Eerste lezing: Hebreeën 4,12-16
Evangelie: Marcus 2,13-17
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
Eens ging Jezus naar de oever van het meer.
Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen.
In het voorbijgaan zag Hij Levi,
de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten
en sprak tot hem: Volg Mij.
De man stond op en volgde Hem.
Terwijl Jezus eens in de woning van Levi te gast was,
lag met Hem en zijn leerlingen ook een groot
aantal tollenaars en zondaars aan,
want er waren velen die Hem volgden.
De farizeese schriftgeleerden zagen
dat Hij at met zondaars en tollenaars,
en zij zeiden tot zijn leerlingen:
Hoe kan Hij eten en drinken met tollenaars en zondaars?
Jezus hoorde dit en antwoordde hun:
Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen,
maar om zondaars te roepen.
Homilie
Al het volk kwam naar Jezus toe en Hij onderrichtte hen." Er wordt in het evangelie niet verhaald wát Jezus dan wel onderrichtte, wat Hij zei tegen al dat volk. Wat wél verhaald wordt, is wat Jezus tot iemand persoonlijk zegt, en niet alleen het woord dat Hij tot de man zegt, maar ook wat dat in hem uitwerkt. Het is net als gisteren, toen Jezus in Kafarnaüm was: veel mensen voor de deur "toen Hij hun zijn leer verkondigde," maar er staat niet bij wat Hij in zijn leer verkondigde, wat Hij in zijn preek tot iedereen zei. Maar wel wordt er verteld over zijn ontmoeting met de lamme, over wat Hij tot de lamme zei, en wat dat in hem uitwerkte.
Ook in dit evangelie richt Jezus het woord tot één enkele persoon, en het woord van God komt bij hem aan en treft hem in zijn hart. De schrijver van de brief aan de Hebreeën, waaruit u zo even hoorde voorlezen, zegt: "Het woord van God ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens.
Het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest." Als Jezus' roepstem klinkt, dan pas komen die gedachten en gevoelens naar boven. Als Jezus mensen roept tot ontlediging, tot onthechting - wat Hij dus van Levi vroeg: zijn huis verlaten, zijn thuis, zijn bezit, zijn veiligheid, zijn houvast - als iemand wordt geroepen tot het leeg worden van zichzelf, als Hij roept tot het kruis, dan pas komt naar buiten, dan pas wordt aan jezelf geopenbaard waarvan je leeft, wat het diepere in je is. Word je geroepen tot ziek zijn, oud worden, afhankelijk zijn - dat is ook een vorm van roeping - dan komen de diepere krachten in je aan het licht. Je kunt bang zijn: Wat gaat me overkomen? Wat staat me te wachten? Zal ik het wel aan kunnen? Je wordt je bewust van je grenzen. De angst slaat je om het hart. Dan mag je weten, het wordt in diezelfde lezing gezegd: "Wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien van de zonde."
Je bent niet zomaar geroepen tot een bepaalde functie, een ambt in de Kerk, een positie met bepaalde verantwoordelijkheden. Je bent niet geroepen tot zomaar lijden, je bent geroepen om Iemand te volgen. "Kom, volg Mij. Je wordt dus niet geroepen tot iets, een taak, een positie, nee, je wordt geroepen tot Iemand: Hij koos er twaalf uit om Hem te vergezellen (Mc 3,14). Wij zijn geroepen om een gekruisigde Messias te volgen, die in de dagen van zijn sterfelijk leven onder luid geroep en geween gebeden en smekingen heeft opgedragen aan God, en in de school van het lijden gehoorzaamheid heeft geleerd" (Hebr 5,7.8).
Het zijn geen prestaties, het is geen heldenmoed of menselijk krachtsvertoon waartoe wij worden geroepen, wij worden geroepen tot een gemeenschap met Iemand die zwak was. Wij worden geroepen tot een gemeenschap van zieken en zwakken. "Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars."
Hij riep zwakke mensen, zoals wij, en die roept Hij steeds weer, die zal Hij blijven roepen, want Jezus is altijd: gisteren, heden en in eeuwigheid. Hij blijft roepen, elke nieuwe levensfase, elk uur, elke dag. Het overkomt je niet zomaar. Wat je ogenschijnlijk zomaar overkomt, is opgenomen in een plan van God voor jou persoonlijk. Tegelijkertijd wil dat zeggen dat je ook de kracht krijgt om dat wat er van je gevraagd wordt, op te brengen.
Daarvoor is dan ook de eucharistie, een maaltijd met tollenaars en zondaars, met zieken en zwakken. Het brood dat ons gegeven wordt, is genadebrood. "Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp." Hij roept je, sta op, volg Hem. Maar ga eerst zitten aan de maaltijd om het genadebrood te ontvangen.