Eerste lezing: Jesaja 11,1-10
Evangelie: Lucas 10, 21-24
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd jubelde Jezus het uit,
vervuld van de heilige Geest, en sprak:
Ik prijs U Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen
hebt voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader;
en wie de Vader is tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.
Daarop keerde Hij Zich naar zijn leerlingen afzonderlijk
en zei tot hen:
Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet.
Ik zeg u:
Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet,
maar zij hebben het niet gezien;
en te horen, wat gij hoort,
maar zij hebben het niet gehoord.
Homilie
Vandaag lijkt de Kerk wel een kinderkamer. In de eerste en tweede lezing zijn het de kinderen en zij die zijn als kinderen die de toon aangeven bij zijn komst. "Hij zal de kleine luiden recht verschaffen, een eerlijk vonnis spreken over de geringsten der aarde
een kleuter kan kalf en leeuwenjong weiden, de zuigeling speelt bij het hol van de adder en het kleine kind steekt zijn handje in de nest van de slang!" En Jezus jubelt het uit in de heilige Geest, omdat God zijn wijsheid verborgen gehouden heeft voor wijzen en verstandigen, maar ze heeft geopenbaard aan kinderen. Jezus stelt Zichzelf op als een kind, door God als Vader aan te spreken, als het eerste kind waaraan God Zich openbaart, ja, aan Wie God álles openbaart: "Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven."
Waarom wordt die kinderlijke levenshouding zo aangeprezen? Omdat God echt opnieuw wil beginnen, een heel nieuw begin wil maken binnen het menselijk geslacht. Hij voegt niet iets nieuws toe aan het oude, een vernieuwingsbeweging onder de volwassen mannen en vrouwen. Het is niet zonder meer een enting op een oude boom. Zo werd het nieuwe van God nog voorgesteld in het Oude Verbond. Het was wel geen boom meer, maar alleen nog een stronk, een boom dus waarvan alles al was afgeslagen: de bladeren, de takken, ja zelfs de stam. Niet meer dan een stronk: "In die dagen zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isaï, een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen." Maar het nieuwe van God heeft niets nodig van het oude, want Hij wil van de grond af aan beginnen, "een nieuwe schepping." "Een wedergeboorte" (Joh 3), een geboorte van omhoog, uit water en Geest.
Om dat nieuwe begin te kunnen ontvangen, is er zelfs geen menselijk bewustzijn nodig: onmondige kinderen kunnen het doopsel ontvangen. Alleen maar omdat God dat wil en alleen uit genade. Kerstmis is in zekere zin een gemakkelijk geheim. Het veronderstelt niets. Alleen geloof, het geloof namelijk dat God alles wil geven aan mensen die niets hebben en niets zijn, zoals Israël in de dagen van de ballingschap, een ontluisterde, onttakelde boom, vernederd tot op het bot.