Zaterdag in de negentiende week
         van het even jaar
                             Maria op zaterdag
                  Heilige Stefanus van Hongarije


Eerste lezing: Ezechiël 18,1-10.13b.30-32 [III 227];
Evangelie: Matteüs 19,13-15 [III 228]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht,
opdat Hij hun de handen zou opleggen
en een gebed over hen spreken.
Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Jezus echter zei:
“Laat die kinderen toch begaan
en verhindert ze niet bij Mij te komen.
Want aan hen die zijn zoals zij,
behoort het Rijk der hemelen.”
En nadat Hij hun de handen had opgelegd,
vertrok Hij vandaar.

Homilie  

“In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht."
Gisteren ging het over de groep die als gehuwden door het leven gaan en aan het eind de ongehuwden, vandaag de kinderen en  maandag de armen en de rijken, kortom, over de standen in de Kerk. Vandaag dus over de kinderen. Maar we zijn toch geen kinderen meer! Dat niet, maar we kunnen van kinderen nog wel iets leren. Het gaat er niet om opnieuw kinderen te worden, maar, zoals Jezus zegt, om te zijn zoals kinderen.

Hoe gaat Jezus met de kinderen om? Hij stelt geen eisen. Hij beschermt ze tegen het morele geweld van zijn leerlingen. Hij leert ze geen mores. Hij moraliseert niet. Er gaat van Hem geen druk uit doordat Hij ze allerlei dingen oplegt: je moet braaf zijn, je moet jezelf beheersen, niet brutaal zijn, met twee woorden spreken. Dat moeten kinderen in de opvoeding allemaal leren, maar daar is Jezus niet voor. Jezus is ervoor om hen de goede houding tegenover God te leren. En waarin bestaat de goede houding tegenover God? Op Hem vertrouwen, jezelf geven, luisteren, opdat de kinderen zich helemaal aan God kunnen toevertrouwen en opdat God Zich van zijn kant helemaal aan de kinderen kan geven.

Het is hier niet zoals bij de profeet Ezechiël: "De vaders eten zure druiven, de zonen krijgen slechte tanden." Met andere woorden: de kinderen moeten het bezuren als hun ouders zondigen. Zo is het bij de mensen, maar zo is het niet bij God: "Alle mensen zijn voor Mij gelijk en de zoon is voor Mij even goed als de vader."

Wat Jezus met die kinderen doet, is precies wat u met uw eigen kinderen doet en wat de Kerk met u doet. De Kerk brengt u in een luisterhouding. Bij de offerande wordt u uitgenodigd in de gaven van brood en wijn uzelf te geven door alles los te laten wat u hebt en bent, en het in zijn handen te leggen. U doet dan wat Jozef en Maria deden met hun kleine Kind bij de opdracht in de tempel: Het aan God in handen geven. Wat Jezus zelf deed, toen Hij alles had gegeven: "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest" (Lc 23,46). Bij de kinderen schept Jezus een sfeer van vertrouwen: "Hij legde hun de handen op, en zoals er bij een andere evangelist staat: “Daarop omarmde Hij ze en zegende hen" (Mc 10,16). Dat wil zeggen: Hij nam ze op in zijn goddelijke liefde.

Wat is communiceren anders dan je door Jezus laten omhelzen? Als je je helemaal in die omhelzing laat opnemen, zoals u nu helemaal het woord van God in u opneemt door zo aandachtig te luisteren, dan zult u vandaag een dag beleven als nog nooit eerder. Bij de mensen kun je meemaken dat ze je bars afwijzen, zoals de leerlingen deden met die kinderen. Bij de mensen wordt je vertrouwen beschaamd. Jezus beschaamt je vertrouwen nooit! Bij Hem mag je je veilig weten, en in deze viering mag je de volheid van zijn zegen op je laten rusten.