Eerste lezing: Hebreeën 4,1-5.11
Evangelie: Marcus 2,1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
Toen Jezus in Kafarnaüm was teruggekeerd
en men hoorde dat Hij thuis was,
stroomden de mensen in zulk een aantal samen,
dat zelfs de ruimte vóór de deur geen plaats meer bood
toen Hij hun zijn leer verkondigde.
Men kwam een lamme bij Hem brengen
die door vier mannen gedragen werd.
Omdat zij wegens de menigte geen mogelijkheid zagen
hem dicht bij Jezus te brengen,
legden ze het dak bloot boven de plaats waar Hij Zich bevond,
maakten er een opening in
en lieten het bed waarop de lamme uitgestrekt lag zakken.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme:
Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Er zaten enkele schriftgeleerden bij.
Ze zeiden bij zichzelf:
Wat zegt die man daar? Hij spreekt godslasterlijk.
Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?
Uit Zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneerden
en Hij zei hun:
Wat redeneert gij toch bij uzelf?
Wat is gemakkelijker, tot de lamme te zeggen:
Uw zonden zijn u vergeven, of:
Sta op, neem uw bed en loop?
Welnu, opdat ge zult weten
dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven,
- sprak Hij tot de lamme -
Ik zeg u, sta op, neem uw bed mee en ga huis.
Hij stond op, nam zijn bed
en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten.
Iedereen stond er versteld van,
en ze verheerlijkten God en zeiden:
Zoiets hebben wij nog nooit gezien.
Homilie
Toen Jezus in Kafarnaüm was teruggekeerd en men hoorde dat Hij thuis was, stroomden de mensen in zulk een aantal samen, dat zelfs de ruimte vóór de deur geen plaats meer bood toen Hij zijn leer verkondigde." Dat is het plaatje van onze Kerk, want daar wordt in de gemeenschap, in de vieringen, het woord van God verkondigd aan velen. De priester verkondigt niet zijn eigen gedachten, spreekt niet zijn eigen woord, maar het is Jezus die de stem van de priester leent om Gods woord te verkondigen, om het woord van God opnieuw vlees en bloed te laten aannemen, vlees en bloed te laten worden en zo de mensen te vergoddelijken.
God wil Zich echter ook aan elke mens persoonlijk meedelen en openbaren. Hij is er voor ieder van ons persoonlijk. Het woord van God, verkondigd in de menigte, in de gemeenschap, mag en kan ook worden opgenomen door ieder van ons persoonlijk, om het in ieders eigen leven werkzaam te doen worden. De gelovigen worden persoonlijk door God aangesproken, zodat het woord van God hen persoonlijk raakt. Maar er zijn dikwijls heel wat belemmeringen voor het zover is, zoals ook het geval was bij de vier mannen en hun lamme vriend: drukte, mensen die in de weg zitten, en dat is nog maar de buitenkant. Innerlijk zitten er ook allerlei dingen in de weg die verhinderen dat het woord van God tot je doordringt, die beletten dat je je persoonlijk tot God wendt: drukte in je hoofd, je denkt aan van alles en nog wat, zodat je geest en je hart niet vrij zijn voor Hem. Of je wilt jezelf beschermen, je wilt jezelf veilig stellen, je leven in eigen hand houden. Zo kunnen er allerlei dingen zitten tussen jou en het woord van God.
Dat was ook het geval met de lamme in dit evangelie. Maar de mannen lieten zich niet tegenhouden en lieten hun vriend voor de voeten van Jezus neer. Zo ontstond er toch een moment waarop er niemand en niets was tussen hem en Jezus, tussen de zondaar en de barmhartige liefde van God. Jezus zei tot hem: "Mijn zoon (eigenlijk staat er: mijn kind), uw zonden zijn u vergeven." Dat was raak, dat raakte hem! De bron van zijn wezen werd gereinigd. Dat wat hier in het evangelie gebeurt, kan ook ieder van u gebeuren, dat je persoonlijk geraakt wordt door het woord van God. Dat staat altijd aan de oorsprong van een bekeerd leven.
Het woord van God is een goddelijke kracht die in staat is een heel leven ondersteboven te keren. Als je trouw blijft aan dat woord, aan die goddelijke kracht, je van de nabijheid ervan bewust blijft, eraan gehoorzaamt, ernaar blijft luisteren, in de ban ervan blijft, kun je het een na het ander als het ware moeiteloos uitvoeren. Niet meer door eigen kracht, maar doordat je eigen zwakke kracht is opgenomen in de kracht van God, in de kracht van de heilige Geest.
U hoort dit woord nu en in de rest van de viering gaat dat woord doen wat Jezus er mee voor heeft: het neemt in het brood en de wijn vlees en bloed aan. Het neemt gestalte van Jezus' lijdend, stervend en verrijzend Lichaam aan. Die goddelijke kracht wil Hij ons meedelen in de heilige communie.