Zaterdag in de zeventiende week
       van het oneven jaar
     Heilige Alfonsus de Liguori, bisschop en kerkleraar


Eerste lezing: Leviticus 25,1.8-17
Evangelie: Matteüs 14,1-12


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd begon Jezus' vermaardheid tot de viervorst Herodes door te dringen
en hij zei daarom tot zijn hovelingen:
“Dat moet Johannes de Doper zijn;
hij is uit de doden opgestaan;
vandaar dat die wonderkrachten in hem werken.”
Want omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus,
had Herodes Johannes laten grijpen en geboeid in de gevangenis geworpen,
omdat Johannes tot hem gezegd had:
“het is u niet geoorloofd haar als vrouw te hebben.”
Daarom had Herodes hem eigenlijk ter dood willen brengen;
maar hij was hiervoor teruggeschrokken
omdat het volk Johannes voor een profeet hield.
Toen de dochter van Herodias echter op de verjaardag van Herodes
voor het gezelschap danste,
beviel zij hem zozeer dat hij een eed zwoer
haar alles te zullen geven wat zij zou vragen.
Haar moeder had haar het antwoord ingescherpt en daarom zei ze:
“Geef mij, hier nog, op een schotel het hoofd van Johannes de Doper.”
Ofschoon dit de koning aan zijn hart ging,
wilde hij toch, ook wegens zijn tafelgenoten,
zijn eed gestand doen en hij gelastte het te geven.
Hij gaf daarom opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden.
Zijn hoofd werd op een schotel binnengebracht en aan het meisje gegeven,
dat het aan haar moeder bracht.
Zijn leerlingen kwamen het lijk halen en begroeven het;
daarna gingen zij het aan Jezus melden.

Homilie  

“Dat moet Johannes de Doper zijn,"
zegt Herodes tot zijn hovelingen over Jezus. Wat een eer voor Johannes de Doper dat het leven van Jezus, zijn manier van doen, Herodes deed terugdenken aan hem, Johannes de Doper! Wat een eer voor Johannes de Doper zo op Jezus te lijken! Stel je voor dat mensen van jou zouden zeggen: 'dat lijkt Jezus wel!'

"Herodes had hem eigenlijk ter dood willen brengen." Mensen gaan over lijken als ze niet op God geordend zijn. Als mensen zich niet willen bekeren, hun leven naar eigen willekeur willen inrichten en blijven leiden, dan kunnen ze niet verdragen dat iemand hun iets in de weg legt, hun de voet dwars zet. Dan maken ze soms korte metten met zo iemand, vooral als ze macht hebben, zoals Herodes. Dan is het ergste te vrezen. Mensen zijn zo weinig waard in de ogen van mensen. En het tegenovergestelde is nu juist wat er in het evangelie uitspringt. Daar telt de mens, is de mens kostbaar, juist de allerkleinste. Hij kent je haarfijn. "Ieder haar op uw hoofd is geteld" (Mt 10,30; vgl. Lc 12,7).

Johannes de Doper is het slachtoffer van menselijke willekeur. Hij is een martelaar. Toch heeft iemand nog geprobeerd het voor hem op te nemen. Dat was Herodes, want het was vooral Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus die Herodes tot vrouw genomen had, die het op Johannes de Doper gemunt had. Toen zij het door een list zo ver gedreven had dat hij Johannes de Doper ook werkelijk moest vermoorden, ging dat de koning aan het hart. Maar de stem van zijn geweten dan? "Wegens zijn tafelgenoten wilde hij zijn eed gestand doen."

Je geweten wordt onder druk gezet door allerlei motieven, drukmiddelen en beweegkrachten, en die drijven je ertoe om iets anders te doen dan je geweten je ingeeft; die drijven je ertoe om niet te luisteren naar de stem van God in je hart. Je wilt je eigen zin, je eigen wil doordrijven, je lusten, je gemak, comfort, geld. Er zijn allerlei hartstochten die macht willen uitoefenen. Maar de machtigste tegenspeler van het geweten is de andere mens, wat 'men' zegt, wat de mensen denken, de publieke opinie. Mensen met wie je een eigen cirkel vormt, zoals de tafelgenoten bij Herodes. "Omwille van de tafelgenoten," de hovelingen en de familie.

In het proces tegen Jezus was het in eerste instantie Pontius Pilatus die het voor Jezus opnam, maar tenslotte ging hij toch door de knieën. En waarvoor ging hij door de knieën? Voor de stem van het volk, gemobiliseerd door de hogepriesters! Er dreigde oproer te ontstaan. "Maar Jezus leverde hij over aan hun willekeur." Zo staat het er (Lc 23,25). Met zijn zwakke stem is Jezus weerloos, geen ander wapen willen hebben dan zijn woord, dan de waarheid. Hij had geen voorspreker die bij machte was Hem te beschermen tegen het geweld en de willekeur van zijn bedreigers. Jezus zelf is op die positie gaan staan, omdat Hij onze voorspreker wilde zijn bij de Vader, bij wie wij het krediet hadden verspeeld. Door onze eigen zonden en onze opstand tegen God waren wij ten dode opgeschreven. We hadden het spel verloren. Maar de Zoon is voor ons tussenbeide gekomen. Hij heeft voor ons gepleit bij de Vader door de heilige Geest, de rechtshulp, de advocaat, de pleitbezorger, ook al ging dat ten koste van zijn eigen leven.

Dat is wat wij vieren in de eucharistie. Daarin vieren we dat wij een rechtshulp hebben die voor ons opkomt ten koste van, met inzet van, zijn eigen leven, zijn bloed, zodat wij altijd zeker weten dat we nooit uit de handen van de barmhartige God zullen vallen.