Kersttijd
2 januari 2010
            HH. Basilius  de Grote en Gregorius van Nazianze,
                               bisschoppen en kerkleraren


Eerste lezing: 1 Johannes 2,22-28
Evangelie: Johannes 1,19-28


Inleiding      

Basilius de Grote en Gregorius van Nazianze, kerkleraren. Basilius wordt door Benedictus in zijn regel 'onze heilige Vader Basilius' genoemd. Eigenlijk hebt u (de zusters van priorij Nazareth) dus twee vaders, twee geestelijke vaders: vader Benedictus en Benedictus' vader, Basilius. Benedictus verwijst naar hem als aanvulling op zijn eigen regel, die hij meer ziet als voor beginnelingen, voor mensen die pas begonnen zijn met hun monastieke levenswandel. Maar wie haast heeft om tot de volle ontplooiing van dit leven te komen, heeft de leer van de heilige Vaders nodig, van het Oude en Nieuwe Testament, de gesprekken van Johannes Cassianus, waarin hun instellingen, levensbeschrijvingen, en ten slotte ook nog de regel van onze heilige vader Basilius.

Gregorius van Nazianze is de ander kerkleraar die wij vandaag vieren, de boezemvriend van Basilius. 'Basilius en ik schenen maar één ziel te hebben, al leefden wij in twee lichamen.' Ze waren beiden in Athene leraar in de welsprekendheid. Samen beleefden ze en leefden ze in de eenzaamheid. Ze werden allebei bisschop en kerkleraar, want hun leer werd begeleid door een voorbeeldig leven. 'Laat ieder de achternaam dragen die hij van zijn vader gekregen heeft, of de titel die hij zelf door eigen inspanning heeft verworven. Het belangrijkste voor ons toen (toen zij in de eenzaamheid leefden, wat voor u dus nog zo is) was christen te zijn en die naam te dragen.' Christen, daarin zit het woord christos, dat betekent: door Gods Geest gezalfd. Geestdrager zijn, drager van Jezus' Geest. Het hart en ook het verstand laten bezielen, laten verlichten door de heilige Geest.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Dit is het getuigenis van Johannes
toen de Joden uit Jeruzalem priesters en levieten
naar hem toezonden
om hem te vragen: “Wie zijt gij?”
Daarop verklaarde hij zonder enig voorbehoud
en met grote stelligheid:
“Ik ben de Messias niet.”
Zij vroegen hem: Wat dan?
Zijt gij Elia?”  Hij zei: “Dat ben ik niet.”
“Zijt gij de profeet?” Hij antwoordde: “Neen”.
Toen zeiden zij hem: “Wie zijt gij dan?
Wij moeten toch een antwoord geven
aan degenen die ons gestuurd hebben.
Wat zegt gij over uzelf?”
Hij sprak: “Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt,
de stem van iemand die roept in de woestijn:
Maakt de weg recht voor de Heer!”
De afgezanten waren uit de kring van de Farizeeën.
Zij vroegen hem: “W at doopt gij dan
als gij de Messias niet zijt, noch Elia, noch de profeet?”
Johannes antwoordde hun:
“Ik doop met water maar onder u staat Hij die gij niet kent,
Hij die na mij komt,
ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.”
Dit gebeurde te Bethanië, aan de overkant van de Jordaan,
waar Johannes aan het dopen was.

Homilie    

Wat Johannes de Doper vandaag in het evangelie doet en zegt: van zichzelf wegwijzen naar Jezus, wegwijzer zijn met heel zijn wezen, dat wordt door Johannes de evangelist in de eerste lezing op een andere wijze, maar even stellig, geformuleerd: "Wie ontkent dat Jezus de verlosser is, is dat niet de leugenaar? Dat is de 'antichrist', de loochenaar van de Vader én van de Zoon. Wie Christus loochent, kan God niet vinden; wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader." Hij bedoelt daarmee te zeggen: er is er maar Een. Johannes de Doper zegt: niet Elia, niet de profeet, niet ik, wij zijn niet de Messias, maar Hij die na mij komt. Er is maar één God en er is maar één Middelaar. Alle anderen zijn wegwijzers, "de stem van iemand die roept in de woestijn." Ze zijn als een luidspreker, een megafoon. Voor die luidspreker en die megafoon hoef je geen aandacht te hebben, daar hou je je alleen maar mee bezig als dat ding niet functioneert, maar als hij functioneert, dan let je op wát er gezegd wordt.

Hij alleen. We hebben geen kennis van God tenzij door Jezus Christus. Buiten Jezus om is er geen kennis van God. Buiten de Kerk om is er geen heil. Maar wat dan met al die profeten, Elia en al die andere Elia's die reeds gekomen zijn en die ooit nog zullen komen, hebben die ons dan echt niets te zeggen over God? Zijn die dan helemaal geen wegbereiders naar God? Jawel, enige notie hebben zij wel van God, maar vergeleken bij de kennis die mensen van God krijgen door Jezus, is die kennis en die ondervinding die men van God heeft buiten Jezus, niets, meer duisternis dan licht.

Vergelijk het met een flonkerende sterrenhemel, als de zon op komt, is er niets meer van te zien. Waren dat dan geen sterren, gaven ze dan geen licht? Jawel, maar vergeleken bij het licht van de zon zijn ze als in rook opgegaan. Wat is dan het overtreffende, de meerwaarde van Jezus boven alle anderen? Wat Jezus boven alle anderen brengt, is de ondervinding van God, de geestkracht van God, de ervaring van God. Zoals Johannes ook zegt: "Ik doop u met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur" (Mt 3,11). Dat betekent met de kracht van God zelf.

Wat een verschil: praten over God, God aanwijzen, denken over God, of God zelf ondervinden. En dat is nu precies wat Jezus doet: Jezus brengt ons in aanraking met God. Hij is hét sacrament van de Godsontmoeting, dat niet alleen verwijst naar, maar datgene waar Hij naar verwijst, ook zelf bevat. Hij brengt je door Zichzelf in aanraking met God. Dat doet Jezus en daar gaat Hij mee door na zijn dood, na zijn verrijzenis in de Kerk. Dat is het grote onderscheid tussen de weg van allen die God zoeken buiten Jezus en de weg naar God via Jezus.

"Blijft in Hem", zegt sint Jan. Daardoor blijft God zelf in onze nabijheid, raakt Hij ons aan, hebben wij deel aan Hem. Sint Jan gebruikt daar dat merkwaardige woord "inwijding” bij, “de wijding die in alles onderricht." Je krijgt niet alleen de inhoud, maar je krijgt ook een kracht: de kracht van God zelf. Je krijgt niet alleen de leer, de woorden, maar bij die woorden, bij die leer krijg je ook een ondervinding, een ervaring. Je zou kunnen zeggen: je krijgt een deugd, een kracht die het doet. Zoals wanneer wij de heilige Geest aanroepen vlak vóór en vlak na de consecratie, dan kríjgen wij ook de heilige Geest en die maakt ons tot kinderen van God, precies zoals Jezus zegt.
Wat wij dus van Hem kunnen leren, is niet alleen iets van ons hoofd, van ons verstand, maar nog meer van ons hart; dat ons hart veranderd wordt in zachtmoedigheid en nederigheid. Dat kun je van niemand anders krijgen dan alleen van God en alleen van Jezus.