Zaterdag in de zestiende week
       van het oneven jaar
                                     

Eerste lezing: Jeremia 7,1-11  
Evangelie: Matteüs 13,24-30


Inleiding  

Maria is mild en goed. Zij is goed, zoals de schepping ook goed geschapen was. Maar dat is veranderd toen er kwaad kwam in de schepping, toen er onkruid werd gezaaid, terwijl de mensen sliepen in een moment van gebrek aan waakzaamheid, van gedachteloosheid, toen ze God niet voor de geest hadden. Dat kwaad is gezaaid, dat is van buitenaf in de schepping gekomen. Maar Maria heeft het niet geraakt. Haar goedheid is niet louter reproductief, het is een creatieve  goedheid, een scheppende goedheid. Zij kan goed voortbrengen, zij blijft goed in het kwaad en kan ook herstellen wat kwaad is geworden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor:
“Het Rijk der hemelen
gelijkt op een man
die op zijn akker goed zaad had gezaaid;
maar terwijl de mensen sliepen kwam zijn vijand,
zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen.
Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet,
was ook het onkruid te zien.
Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem:
Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid?
Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?
Hij antwoordde hun:
Dat is het werk van een vijand.
De knechten zeiden tot hem:
Wilt ge dan dat we het bijeengaren?
Maar hij zei:
Neen, ik ben bang dat ge
wanneer ge het onkruid bijeengaart,
de tarwe mee uittrekt.
Laat beide samen opgroeien tot de oogst,
en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen:
Haalt eerst het onkruid bijeen
en bindt het in bussels om te verbranden;
maar slaat de tarwe op in mijn schuur.”


Homilie  

“Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?"
Waar komt het kwaad vandaan? God heeft toch alles goed geschapen? Toen God alles schiep, het licht en de scheiding van water en droog land, het zaad, het groen, de vogels, de vissen, de dieren en tenslotte de mens naar zijn beeld en gelijkenis, hoor je elke keer zeggen: "En God zag dat het goed was.” En aan het einde staat er: “God bekeek alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was" (Gn 1).

"De man had op zijn akker goed zaad op gezaaid.” … “Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?" Waar komt dat kwaad vandaan in Gods goede schepping? Terwijl de mensen sliepen, toen zij niet waakzaam waren, toen Eva zich afzonderde van haar man, kwam de vijand, de vijand van God. Ook de vijand van God die goed zaad had gezaaid, zaaide onkruid. Het kwaad is van buitenaf in de goede schepping binnengekomen. Het zit er heel diep in, tot in de wortel. Maar gelukkig is het niet de wortel zelf. Het is zaad dat onmiddellijk na het zaaien als onkruid in de schepping is binnengekomen. De zondeval staat beschreven in het derde hoofdstuk van het boek Genesis. Na de twee eerste hoofdstukken die de schepping verhalen, volgt onmiddellijk daarna de wording van het kwaad. Het is er dus van buitenaf aan toegevoegd.

De schepping bevat goed en kwaad, maar niet op dezelfde manier. Het kwaad maakt geen deel uit van de substantie van onze ziel. Het is een toegevoegd element. En wat er van buitenaf is ingekomen, kan er op een gegeven ogenblik weer uit worden verwijderd. Dat gebeurt bij de oogst, bij het oordeel, en niet eerder. Er is een tussentijd waarin dat kwaad in de akker van de wereld en in de akker van ons hart is gezaaid en groeit, en er is de oogsttijd, het oordeel, de tijd dat het kwaad en de kwaden uit ons midden zullen worden verwijderd. Wij leven in die tussentijd! Wat moeten wij dan met dat kwaad, zullen wij het uitrukken, zullen we het nu al verwijderen? Nee, zegt die man uit de gelijkenis, "laat beide samen opgroeien tot de oogst." Laten!
Goed en kwaad niet scheiden maar laten groeien, net zo lang tot het goede, het alle kwaad verdragende goed van de Heer Jezus, uit hun geest te voorschijn is gekomen, is opgeschoten als de eigenlijke vrucht.