Zestiende zondag door het jaar,
                  jaar C
Eerste Lezing: Genesis 18,1-10a
Tweede lezing: Kolossenzen 1,24-28
Evangelie: Lucas 10,38-42


Inleiding    

'Ecce Deus adiuvat me!' 'Zie, God is mijn Helper!' Ecce, betekent 'kijk eens'. Het is een uitroep van verwondering bij iets wat je zelf niet had kunnen bedenken. God zélf is mijn Helper geworden. Hij komt vanuit een ander bereik, vanuit een andere dimensie van onze aardse geschiedenis. Hij komt helemaal en ook altijd onverwacht, als een verrassing. Je hebt heel lang naar iemand staan uitkijken, en ineens is hij er. Van dat soort 'ineens' is Hij. Van dat soort verrassende ervaringen hangt de heilsgeschiedenis aan elkaar. God maakt geen deel uit van onze geschiedenis, maar Hij komt vanuit een ander bereik. Van buiten onze geschiedenis is Hij heel intens en steeds volkomen onverwacht op ons betrokken.
Dit onverwacht komen van God zien we vandaag gebeuren bij Abraham. Ineens staan daar op het heetst van de dag, volkomen onverwacht, drie mannen voor hem. In het evangelie komen Jezus en zijn leerlingen ineens binnen bij Martha en Maria. Als dat je ten beurt valt, hoe onverwacht ook, dan zet iedereen alles opzij. De gast gaat altijd voor, als komende van Godswege. Wij hebben het, net als Marta, moeilijk met alles loslaten, vooral als je met heilige zorgen bezig bent. Toch moeten wij alles loslaten om vrij te zijn voor Gods bezoek, om zijn bezoek aan ons te kunnen laten geschieden. Hij is er mee begonnen bij ons heilig doopsel. Toen heeft Hij bij ons zijn intrek genomen en Hij is nooit meer weggegaan.
Dat is wat wij ons te binnen mogen brengen bij het vieren van deze zondagse eucharistie.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwam Jezus in een dorp,
en een vrouw die Martha heette,
ontving Hem in haar woning.
Ze had een zuster, Maria, die
- gezeten aan de voeten van de Heer -
luisterde naar zijn woorden.
Martha werd in beslag genomen
door de drukte van het bedienen,
maar ze kwam er een ogenblik bijstaan en zei:
“Heer, laat het U onverschillig,
dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?
Zeg haar dan, dat ze mij moet helpen.”
De Heer gaf haar ten antwoord:
“Martha, Martha,
wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen.
Slechts één ding is nodig.
Maria heeft het beste deel gekozen,
en het zal haar niet ontnomen worden.”

Homilie      

“In die tijd kwam Jezus in een dorp, en een vrouw die Marta heette, ontving Hem in haar woning."
Dat kan ieder dorp zijn en ieder van ons kan Hem in zijn of haar woning ontvangen. Dat is het thema van de lezingen van vandaag. U woont allemaal ergens, ieder van u heeft een woning. U woont alleen of met anderen, maar ieder van u heeft minstens één eigen leefruimte, en u probeert allemaal een thuis te stichten. In elk huis, in elk thuis, wil Jezus op bezoek komen. Of je nu jong bent of oud, er is geen enkel mens waar Jezus niet te gast wil zijn. Hij slaat niemand over. Niemand kan denken: 'Mij ziet Hij niet staan, mij slaat Hij over, Hij gaat mijn huisje voorbij.' Mensen zijn geneigd dat te denken, want in menselijke betrekkingen werkt het ook dikwijls zo. Ook priesters hebben soms hun heilige huisjes. Jezus heeft dat niet, Hij komt in elk huisje. Hij komt bij míj op huisbezoek. Dat is de genade die u vandaag in de dienst van het woord krijgt verkondigd en die u in de dienst van de eucharistie krijgt toegereikt, als u Jezus in de heilige communie ontvangt.

Sint Paulus zegt vandaag in de tweede lezing op wat voor een bijzondere manier Jezus bij ons te gast wil zijn. Hij bezoekt niet op aardse wijze, zoals Hij onder de mensen rondging, maar Hij bezoekt ons op sacramentele wijze, zoals Hij bij ons in de communie zijn intrek neemt. Paulus verwoordt dit op een hele bijzondere manier: "Hoe machtig en wonderbaar is dit geheim onder u. En dit geheim bestaat hierin: Christus in u." Hij wil niet alleen bij u te gast zijn als een gast die komt en gaat, maar Hij wil u zelf bewonen. Ú mag zijn huis zijn, Hij wil de zoete Gast van uw ziel zijn, zodat al uw handelen door Hem wordt bezielt, al uw woorden door Hem worden geïnspireerd, en al uw zorgen door Hem worden gedragen. Heet Hem dan ook van harte welkom in de woning van uw ziel!

In het evangelie van vandaag laat Jezus ons ook nog eens zien hóe wij Hem mogen onthalen, hoe wij Hem welkom moeten heten. Niet op de eerste plaats door in beslag te worden genomen door de drukte van het bedienen, of door de zorg voor de mensen die bij u te gast zijn, want zegt Jezus niet zelf: "De Mensenzoon is niet gekomen om gediend, bediend, te worden, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mt 20,28; vgl. Mc 10,45). Jezus dient door de woorddienst die Hij aan Maria verrichtte, en straks, in de eucharistie, mogen wij opnieuw de dienst van zijn zelfgave beleven.

U denkt misschien: 'Ja maar, míjn zorgen zijn heilige zorgen; dat zijn zorgen voor mensen die mij door de Heer zelf zijn toevertrouwd. De zorgen waarvan ik niet kan slapen, of waarmee ik 's morgens wakker word, hoe het gaat met de kinderen, met het klooster, met de toekomst, hoe het in mijn leven verder moet.' Nee, zegt Jezus, niet zorgen, Ik zorg. Je moet je er niet zo door in beslag laten nemen; je moet met geen enkele zorg zo zitten alsof je er alleen voor staat. Als je bij Mij zit, mag je enige zorg Mij zijn, mijn woord. Er is geen enkele zorg die je alleen moet oplossen. Er mag geen zorg zijn die je afhoudt van het enig nodige en dat is: luisteren naar Jezus' woord. U bent het toch niet zelf die in de eerste plaats uw leven leidt? Het is toch zoals u zo-even hebt gehoord: "Christus in u." U herinnert zich dat woord toch nog wel? Laat dan die gefronste wenkbrauwen en dat zuchten over hoe het allemaal verder moet. Ga niet mee met die paniekgevoelens die u overvallen. Geef niet toe aan de angst, door steeds maar weer weg te lopen van het nu-moment, van uw eigen innerlijk huis en van de zoete Gast in uw ziel.

In het evangelie wordt niet gerept over wat Jezus nu eigenlijk aan Maria heeft gezegd. Er staat alleen maar: "Maria zat aan de voeten van de Heer en luisterde naar zijn woorden." Welke woorden? Dat staat er niet, zoals dat er zo dikwijls niet bij staat. Blijkbaar gaat het daar niet om, het gaat niet om de woorden die Jezus spreekt, het gaat om het Woord dat Hijzelf ís. Hij is het Woord van de Vader tot in zijn bestaan. U probeert toch ook altijd, wanneer u gaat luisteren naar zijn woorden in het inwendig gebed, eerst uw geest te laten rusten bij Hem. Los van Hem zijn die woorden niet te peilen op hun eigenlijke betekenis voor u. Het gaat om uw verbondenheid met Hem. Hij is het ene noodzakelijke, het enig nodige. Hij is het betere deel, het beste deel dat Maria niet ontnomen zal worden. Hij is het zelf waarmee u rijk bent. De schat in de akker van uw hart. Hij was het zelf in het hart van Maria, die de woorden van Jezus verslond, en die haar in de woorden van Jezus verslonden deed zijn. "Christus in u", Christus in Maria, Christus in ons.

Eigenlijk wordt heel ons wereldbeeld, het beeld van ons leven, omgedraaid. Want eigenlijk bent u het niet die Jezus ontvangt, maar is het Jezus die ú ontvangt. Maria, gezeten aan de voeten van de Heer, luisterend naar de woorden van de Heer, zij is te gast bij Jezus. Samen met Martha ontving zij Jezus in haar woning, maar door luisterend aan zijn voeten te zitten, was Maria te gast bij Hem; ze was te gast bij de Gast, bij de zoete Gast van haar ziel. En zo stelt Jezus het ook voor: "Maria heeft het beste deel gekozen." Hij gebruikt daarbij het beeld van de Oosterse gastvrijheid: de gastheer reikt de schotel aan de gast en wijst hem direct op het beste deel, het lekkerste hapje. Dat is iets persoonlijks voor haar, voor hem, en voor u. 'Neem Mij, Ik ben er voor jou.'

Bij Jezus ligt het zwaartepunt, niet bij uw eigen zorgen, bij uw eigen zwoegen, bij uw eigen dienstbaarheid, hoe mooi dat ook kan zijn. Het zwaartepunt van het leven is dat ú te gast bent, dat er Iemand is die voor ú zorgt. Werpt al uw zorgen op de Heer, Hij draagt zorg voor u. En daar is eigenlijk nog te weinig mee gezegd. Hij is als een vader die als eerste voor zijn kinderen zorgt. Overdrijf uw zorgen niet. Laat u zich niet overspannen maken. Pijnig u niet met het hoe, wat of waarom, maar maakt u zorgen voor Hem. Hij kent uw zorgen en Hij kent het binnenste van uw leven beter dan uzelf. Weest te gast bij Hem die zorg draagt voor u.
Dat is ons heilig geloof en dat geloof willen wij nu ook uitspreken in onze geloofsbelijdenis.