Heilige Theresia Benedicta van het kruis, (Edith Stein)
maagd en martelares, patrones van Europa
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Esther 3,5-6.8-12; 4,1-8; 7,1-10
Evangelie: Matteüs 25,1-13 [IV 274]
Inleiding
Drie mannen waren al patroon van Europa: Benedictus en de heilige Cyrillus en Methodius. Vanaf het jaar 2000 dienen de feestdagen van Catharina van Siena (29 april), van de heilige Birgitta (23 juli) van Zweden en van de heilige Edith Stein (9 augustus) met een hogere rang gevierd te worden, nadat paus Johannes Paulus II deze drie vrouwen tot patrones van Europa had uitgeroepen. Edith Stein zou men de patrones kunnen noemen van het Europa van de genociden, van de volkerenmoorden: waarmee mensen die het overkomt niet anders kunnen dan het met alles wat er in hen is, verwerpen, Edith Stein ging ervoor: 'Hier ben ik, Heer' (1933)
'Kom, Rosa, wij gaan voor ons volk' (1942).
In 1891 te Breslau geboren en voor de hemel geboren in de hel van Auschwitz Birkenau op 9 augustus 1942, eenenvijftig jaar oud. Van haar veertiende tot haar eenentwintigste jaar noemt Edith zich atheïste. Haar ongeloof stortte in toen een vriendin over het sneuvelen van haar man niet klaagde, omdat zij kracht vond in haar geloof. In 1921 leest zij het 'boek van haar leven', van Theresia van Avila in één ruk uit, waarna zij zegt: 'Dit is de waarheid.' De volgende dag kocht zij catechismus en missaal. Een jaar later, in januari 1922, wordt zij gedoopt. Zij, die altijd naar de waarheid had gezocht, vond de waarheid in een waar leven. Toen Adolf Hitler aan de macht kwam, schreef zij: 'Velen zullen de zin van dit lijden (van het Joodse volk) niet verstaan, maar door Gods gave weet ik wat het betekent, en ik zeg: Hier ben ik, Heer.' Op 14 oktober 1936 treedt zij te Köln-Lindenthal in de Karmel in. Op 31 december 1938 vlucht zij naar de Karmel in Echt. Ook haar zus Rosa, in 1936 na moeders dood gedoopt, komt als portierster naar Echt. Zuster Theresia Benedicta a Cruce (de door het kruis gezegende) werkt aan de 'Kreuzenswissenschaft' over Johannes a Cruce. Op 26 juli 1942 publiceren de Nederlandse bisschoppen in een herderlijk schrijven een protesttelegram over de Jodenvervolging aan rijkscommissaris Seyss-Inquart. Op 2 augustus worden alle Joodse kloosterlingen door de Gestapo opgehaald. Bij het verlaten van het klooster nam Edith haar zuster Rosa bij de hand en zei: 'Komm, wir gehen für unser Volk.' In een doorgangskamp bijeengedreven zaten de Joodse moeders apathisch voor zich uit te kijken. Zij verwaarloosden hun kinderen. Edith en Rosa ontfermden zich over hen: zij wasten ze, kamden hun haren, speelden met ze. Zij beoefenden de wetenschap van het kruis in de praktijk.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tegen zijn leerlingen:
Het zal met het Rijk der hemelen zijn
als met tien meisjes
die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig.
Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie;
de verstandige echter namen met hun lampen
tevens kruiken olie mee.
Toen nu de bruidegom op zich liet wachten,
dommelden zij allen in en sliepen.
Maar midden in de nacht klonk er geroep:
Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet!
Meteen waren al de meisjes wakker
en maakten hun lampen in orde.
De domme zeiden tegen de verstandige:
Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de verstandige antwoordden:
Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen.
Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf.
Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen kwam de bruidegom,
en die klaar stonden,
traden met hem binnen om bruiloft te vieren;
en de deur ging op slot.
Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden:
Heer, heer, doe open!
Maar hij antwoordde:
Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet.
Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.
Homilie
Uit een brief van Edith lezen wij: 'Ik vertrouw erop, dat de Heer mijn leven plaatsvervangend voor alle Joden heeft aangenomen. Ik moet altijd weer aan koningin Ester denken, die juist daarom uit haar volk werd genomen om voor het volk voor de koning te staan. Ik ben een heel arme, machteloze kleine Ester. Maar Hij die mij heeft uitgekozen, is oneindig groot en barmhartig.' "Want wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden" (Mt 16,25). Niet alleen het eigen leven, maar dat van een heel volk: 'Ik vertrouw erop, dat de Heer mijn leven plaatsvervangend voor alle Joden heeft aangenomen.'
Maar hoe dacht Edith Stein haar volk te kunnen redden, zij die niet eens zichzelf kon redden!? Het gaat er maar om, hoe je je leven verliest. Onder protest, met gebalde vuisten, of in grondeloos zelfmedelijden, met agressie tegen wie je dit aandoen of met agressie tegen jezelf of in opstand tegen God? Of, zoals Edith Stein het zelf zei, al lang voordat het aan haar werkelijkheid werd: 'Velen zullen de zin van dit lijden (van het Joodse volk) niet verstaan, maar door Gods gave (de heilige Geest) weet ik wat het betekent, en ik zeg: Hier, ben ik.' Wat was de hulp die zij met haar voorspraak voor de slachtoffers van de volkerenmoord, zou kunnen betekenen? Hun leven verliezen zouden zij toch. Daar deed deze Ester niets aan, 'heel arm, machteloos en klein' zoals zij zichzelf beschreef. Maar waar zij wel iets aan kon doen, was voorkomen dat zij hun ziel zouden verliezen, dat zij deze verschrikkelijke beproeving van hun geloof in een goede, liefdevolle God zouden overleven. Zij zouden hun leven verliezen zoals Edith Stein, maar om het, net als zij, in de reddende macht te leggen van Jezus. Wonderlijk gebeuren: een slachtoffer is redder. Net als Jezus. Jezus is slachtoffer, Hij kan Zichzelf niet redden, Hij wilde Zichzelf niet redden om in zijn zwakheid ten dode toe Gods macht aan te trekken. Zij biedt zich vrijwillig aan, om in liefdevolle overgave op zich te nemen wat haar volksgenoten niet dan onder protest konden aannemen, met haat. Daardoor werd zij tot verlossing, niet alleen voor de Joden, maar ook voor hun vervolgers. Als koningin Ester stond zij voor de koning, nu niet om wraak en vergelding te bewerken van de koning, maar om als 'een heel arme, machteloze, kleine Ester' voorspraak te zijn voor de vijanden van haar volk, bij Hem die zij oneindig groot en barmhartig wist: 'Hij die mij heeft uitgekozen, is oneindig groot en barmhartig.' Uiteindelijk lijden de christenen hetzelfde leven als degenen die niet geloven. De uitverkorenen overkomen dezelfde beproevingen, dezelfde lotgevallen die iedereen overkomen. Zusters van liefde vallen dezelfde beproevingen ten deel als de patiënten die zij verplegen. Het verschil bestaat er niet in wát hen overkomt, maar hóe het hen overkomt, hoe zij zich in die beproevingen gedragen. Zoals mensen die geen hoop meer hebben? Of zoals Job: "De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de Naam van de Heer zij geprezen (Job 1,21); of zoals Edith Stein: 'Hier ben ik, Heer'; 'Komm, Rosa, wir gehen für unser Volk.' Zoals Jezus: Abba, voor U is alles mogelijk, laat deze kelk aan Mij voorbijgaan, maar niet wat Ik, maar wat U wilt geschiede (Mt 26,39), om dan tenslotte te zeggen: Het is volbracht (Joh 19,30), In uw handen beveel Ik mijn Geest" (Lc 23,46).
Dat is het wat we in de eucharistie vieren: de dwaasheid van het kruis als Gods hoogste wijsheid. De wetenschap van het kruis in praktijk gebracht. Bidden wij onder voorspraak van deze hoogleraar in de wetenschap van het Kruis, dat wij een beetje wijzer worden.