Vrijdag in de achttiende week
      van het oneven jaar
                 Heilige Juliana van Cornillon, maagd


Eerste lezing: Deuteronomium 4,32-40  
Evangelie: Matteüs 16,24-28


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.
Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen,
als dit ten koste gaat van eigen leven?
Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want de Mensenzoon
zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader,
vergezeld van zijn engelen,
en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.
Voorwaar, Ik zeg u:
Er zijn er onder de hier aanwezigen,
die de dood niet zullen ervaren,
voordat zij de Mensenzoon
zullen zien komen in zijn koninklijke macht.”


Homilie

“Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen."
Zijn kruis! Ieder zijn eigen kruis betekent dat. Maar het betekent ook dat Jezus ieder van ons persoonlijk is voorgegaan. "Wie mijn volgeling wil zijn", moet zijn kruis dragen, Jezus achterna. Hij droeg zelf het eerst het kruis. Jezus vindt het besef dat Hij u is voorgegaan een voldoende motief, voldoende beweegkracht, om u te motiveren edelmoedig het kruis te dragen. Een kruis-lieve-Heer, een gekruisigde God. Er zijn natuurlijk andere beweegredenen die het verstand meer aanspreken: "Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen." Eens komt het er toch van. Kwijtraken doe je je leven toch.

Er is nog een motief dat Jezus ons geeft: de hoop. "Dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.” Dat zal dan aan het einde van ons leven zijn. Maar soms heeft iemand er hier al iets van meegemaakt. “De Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader." Dat is iets wat de leerlingen op de berg Tabor hebben meegemaakt. Zoiets kunnen mensen ook in hun leven ervaren. Theresia heeft gezegd: 'Oh, de mensen moesten eens weten hoe heerlijk het is zich boven de natuurlijke gevoelens te verheffen.' Als dat 'zichzelf verloochenen' altijd zo heerlijk zou zijn, zou Jezus niemand behoeven aan te sporen zichzelf te verloochenen. Maar zo werkt het niet. Uiteindelijk blijft er maar één motief over dat je over de streep kan trekken: je liefde en genegenheid voor Jezus. Dat je merkt dat de band met Hem verslapt, wanneer je jezelf hebt gezocht, dat je een beetje verdrietig wordt, maar dat de weg naar Hem vrij is wanneer je jezelf verloochent.

Je kunt eigenlijk bij elke zelfverloochening een ontmoeting hebben met Hem. Zo zou je de dag vol kunnen laten zijn, bezaaid laten zijn met gebedsmomenten, met ontmoetingen in liefde met Hem.

Zelfverloochening is de ene kant. Jezelf niet willen kennen, niets met jezelf te maken willen hebben, wat Petrus deed met zijn Meester: Hem verloochenen, Hem niet willen kennen, dat nu doen met jezelf. Dat is wat er in het geding is bij iedere keuze. Wij denken dat wíj kiezen, maar in de omgang met Hem is het eerder zo dat Hij óns kiest, dat zijn liefde ons voorafgaat. Hij gaat ons voor met zijn kruis, en in het kruis met zijn liefde. Een liefde die niet groter kan. Een liefde die wij hier vieren, eerst in het woord en nu in het Sacrament. Een liefde die het mogelijk maakt zichzelf geheel aan God kwijt te raken.