Heilige Dominicus, priester
Eerste lezing: Nahum 2,1.3;3.1-3.6-7 [III 213];
Evangelie: Matteüs 16,24-28 [III 214]
Inleiding
We kunnen van de heilige Dominicus, wiens gedachtenis wij vandaag vieren, wel zeggen dat hij de Heer vreesde, dat hij rekening hield met de mogelijkheden van God. Het liep in zijn leven zo heel anders dan wanneer hij rekening had gehouden met menselijke verwachtingen. In zijn dorp stond een toren, apart en hoog, hoog genoeg om heel het dorp te beheersen en de veiligheid te garanderen. In die toren woonde de vader van Dominicus. Hij was burgemeester. Vanuit zijn familie was Dominicus bestemd om de eerste te zijn.
Hij was ook bestemd om in de studie nummer één te zijn. Hij ging naar Rome. Maar hij werd gevraagd weer terug te gaan, want, werd er gezegd: we hebben je daar veel te hard nodig. Op de terugweg naar zijn vaderland kwam hij door Zuid-Frankrijk, een ketters geworden streek. Hij begon te preken op zijn manier, blootvoets. Met zijn doorwonde voeten preekte hij minstens zo overtuigend als met zijn mond.
Hij was de stichter van de orde die naar hem genoemd is. Zo is hij bekend geworden en terecht. Maar hoe ging dat in feite? Eerst stichtte hij de dominicanessen, dat waren de meisjes die zich uit de ketterij hadden bekeerd, en daarna de dominicanen. Dat is als volgt gegaan.
Dominicus maakte deel uit van een team van priesters onder leiding van de abt van Citeaux, de abt-primaat (= hoofdabt) van alle cisterciënsers, aan wie de paus de zending had gegeven de ketterij te bestrijden. Op een gegeven ogenblik bleef die zending in de lucht hangen. De bisschop van Dominicus was naar zijn bisdom teruggekeerd om nieuwe priesters te halen en stierf na korte tijd. Toen stond Dominicus er alleen voor. Zo is hij begonnen.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil
zal het vinden.
Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen,
als dit ten koste gaat van eigen leven?
Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader,
vergezeld van zijn engelen,
en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.
Voorwaar, Ik zeg u:
Er zijn er onder de hier aanwezigen,
die de dood niet zullen ervaren,
voordat zij de Mensenzoon zullen zien komen in zijn koninklijke macht.
Homilie
Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen." Zijn kruis! Ieder zijn eigen kruis betekent dat. Maar het betekent ook dat Jezus ieder van ons is voorgegaan. "Wie mijn volgeling wil zijn", moet zijn kruis dragen, Jezus achterna. Hij droeg zelf het eerst het kruis. Jezus vindt het besef dat Hij u is voorgegaan een voldoende motief, voldoende beweegkracht, om u te motiveren edelmoedig het kruis te dragen. Een kruis-lieve-Heer, een gekruisigde God. Er zijn andere beweegredenen die het verstand al even weinig aanspreken: "Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen."
Er is nog een motief dat Jezus ons geeft: de hoop. "Dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden." Dat zal aan het einde van ons leven zijn. Maar soms heeft iemand er hier al iets van meegemaakt. "De Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader." Dat is wat de leerlingen op de berg Tabor hebben meegemaakt. Zoiets kunnen mensen ook in hun leven ervaren. Theresia heeft gezegd: 'Oh, de mensen moesten eens weten hoe heerlijk het is zich boven de natuurlijke gevoelens te verheffen.' Maar als dat 'zichzelf verloochenen' altijd zo heerlijk zou zijn, zou Jezus niemand behoeven aan te sporen zichzelf te verloochenen. Maar zo werkt het niet. Uiteindelijk blijft er maar één motief over dat je over de streep kan trekken: je liefde en genegenheid voor Jezus. Dat je merkt dat de band met Hem verslapt, wanneer je jezelf hebt gezocht, dat je een beetje verdrietig wordt.
Je kunt eigenlijk bij elke zelfverloochening een ontmoeting hebben met Hem. Zo zou je de dag vol kunnen laten zijn, bezaaid laten zijn met gebedsmomenten, met ontmoetingen in liefde met Hem.
Zelfverloochening is de ene kant. Jezelf niet willen kennen, niets met jezelf te maken willen hebben, wat Petrus deed met zijn Meester: Hem verloochenen, Hem niet willen kennen, dat nu doen met jezelf. Dat is wat er in het geding is bij iedere keuze. Wij denken dat wíj kiezen, maar in de omgang met Hem is het eerder zo dat Hij óns kiest, dat zijn liefde ons vooruit gaat. Hij gaat ons voor met zijn kruis, en in het kruis met zijn liefde. Een liefde die niet groter kan. Een liefde die wij hier vieren, eerst in het woord en nu in het Sacrament. Een liefde die het mogelijk maakt zichzelf geheel aan God kwijt te raken.