Heilige Maximiliaan Kolbe, priester en martelaar
Eerste lezing: Ezechiël 12,1-12 [III 223];
Evangelie: Matteüs 18,21-19,1 [III 224]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak:
Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet,
hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven?
Tot zevenmaal toe?
Jezus antwoordde hem:
Neen, zeg Ik u,
niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal.
Daarom gelijkt het Rijk der hemelen
op een koning die rekening en verantwoording
wilde vragen aan zijn dienaren.
Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem
die tienduizend talenten schuldig was.
Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel
hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat
om zo de schuld te vereffenen.
De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte:
Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
De heer kreeg medelijden met die dienaar,
liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt.
Maar toen die dienaar buiten kwam,
trof hij daar een andere dienaar
die hem honderd denariën schuldig was;
hij greep hem bij de keel en zei:
Betaal wat ge schuldig bent.
De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte:
Heb geduld met mij en ik zal u betalen.
Maar hij weigerde en liet hem zelfs in de gevangenis zetten
totdat hij zijn schuld zou hebben betaald.
Toen nu de overige dienaars zagen wat er gebeurd was,
waren zij diep verontwaardigd
en gingen hun heer alles vertellen.
Daarop liet de heer hem roepen en sprak:
Gij lelijke knecht,
heel die schuld heb ik u kwijtgescholden,
omdat ge mij erom gesmeekt hebt.
Had gij dan ook geen medelijden moeten hebben
met je mededienaar,
zoals ik met u medelijden heb gehad?
En in toorn ontstoken
leverde zijn heer hem over aan de beulen,
totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben.
Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen,
die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.
Toen Jezus deze toespraak geëindigd had, vertrok Hij uit Galilea
en ging naar het Overjordaanse gebied van Judea.
Homilie
En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben
Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt." Waar gaan we nu naar toe: geweld, beulen, folteren!? Moeten we dat alles nu horen in het evangelie? Onze wereld is er al vol van: folteren hier, folteren daar, door de politie, door milities, kinderen onder elkaar, geestelijk folteren, op scholen wordt gesard en gepest, ouders gebruiken in hun onmacht geweld tegenover hun kinderen. Het geweld is niet van de lucht, en moeten we dat nu ook nog van onze hemelse Vader horen? Ja, juist het uiterste geweld wordt ingezet opdat wij dat geweld niet zouden toepassen op onze medemensen, op onze medegelovigen. Jezus is niet streng wordt er wel eens beweerd. Ja, dat is Hij wél, maar Hij is streng tegen de strengen, en meedogenloos voor de meedogenlozen. Hij dreigt met geweld en met de bedoeling dat Hij dat geweld niet zou hoeven toe te passen.
Hoe moeten we omgaan met het kwaad? Dat is de vuurproef van het menselijk hart, een test voor je werkelijke gezindheid. Goed zijn tegenover wie goed zijn voor jou, dat is geen kunst. Beleefd zijn en wellevendheid in acht nemen tegenover je medemensen, op zijn tijd 'sorry' zeggen als je eens een steek laat vallen, dat kunnen we nog wel opbrengen. Maar hoe ga je om met het kwaad dat jóu wordt aangedaan? Hoe ga je om met je vijanden, met de mensen die je niet sympathiek zijn? Doe je zoals de beulen? Doe je zoals die knecht die zijn medeknecht naar de keel vloog omdat hij hem honderd denariën, honderd daglonen, schuldig was? Wat doen beulen? Zij sluiten hun hart bij de pijn die een ander lijdt. Zij hebben geen hart, ze doen alsof ze niets voelen, ze hebben geen meegevoel. God heeft een Hart, en niet alleen voor zijn vrienden, zijn harte-vrienden, maar ook voor zijn vijanden, voor zijn aartsvijanden. Hij is barmhartig! In het woord 'barmhartigheid' zit het woord 'hart', in 'misericordia' zitten de woorden 'hart' (cor) en 'ellende' (miseria), dat betekent: hart hebben voor de ellende van de ander. De ellende van die ander is zijn kwaad, zijn slechtheid, zijn zonde.
Deze parabel over geld en recht staat vol woorden als medelijden, barmhartigheid, van harte vergiffenis schenken. "Heb geduld met mij," zegt de knecht met de schuld van honderd denariën, maak je hart ruim. Wij zouden zeggen: strijk met je hand over je hart; houd je niet zo strak en eng aan het recht.
Barmhartigheid is in het Hebreeuws een woord waarin het woord 'schoot' is verweven, dat is niet zo onlogisch, want barmhartigheid is wat moeders geven. Ze nemen het kleintje op schoot en laten het zo in de warmte van hun liefde, van hun hart, groeien. Barmhartigheid is een goddelijke eigenschap, het houdt in dat je de boosaardige mens opneemt in je schoot en hem daar lankmoedig en geduldig laat groeien, met liefde blijft omringen, zodat je liefde zelf het geneesmiddel wordt voor zijn boosheid.
Zo heeft God met ieder van ons gedaan; ja, zo doet Hij nog steeds. Wij zijn in geen enkel opzicht beter dan onze vijanden, ook wij leven van genade en barmhartigheid, van liefde voor bozen en vijanden van God. Hij koestert ons met genade, Hij geeft zijn Kerk genadebrood. In een wereld die niet verder komt dan recht en gerechtigheid onder elkaar, moeten wij een gemeenschap vormen waarin de minder geslaagden een betere behandeling krijgen dan de geslaagden.
Ignatius was voor zijn naaste medewerkers soms hard, hardvochtig, maar tegenover derden prees hij die medewerkers de hemel in. Dat deed hij om te voorkomen dat er zo'n groepje van bevoorrechten met een wit voetje bij de hoogste overste zou ontstaan, waarbij anderen zich uitgesloten zouden voelen.