Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was,
keerde zij naar huis terug.
Homilie
Vandaag vieren wij, dat er iemand van ons met lichaam en ziel bij God in de hemel is opgenomen. Iemand van ons, maar ook iemand namens ons, in onze naam. Vertegenwoordigend heel de mensheid, heel de aarde. Het is een feest van Maria, maar ook van heel de mensheid, van heel de aarde. De mensheid en de aarde hebben een toekomst in de hemel. Dat is de volle ontplooiing van wat God begonnen is in de menswording. Hij wilde niet ver van ons blijven, Hij wilde ons tegemoetkomen en Zich zozeer met ons verenigen, dat wij nooit meer zonder Hem zouden kunnen zijn. Hij niet zonder ons en wij niet zonder Hem.
Hij is één van ons geworden en wij zijn van Hem geworden. Maar God is niet tegen onze wil één van ons geworden. Hij respecteerde de vrijheid van de mens. Hij loopt niet zomaar over ons heen. In Maria vereren wij het vrije 'ja' van de mensheid op de menswording van God. "Wees gegroet, begenadigde." Blijkbaar is de toestemming van Maria van meet af aan door de genade omvat. Haar 'ja' is geschenk, is een gave die God zijn komst in de wereld vooruitzendt. Deze gave is zelf weer mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van de heilige Geest in de mens, waardoor deze in staat is een vrij 'ja' tot God te spreken en hem bij Zich op te nemen en zijn intrek te laten nemen: "De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom zal ook het Kind heilig zijn en Zoon van God genoemd worden."
Toen gaf Maria haar inwilliging: zonder deze inwilliging wilde God niet mens worden. Maria heeft daarmee plaatsvervangend voor ons allemaal het 'ja' tot die menswording gesproken. Aan ons is het met dit 'ja' in te stemmen en vrij mee te doen. Maria is het voorbeeld van het geloof geworden. Wegens dit geloof werd zij zalig geprezen: "Zalig omdat gij geloofd hebt wat u vanwege de Heer werd gezegd."
'Zalig' herinnert aan de grote zaligprijzingen van de bergrede. Het is de gelovende mens die hier zalig geprezen wordt. Het geloof richt zich op de mensgeworden God en maakt Hem in ons present: "Door het geloof moge Christus in uw hart wonen" (Ef 3,17). Deze zin van Paulus heeft een mariale betekenis. Zoals Maria God in haar hart heeft opgenomen, zoals zij Hem in haar lichaam heeft uitgedragen, zo moeten ook wij op onze manier de Heer gelovig in ons hart opnemen, zo moet Hij ook in ons en in ons leven gestalte aannemen.