Eerste lezing: Jozua 24,14-29
Evangelie: Matteüs 19,13-15
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht,
opdat Hij hun de handen zou opleggen
en een gebed over hen spreken.
Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Jezus echter zei:
Laat die kinderen toch begaan
en verhindert ze niet bij Mij te komen.
Want aan hen die zijn zoals zij,
behoort het Rijk der hemelen.
En nadat Hij hun de handen had opgelegd,
vertrok Hij vandaar.
Homilie
In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht." Vandaag gaat het over de kinderen. Dus niets voor u? Maar men hoeft niet zelf kind te zijn om bij de kinderen in de leer te gaan. Het evangelie zelf zegt ons dat: "Aan hen die zijn zoals zij". Ze zijn geen kind, maar zoáls kinderen. Jozua behandelt zijn volk als kinderen, hij treedt op als een novicemeester. De novicemeester heeft als taak de novicen voor te houden wat ze moeten opbrengen om de Heer te dienen. Het precies zo voor te stellen als het is, zodat ze zich echt vrijwillig engageren. Daarom moet hij het niet te gemakkelijk voorstellen. Zo deed tenminste Jozua: "Gij zult wel niet bij machte zijn de Heer te dienen In zijn eerste ijver zegt het volk: Toch willen wij de Heer dienen. Aan het eind van een retraite: wees niet overmoedig: In je zwakheid ligt je kracht: er werden kleine kinderen bij Jezus gebracht opdat Hij hun de handen zou opleggen en een gebed over hen spreken." De kleinheid trekt Gods zegen over iemand. Je zwakheid is zijn kracht.
"Toen werden er kleine kinderen bij Hem gebracht
maar bars wezen de leerlingen ze af." Wat in de leerlingen, wat in ons doet er verzet rijzen tegen de kinderen? Zeggen wij niet: de jeugd heeft de toekomst? Doen we er niet alles voor om de jeugd te krijgen? Hoe dikwijls hoor je niet de vraag stellen: Wat zeggen de jongeren ervan? Wat is er ontroerender en boeiender dan een kind? Een kind is als de lente: een geschenk van de natuur, natuur die genade is. Kinderogen, ze verbergen een geheim, het geheim van het begin, zich verliezend in het onpeilbare van de oorsprong en verwijzend naar een open, onpeilbare toekomst, één en al belofte.
Altijd al heeft het menselijke hart zich verheugd en verbaasd over het wonder dat het kind is. Maar wat is er dan in de leerlingen dat hen zich tegen de aanwezigheid van de kinderen doet verzetten? Waarom wijzen wij hen bars af? Wat ons in het kind en in het kinderlijke tegenstaat, is dat wij vooruit willen, onze eigen weg gaan, de pas erin zetten, de vooruitgang, weg van vroeger, weg van zoals het vroeger was. En de kleine kinderen met hun kleine kinderpasjes hinderen ons bij de vooruitgang.
Is dat niet het grootste verwijt dat mensen elkaar kunnen maken: je wil de klok terugdraaien, restauratie, je gaat niet met je tijd mee! En wat zegt Jezus daarvan? Niet vooruit, maar achteruit. "Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnen gaan (Mc 10,15). Tot Nicodemus zegt Hij: Als iemand niet opnieuw geboren wordt kan hij het rijk Gods niet zien" (Joh 3,3). Wij moeten terug in de tijd, onze kinderjaren inhalen, de houding van het kind heroveren. Dat moeten alle mensen. Worden als een kind, niet kinds worden, maar worden als een kind, dat je nieuw komt te staan tegenover het geheim van het leven, met een gevoel van dankbaarheid.