koning? Hij zegt het: De Heer heeft de hemel, de aarde en de zee met al wat daarin is, gemaakt. "Ik ben de Heer uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis." Ik, de Heer uw God, Ik ben een God die goedheid bewijst. Onze God is Koning-Schepper, onze God is Koning-Verlosser; Hij is de goedheid zelve. Dat is 'Ik ben'.
Het tweede woord van het koninkrijk is: "Gij zult. Van dat 'gij zult' heeft u een heel rijtje horen opnoemen. Gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen andere goden hebben, ten koste van Mij, gij zult geen echtbreuk plegen", enzovoort. Dat: 'gij zult' moet je niet los maken van 'Ik ben'. Wat je moet doen en laten, de moraal, moet je niet los maken van het dogma, de leer over God, de theologie. Je moet wat je moet doen en laten niet los maken van wie God is. In de Schrift horen ze bij elkaar, zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Eerst zegt Hij wie Hij is en dan pas wat we zullen doen en laten van wat Hij is. Als mensen zeggen: ik ben dit of ik ben dat, dan willen ze daarmee alleen maar iets over zichzelf zeggen, wie ze zelf zijn, wat hun identiteit is. Maar als God zegt wie Hij is, dan zegt Hij alleen maar wie Hij is voor de ander, wat Hij allemaal voor een ander doet. "Ik ben de Heer uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis." Alsof zijn 'zijn' helemaal opgaat in het goed zijn, in het er voor ons zijn, in het bevrijdend, genezend, heilbrengend handelen. Natuurlijk is Hij nog veel meer. Maar wat Hij aan ons kwijt wil over wie Hij is, dat is dat Hij er helemaal voor óns is.
In het verlengde daarvan moet je verstaan wat wij moeten doen en laten. Als iemand tegen u zegt: je moet dit, je zult dat, dan hoor je daar vaak een harde wil in, de wil van iemand die de baas wil zijn, die zijn eigen wil wil doordrukken, die zijn eigen gezag wil laten gelden, die macht wil uitoefenen, of die een ander wil gebruiken om voor zijn eigen karretje te spannen. Maar God is allereerst begonnen te zeggen wat zijn goedheid is. Dat Hij één en al goedheid is jegens ons. En dan pas zegt Hij wat wij moeten doen: gij zult dit, gij zult dat, om in mijn liefde te blijven. Hoor in de Tien Geboden de toon van Gods liefde, dan zijn ze ook gemakkelijker te onderhouden.
De Tien Geboden vormen zoveel als het gebinte van het menselijk samenleven. Als ze niet worden onderhouden, dan is dat destructief, vernietigend, verwoestend voor de samenleving. Een samenleving die zich niet houdt aan de Tien Geboden, al zijn er maar een of twee van die geboden die niet worden nageleefd, wordt de hel. En God wil nu juist in het Beloofde Land, in de Kerk, een voorsmaak geven van het samen zijn in de hemel. Jezus heeft Gods naam geërfd: 'Ik ben'. Hij is de Heer, maar Hij is ook al die andere titels die Hij Zichzelf geeft: "Ik ben de goede herder (Joh 10,11), Ik ben het licht der wereld (Joh 8,12), Ik ben de weg, de waarheid en het leven (Joh 14,6), Ik ben de ware wijnstok"(Joh 15,1).
Jezus zegt ook aan ons wat goed is voor ons, zoals God in het Oude Verbond gedaan heeft. Wat we moeten doen en laten. Wat is nu onze reactie daarop? Hij zegt: er zijn twee soorten reacties: instemmen en afwijzen. De een die uiteindelijk geen vrucht draagt en dat 'geen vrucht dragen' is dan ook nog eens in drieën verdeeld, en de ander die uiteindelijk wel goede vruchten draagt en dat is ook in drieën verdeeld: "honderd-, zestig-, en dertigvoudige vruchten."
Aan ons de keuze! Wij moeten kiezen. Vaak is onze keuze voor zijn woord oppervlakkig, het gaat het ene oor in en het andere oor uit. Mensen horen graag mooie preken, of strenge preken, een beetje vuurwerk, lekker griezelen, 'de priester heeft het weer eens goed gezegd.' Maar waar blijft dat woord? Vindt het ook weerklank in de harten van de gelovigen? Er zijn er die het woord horen en het terstond met blijdschap opnemen, maar wortel laten schieten in het hart is er niet bij. Men leeft bij dit ogenblik. Je kunt ook zeggen: men leeft bij het gevoel. Gaat het gevoel omhoog, dan gaat men mee omhoog; gaat het gevoel omlaag, dan gaat men mee omlaag. Mensen hebben dan geen gevoelens, ze zíjn hun gevoelens.
En er is ook nog een groep die opgaat in de omstandigheden. Dat is meer de buitenkant. En of dat goede of slechte omstandigheden zijn, maakt niet uit: onderdrukking, mensen die tegen zijn, vervolging. Andere stemmen overstemmen de stem van Jezus. Het woord van God vermaant hen: houdt de ruimte van uw akker, - en die akker is uw hart, - houdt de ruimte van uw hart, van uw aandacht, vrij voor God. Het is God die tot u spreekt: "Ik ben - gij zult."
En dan zijn er ook nog de mensen die zorgen hebben over de wereld, die het zaad laten verstikken door het goede en kwade van deze wereld. Hoe dat gaat? Op een gegeven ogenblik schreeuwen de zorgen harder dan Jezus' woord. Wat je moet doen en wat je moet laten, de toekomst, je identiteit, je groei, dat alles overstemt Jezus' stem. Maar ook het goede van deze wereld kan Jezus' stem naar de achtergrond dringen. Het goede kan een concurrent zijn van dé Goede. Of de goederen kunnen een wedijver aangaan met dé Goede. Zoals de rijke man, die vele goederen had en daarom zich afkeerde van Hem die de goedheid zelf is (Mt 19,22).
Jezus wil met het woord van het Koninkrijk zeggen: Doe er iets goeds mee. Laat het diep in uw hart doordringen. Probeer het woord van God niet alleen te horen, maar te wórden. Wordt wat je hoort! Al is het maar een enkel woord dat u hoort, God is daarin tegenwoordig. Laat het zaad van het woord doordringen tot diep in uw hart. Dat is heilzaam. 'Ik ben en gij zult' wordt dan tot uw eigen heil en tot dat van anderen.