Goede Vrijdag,
    jaar C
Eerste lezing: Jesaja 52,13-53.12
Tweede lezing: Hebreeën 4,14-16; 5,7-9
Evangelie: Johannes 18,1-19.42

De lezingen zijn gemeenschappelijk in de cycli van de jaren A, B en C


Inleiding  

Vandaag, Goede Vrijdag, een woord ter inleiding. Aan het uiterlijk van het altaar ziet u dat het er anders aan toe zal gaan dan anders. Er is geen eucharistie, geen kruisbeeld, geen wijwater, er zijn geen kandelaars, geen altaardwalen, en de godslamp is uit. We beginnen zonder kruisteken, hierdoor wordt duidelijk wat er in de eucharistie gevierd wordt: het kruisoffer zelf. In die zin vieren we vandaag wel eucharistie, want ook vandaag vieren we het kruisoffer, wordt het kruisoffer tegenwoordig gesteld, geactualiseerd. Maar vandaag vieren we het kruisoffer niet in de tekenen van brood en wijn, maar in de werkelijkheid. In de heilige Geest zijn we op Golgota.

Ook de andere kant van het kruisoffer, de verrijzenis, wordt vandaag aanwezig gesteld, want Goede Vrijdag maakt deel uit van Pasen. Goede Vrijdag is niet een vóórbereiding op Pasen, het is Pasen zelf, want Pasen is de doorgang door lijden en dood naar verrijzenis. Het kruis verschijnt vandaag dan ook als een zegeteken. Daaraan kun je de verrijzeniskant zien. Als de Verrezene verschijnt aan zijn leerlingen, toont Hij hun zijn handen en zijn zijde, de tekenen van de triomf, van de overwinning op de dood. Het kruis is een teken, zoals Johannes zegt in de evangelielezing (JoH 18,1 - 19,47), van Jezus' verhoging, van Jezus' verheerlijking. En héél de geschiedenis ervoor mag worden gezien als een opgang naar dit gebeuren.

We luisteren eerst naar de profeet Jesaja, in het Lied van de lijdende Dienstknecht (Jes 52,13 - 53,12). Alle rechtvaardigen van het Oude Verbond hebben geleden, zoals Jezus zegt aan de Emmaüsgangers: "Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten en wat in al de Schriften op Hem betrekking had" (Lc 24,27). Maar de Oudtestamentische vrome in wie de christenen het duidelijkst Jezus hebben herkend, is de lijdende Dienstknecht,  omdat van Hem het eerherstellend karakter van zijn lijden wordt uitgesproken en met evenzoveel woorden beleden. "Het waren onze pijnen die Hij droeg en onze smarten die Hij op Zich nam."

We worden in deze viering, die uit drie delen bestaat, steeds uitgenodigd om te zien. In de lezing: "Zie de Mens”, “Ecce Homo," bij de kruisverering: 'Ecce lignum Crucis,' 'Zie het hout van het Kruis, waaraan de Verlosser van de wereld heeft gehangen,' en tenslotte bij de communiedienst: 'Zie het Lam Gods.'
Jezus is het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt. Hij is niet om aan te zien, Hij is afzichtelijk. De mensen wenden in afschuw hun gelaat van Hem af en ook wij zouden dat willen doen, maar we worden uitgenodigd om tóch te zien, om door het afzichtelijke heen de barmhartigheid te zien, het geduld, de vergeving van het kwaad, dat wij, ieder van ons persoonlijk, Hem hebben aangedaan. We mogen naar God opzien, om op zijn gelaat de trekken te aanschouwen van medelijden om wat wij Hem hebben aangedaan.

Het Passieverhaal en de lezingen die eraan voorafgaan, hebben wel iets van een krantenverslag uit onze dagen. Men heeft Hem mishandeld. Door een gewelddadige rechtspraak is Hij geslagen tot de dood toe en weggerukt uit het land der levenden. Uit de brief aan de Hebreeën: "Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld.” Uit het Passieverhaal: “Pilatus wilde er toe overgaan Hem vrij te laten, maar de Joden schreeuwden: Als ge die Man vrijlaat zijt ge geen vriend van de keizer. Toen leverde hij Hem uit om de kruisdood te ondergaan." Een gerechtelijke moord werd begaan, onschuldig bloed werd vergoten. Het is tegenwoordig zo gewoon, nauwelijks de moeite waard om in de krant te vermelden. En ook wordt er nogal eens gereageerd door de mensen: 'Dat doen wíj niet, zo zijn wíj niet.'

Hoe komen mensen ertoe een moord te plegen? Elke moordenaar heeft zo zijn reden, zijn motief dat hem beweegt. De aanrander doodt zijn slachtoffer om te voorkomen dat zijn vergrijp bekend wordt. Een verslaafde doodt om aan geld te komen. Een moeder doodt haar ongeboren kind omdat ze vrij wil zijn. Een stad wordt gebombardeerd, een atoombom afgeworpen om de oorlog te winnen. Een kampbeul, een doodseskader, een bevrijdingsbeweging slaat of schiet mensen neer om hun systeem te handhaven of juist om een ander systeem omver te werpen. Op demonstranten wordt gevuurd om de macht in handen te houden. Om te moorden hebben mensen alleen maar macht nodig en een gelegenheid, de reden is dan gauw genoeg gevonden.

Moordenaars zijn geen apart soort mensen, een soort onmensen, maar gewone mensen, zoals u en ik. Hij is een stoere jongen, zij is een geëmancipeerde vrouw, hij is een vrijheidstrijder, een intelligente strateeg, een hogepriester die de eerste plaats wil handhaven, of een voorbeeldig ambtenaar, krijgsman, of een liefhebbende huisvader. Moordenaars zijn gewone mensen, zoals wij, zoals ook de Romeinen en Joden in Jezus' tijd. De moordenaars van Jezus hadden ieder hun eigen reden. Pilatus handelde uit angst, hij was bang en toen hij hoorde dat Jezus Zich voor Gods Zoon had uitgegeven, werd hij nog meer bevreesd. Zijn angst nam toe naarmate de Joden meer aandrongen. Voor het Sanhedrin was de zaak van Jezus een zaak van volksbelang. "Als we Hem zijn gang laten gaan, - slim als ze zijn - zullen ze allemaal in Hem geloven. Dan zullen de Romeinen komen en met de heilige plaats ook ons volk wegvagen" (Joh 11,48). Dus om plaats en volk te redden, is het beter dat er één mens sterft voor het volk, voor ons. En voor de dief, Judas, is Jezus' dood tenslotte niet meer dan een uit de hand gelopen handel. Dat was zijn bedoeling niet.

Om God te doden zijn er geen schurken nodig. Als de leiding, Pilatus, bang genoeg is en het kader, hogepriesters en schriftgeleerden, mensen opofferen voor hun 'goede' zaak, dan is er nog maar een kruimeldief, Judas, nodig om een fatale ontwikkeling op gang te brengen.
Hoe kom je ertoe een moord te bedrijven? Net zoals je er toekomt willekeurig welke andere zonde te begaan. Iemand wil geen moord, iemand wil geld. De overste wilde geen moord, hij wilde rust. De aanrander wil geen moord, maar lust. Ook de verzetstrijder wil geen moord, maar hij wil ook geen last. Je wil geen moord, maar je vrijheid, of de vrijheid van het volk. De moeder wil geen moord plegen op haar ongeboren kind, maar zij wil haar eigen vrije leven behouden. En of het tot een moord komt, hangt er eigenlijk maar vanaf. Dat doet er eigenlijk niet zo toe. "Ieder die zijn broeder haat is een moordenaar", schrijft Johannes (1 Joh 3,15). Of het nu tot een moord komt, wat voor moord dan ook, een lustmoord, een moord om rust te krijgen, of een gerechtelijke moord zoals in de zaak Jezus, of niet, dat blijft hetzelfde. Zoals "al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, al in zijn hart echtbreuk met haar heeft gepleegd" (Mt 5,27). De gelegenheid maakt de dief, luidt het spreekwoord, en dat geldt evenzo voor de moordenaar. Maar wie ten koste van een ander zichzelf zoekt, heeft al het hart van een moordenaar. Hij is misschien geen seriemoordenaar, maar een gelegenheidsmoordenaar.

Misschien begint u zich nu gekweld de vraag te stellen: 'Hoe kom je ertoe geen moord te bedrijven?', dan is het antwoord op die vraag deze tegenvraag: 'Hoe kom je ertoe om niet het hart van een moordenaar te hebben?' Niet door iemand niet te willen, maar door iedereen wel te willen, door je welwillendheid uit te strekken zonder beperking naar iedereen. Dan komt de hoge eis, de hoge opdracht, de opgave, door van níemand te zeggen of zelfs maar te denken: die moet ik niet. Die lust ik niet. Zijn gezicht staat me niet aan. Die komt er bij mij niet meer in. Of: op dat soort lui kan ik wel schieten.
Hoe vermijd je ooit een moordenaar te worden? Heel eenvoudig: door niet het hart van een moordenaar te hebben en je krijgt het hart van een moordenaar, als je bewust liefdeloosheid in je hart toelaat. En je hebt pas het hart van een niet-moordenaar, wanneer je iedereen wel wilt en die welwillendheid zóver laat gaan, dat je desnoods wilt sterven voor het volk. 'Het is beter dat er een mens sterft voor het volk', en het dan ook goed vinden die ene mens te zijn. Dat is de echte liefde! "Wat liefde is, hebben wij geleerd van Christus”, zegt sint Jan, “Hij heeft zijn leven voor ons gegeven, dus zijn ook wij verplicht ons leven te geven voor onze broeders" (1 Joh 3,16).
 
Als een ander tegen je zegt: weg met jou, zeg dan niet: ik moet jou ook niet. Wees bereid om als anderen jou niet willen, hen wel te blijven willen. Dan pas ben je een fan van de liefde. Niet om van anderen liefde te eisen, maar om liefde te geven. En als iemand jou niet mag, er toch mee doorgaan hem wel te mogen, hem wel te beminnen.
Zo zou je je kunnen afvragen: bid je wel eens voor je beulen, voor mensen die jou dwarszitten, voor je huisgenoten die je soms pijnigen, je geloofsgenoten, je buren, of je lotgenoten? 'Uw eigen volk.' "Pilatus antwoordde Jezus: Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de hogepriesters hebben U aan mij overgeleverd." Dat is Gods verlossende weg.

Hoe kom je ertoe geen moord te plegen? Wat is er voor nodig niet het hart te hebben van een moordenaar, maar integendeel de moord te stoppen? Dat kan alleen door kwaad met goed te beantwoorden, en groter kwaad met groter goed. Dat betekent dat als het kwaad van de ander tegen jou tot het uiterste zou gaan, jij dan ook vanuit de liefde van Jezus je wilt blijven geven tot het uiterste toe. Als je iemand niet wilt, ben je een moordenaar, maar als je wel wilt die jou niet willen, dan komt door de dood het leven.
Laat je door Jezus' dood winnen voor zo'n leven. Laat zijn dood vruchtbaar zijn, door te leven en te sterven zoals Hij. 'Het is beter dat er één Mens sterft voor het volk.' Overwin het kwade door het goede; groter kwaad door nog groter goed. Als het kwaad tot het uiterste gaat door een beraming van een aanslag op je leven, geef dan het bewijs van je liefde tot het uiterste toe. Stop met moorden door de grotere liefde van Jezus aan te hangen.
Straks is de kruisverering. Weet wel wie u bij de kruisverering gaat eren. U eert Hem die u met uw kus verraden hebt. Eer Hem dan nu met een kus van oprechte liefde, van dankbare liefde.