Eerste lezing: 1 Samuël 1,9-20
Evangelie: Marcus 1,21-28
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm
en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge
waar Hij als leraar optrad.
De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer,
want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden,
maar als iemand die gezag bezit.
Er bevond zich in hun synagoge juist een man
die in de macht was van een onreine geest
en luid begon te schreeuwen:
Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken?
Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten.
Ik weet wie Gij zijt: de heilige Gods.
Jezus voegde hem toe: Zwijg stil en ga uit hem weg.
De onreine geest schudde hem heen en weer,
gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg.
Allen stonden zó verbaasd, dat ze onder elkaar vroegen:
Wat betekent dat toch? Een nieuwe leer met gezag!
Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.
Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten
over heel de streek van Galilea.
Homilie
'Dit is het Woord van God', wordt gezegd na de evangelielezing, maar dit is niet slechts het Wóórd van God, het is God zélf, of liever gezegd: Híj is het Woord van God. In de woorden van God ontmoet je God zelf. Dat is waar het in het leven op aan komt, in de gaven van God, God zelf, de Gever, te ontmoeten. Zoals we zien in de eerste lezing uit het boek Samuël. De vrouw, Hanna, is eerst bitter bedroefd, maar het eindigt als volgt: "zij at en haar gezicht klaarde op." Er heeft zich een verandering in Hanna voltrokken. Waar is die verandering nu aan toe te schrijven? De aanleiding voor haar verdriet was niet verdwenen. Kinderloos ging zij het gebed in en kinderloos kwam zij het gebed uit. En toch, "zij at en haar gezicht klaarde op."
Blijkbaar gebeurt er in het gebed iets anders dan alleen het afsmeken en het verkrijgen van gaven. Het gaat in het gebed om een ontmoeting met Hém. Hij geeft niet een gave, maar Hij geeft Zichzelf. Precies zoals het er in het leven toegaat. In de gave wordt de Gever ervaren. Zoals het niet ontvangen van de gave van het moederschap wordt aangevoeld als een niet ontvangen van de aandacht van de Gever. "God, Heer van de hemelse machten, als Gij omziet naar de ellende van uw dienares en mij indachtig wilt zijn
Ze ziet blijkbaar het krijgen van een kind als een attentie, als een opmerkzaamheid, aandacht. En als Gij uw dienares niet vergeet en haar een zoon schenkt
" Het niet hebben van een zoon wordt blijkbaar aangevoeld als een vergeten worden door God, over het hoofd gezien worden. En nu geeft God in het gebed te kennen: Hanna, het is niet zo dat Ik geen aandacht voor je heb, nu je geen kind hebt. Dat zegt Hij haar niet, Hij laat haar dat voelen door haar aandacht te geven nog voor Hij haar een kind geeft. En die aandacht noemen wij de heilige Geest. "Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen" (Lc 11,13). Ze vroeg toch om aandacht? En dat kreeg ze. Haar gezicht klaarde op. Zij had de heilige Geest, de liefdevolle aandacht van God ontvangen. En toen kon er ook nog een kind komen. Maar eigenlijk was dat niet meer zo nodig. Het eigenlijke had ze al ontvangen, precies wat haar man Elkana haar al eerder had te kennen gegeven: "Ben ik voor u niet meer (aandacht) dan tien zonen?"
Dat is wat in iedere eucharistie gebeurt. In de gaven mogen wij de Gever zelf ontvangen. En wat er die dag verder nog allemaal gebeurt en niet gebeurt, doet er dan eigenlijk niet zoveel meer toe, het eigenlijke, de heilige Geest, de liefdevolle aandacht van onze God hebben wij al.