Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Apocalyps 11,19a; 12,1.3-6a.10ab [ABC 233];
Tweede lezing: 1 Korintiërs 15,20-26 [ABC 234];
Evangelie: Lucas 1,39-56 [ABC 235]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Judea.
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth.
Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot;
Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem:
Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken,
dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte,
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.
En Maria sprak:
Mijn hart prijst hoog de Heer,
van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder:
daar Hij welwillend neerzag
op de kleinheid zijner dienstmaagd.
En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
omdat Hij die machtig is,
aan mij zijn wonderwerken deed
en heilig is zijn Naam.
Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht
voor hen die Hem vrezen.
Hij toont de kracht van zijn arm;
slaat trotsen van hart uiteen.
Heersers ontneemt Hij hun troon,
maar Hij verheft de geringen.
Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
en rijken zendt Hij heen met lege handen.
Zijn dienaar Israël heeft Hij Zich aangetrokken,
gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig
jegens Abraham en zijn geslacht
gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen.
Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was,
keerde zij naar huis terug.
Homilie
Vandaag vieren wij, dat er iemand van ons met lichaam en ziel bij God in de hemel is opgenomen. Iemand van ons, maar ook iemand namens ons, in onze naam. Vertegenwoordigend heel de mensheid, heel de aarde. Daarom is dit feest van Maria ook van heel de mensheid, van heel de aarde. De mensheid en de aarde hebben een toekomst in de hemel. Dat is de ontplooiing van wat God begonnen is in de menswording. Hij wilde niet ver van ons blijven, Hij wilde ons tegemoetkomen en Zich zozeer met ons verenigen, dat wij nooit meer zonder Hem zouden kunnen zijn. Hij niet zonder ons en wij niet zonder Hem.
Hij is één van ons geworden en wij zijn van Hem geworden. Maar God is niet tegen onze wil één van ons geworden. Hij respecteerde de vrijheid van de mens. Hij loopt niet zomaar over ons heen. In Maria vereren wij het vrije 'ja' van de mensheid op de menswordeing van God. "Wees gegroet, begenadigde." Want de toestemming van Maria is van meet af aan door de genade omvat. Haar 'ja' is geschenk, is een gave die God zijn komst in de wereld vooruitzendt. Deze gave is zelf weer mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van de heilige Geest in de mens, waardoor deze in staat is een vrij 'ja' tot God te spreken en hem bij Zich op te nemen en bij hem zijn intrek te laten nemen: "De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom zal ook het Kind heilig zijn en Zoon van God genoemd worden" (Lc 1,35).
Toen gaf Maria haar inwilliging: zonder deze inwilliging wilde God niet mens worden. Maria heeft daarmee plaatsvervangend voor ons allemaal het 'ja' tot die menswording gesproken. Aan ons is het met dit 'ja' in te stemmen en vrij mee te doen. Maria is het voorbeeld van het geloof geworden. Wegens dit geloof werd zij zalig geprezen: "Zalig omdat gij geloofd hebt wat u vanwege de Heer werd gezegd."
'Zalig' herinnert aan de grote zaligprijzingen van de bergrede. Het is de gelovende mens die hier zalig geprezen wordt. Het geloof richt zich op de mensgeworden God en maakt Hem in ons present: "Door het geloof moge Christus in uw hart wonen" (Ef 3,17). Deze zin van Paulus heeft een mariale betekenis. Zoals Maria God in haar hart heeft opgenomen, zoals zij Hem in haar lichaam heeft uitgedragen, zo moeten ook wij op onze manier de Heer gelovig in ons hart opnemen, zo moet Hij ook in ons en in ons leven gestalte aannemen.