Meditaties bij de zondagsevangelie


Jaar A                            Jaar B                        Jaar C
           

Inleiding
Gevraagd werd een meditatie-boek te schrijven. Als hulp bij het biddend overwegen van de Zondags-evangelies. Maar bereik je met het schrijven van zo’n boek wel wat mensen eigenlijk zoeken, namelijk een helpende hand bij het bidden? Hebben mensen niet de neiging om eerder te veel dan te weinig stof te nemen en dus te lezen in plaats van de bidden? Maak je de bekoring om te lezen in plaats van te bidden niet groter door weer een boek te vullen met weer nieuwe gedachten? Het eigenlijke van het gebed zit hem toch niet in de gedachten, maar in dat ondefiniëerbare wat wij ‘contact’ noemen. Maar hoe zou iemand in een meditatie-boek daarbij de helpende hand kunnen reiken? Zoiets kun je toch niet in de plaats van een ander.

Traditie van liefdevol beschouwen in de kerkNu bestaat er in de kerk al een heel oude traditie om de geheimen van Jezus’ leven biddend te beschouwen. Het begon met de mysterie-spelen in de middeleeuwen. Bij de groeiende individualisering van de maatschappij ontstonden er meditatie-boeken met behulp waarvan de gelovige ook in zijn eentje de geheimen van Jezus’ leven liefdevol kon beschouwen. Al die wenken en tips om fantasie, verstand en hart binnen de bedding van het gebed te laten samenstromen, werden aan het begin van de zestiende eeuw door Ignatius van Loyola nog eens op hun bruikbaarheid getoetst en tenslotte verwerkt in zijn Geestelijke Oefeningen. De oorspronkelijkheid van Ignatius bestaat in de consequente toepassing van een eeuwenoude praktijk van liefdevolle beschouwing van het evangelie. Na hem wordt deze gebedsmethode nu al vier eeuwen lang in de kerk gehanteerd door en voor personen van de meest uiteenlopende levensstaat, ontwikkeling, leeftijd, cultuur. Deze manier is gebleken niet gebonden te zijn aan een bepaalde tijd of spiritualiteit. Daarom hebben wij deze gebedsaanwijzingen aan elke overweging vooraf laten gaan. Zo dachten wij de mensen die om een meditatie-boek vroegen, niet met een leesboek af te schepen.

Biddend beginnen
Eigenlijk doet die weg niets anders dan in kleine concrete stappen uiteenleggen wat elke mens spontaan doet, wanneer hij naar een kerk gaat om er te bidden:
Men schakelt over van een wereld van doen en praten naar een wereld van stilte en luisteren in vertrouwen dat God iets zal zeggen en doen.
Binnengekomen in de kerk loopt men langzaam naar voren, knielt of buigt voor Hem.
Dan pas neemt men de gebedshouding aan.
Precies die drie stappen worden ook aan het begin van elke overweging aangegeven:

overschakelen door de geest wat te laten rusten bij Hem.
Bij de plaats van het gebed staande zich Gods tegenwoordigheid te binnen brengen en een gebaar maken van eerbied.
De houding van het gebed aannemen en de genade vragen dat God God mag zijn in mijn leven, zodat het gebed niet geïsoleerd raakt van het leven, maar er de ziel van gaat vormen.
Er zijn ook drie stappen om al biddend in het geheim binnen te komen dat nu ter overweging wordt aangeboden:

Ik haal de geschiedenis voor de geest, zodat ik begin en einde weet, maar vooral ook de rode draad, zodat ik ook ga zien hoe die geschiedenis verder gaat tot in mijn leven hier en nu. Bijvoorbeeld bij de storm op het meer van Galilea zie ik hoe het ook in de eigen kerk soms stormachtig toegaat én hoe het soms kan spoken in het eigen hart.
Ik stel me de plaats voor ogen, zodat ik er ook werkelijk bij aanwezig kan zijn.
Ik vraag om de bijzondere genade, doorgaans om een innerlijke kennis van Christus onze Heer. Dat steeds weer bidden om de “genade”, om de “bijzondere genade” is nodig, omdat je in het gebed alles kríjgt. Dat wil zeggen je kunt het nooit zelf pakken. Maar om het te kunnen krijgen, moet je eerst vragen. Dat vragen is niet nodig als een soort voorwaarde van onze kant waarop God van zijn kant de verhoring schenkt, maar als het scheppen van openheid om de genade te kunnen ontvangen. Overigens is die openheid of dat verlangen zelf al genade. Het is het begin van wat God bij de verhoring in volheid zal schenken. Vragen om genade is zelf al genade. Daarna volgen de overwegingen: bij één of meerdere zinnetjes van de tekst van het zondags-evangelie van het jaar C.

Biddend eindigen
Zoals het binnenkomen in de kerk een eigen ritme en een eigen ritueel heeft, zo is het ook met het verlaten van de kerk en zo is het ook met het beëindigen van het gebed. Ook hier worden concrete stappen gezet om de gebedstijd op de diepte van het gebed af te sluiten. Want overwegingen willen nogal eens zakelijk eindigen onder andere vanwege de druk van het werk dat erop volgt. Ineens kan dan het gebed uit zijn. De vraag is: was dat dan wel een echt gebed? Om te voorkomen dat het zakelijke de overhand gaat krijgen boven het persoonlijke, is het goed om te eindigen op de wijze van het gesprek.Tenslotte wordt men uitgenodigd een terugblik of reflexie te houden. Het is een manier om op een geordende wijze over het afgelopen gebed na te denken. Nadenken over het gebed en bidden vloeken met elkaar. Maar we kunnen het nadenken toch niet laten. Dan is het maar het beste om aan dat denken een eigen plaatsje in te ruimen waar het niet veel kwaad meer kan: na afloop van het gebed in de terugblik of reflexie. De eerste reflexie-vraag peilt naar de verstrooiingen. Veel mensen hebben bij hun gebed last van verstrooiingen. Men wil het gewoonlijk niet, maar toch heeft men ze. Tot vervelens toe. Maar er is met onze verstrooiingen ook iets goeds uit te richten. We kunnen erdoor groeien in zelfkennis, namelijk wat betreft mijn verhouding met God. Uit het onderwerp van mijn verstrooiingen kan ik onderscheiden waar ik in mijn leven op dit moment in de greep ben van iets wat niet direct op God geordend is. Maar in zo’n terugblik kan ik ook onderscheiden waar het de heilige Geest is geweest die in mij gewerkt heeft, waar ik één van Geest was met Jezus en de Vader. En als het echt de heilige Geest is geweest, dan zal zijn dauw niet meteen bij het einde van het gebed zijn vervlogen. De ziel dampt nog na. Op die punten waar ik me minder met Hem verbonden voelde en waar ik me sterker met Hem verbonden voelde, kan ik heel goed bij de volgende meditatie terugkomen ten einde mezelf beter te overwinnen en het woord van God nog meer geschiedenis te laten maken. Daarom is het goed om hetzelfde stuk evangelie meerdere malen te overwegen.
Degene die het boek hanteert als steun voor het eigen gebed zal merken, dat langs de weg van het contact met God de evangelies zich moeiteloos ontsluiten. Een opgave is het alleen om op de diepte van het gebed te komen en op dat niveau te blijven. Of eigenlijk is dat niet moeilijk; het is onmogelijk, menselijk gezien. Het is louter genade. Niet dat het zo zeldzaam is dat God die genade geeft. Maar elke keer dat Hij die genade van het gebedscontact geeft, is het een wonder. Een wonder van genade waardoor de mens boven zijn stand wordt uitgetild.

Voor wie?
Voor wie werd dit boek geschreven? Voor jong en oud, voor minder en meer ontwikkelde gelovigen, voor priester en leek, voor mensen die in de wereld leven en voor mensen die uitdrukkelijk aan God zijn toegewijd. Kortom voor ieder die met God wil spreken en leven. De zogenaamde praktische toepassingen hebben alle betrekking op de verhouding met God en hoe de verhouding met God inwerkt op de verhouding met de mensen. Moeilijke woorden zijn er zeldzaam. De taal is helder en eenvoudig. Ideaal ook voor priesters en diakens die hun preek moeten voorbereiden. Want iemand die het evangelie in gebed eerst op zichzelf heeft toegepast, zal er geen moeite mee hebben de juiste toepassing voor anderen te vinden.
Dr. J. Bots SJ

Hoe dit boek te gebruiken?
Dit meditatieboek bij zondagsevangelies leent zich voor een flexibele en gevarieerde manier van gebruiken. Sommigen hanteren het als een boek voor geestelijke lezing. Dikwijls leest men vóór de zondagse eucharistieviering de tekst van het evangelie van die zondag en de erop volgende suggesties hoe dit evangelie zou kunnen betrokken worden op de eigen gebeds- en levenservaring. Ook zijn er nogal wat predikanten die in het boek inspiratie zoeken voor hun zondagse preek. Weer anderen hanteren het boek als een meditatie-boek en maken vooral veel werk van de gebedsaanwijzingen die aan elke meditatie voorafgaan. Soms komen ze niet verder dan alleen die gebedsaanwijzingen. In elk geval blijkt men veel langer met de gebedssuggesties te kunnen, doen wanneer er veel zorg besteed is aan de voorafgaande gebedsinleidingen. Er zijn er die er een volle week mee toe komen. Dat hoeft niet te verwonderen. Immers via die gebedsinleidingen komt men op de golflengte van het gebed en op die golflengte is het de heilige Geest die de leiding overneemt; en Hij doet de dingen van God – volgens een uitdrukking van de heilige Ignatius – “innerlijk voelen en smaken” (Geestelijke Oefeningen, nr. 2).
Voor wie het boek als een meditatie-boek willen gebruiken, blijft de veelheid van de geboden stof een obstakel voor het eigen gebed. Bidden is nu eenmaal iets anders dan lezen. En dan drijft men op de gedachten van een ander.
Om het gevaar van het verstandelijk nadenken en lezen zoveel mogelijk te beperken, verdient het aanbeveling het boek op de volgende wijze te gebruiken:
Men leest de tekst van het evangelie eenmaal rustig door;
met overslaan van de gebedsaanwijzingen leest men de tekst van de meditaties;
men volgt de gebedsaanwijzingen door ze een voor een uit te voeren;
tenslotte neemt men de tekst van het evangelie voor zich, zonder nog iets te lezen van de toegevoegde meditatie-gedachten, met achtereenvolgens aandacht voor personen, woorden en daden.

Deze manier van bidden vraagt wel een zekere zelfbeheersing. Lezen gaat ons nu eenmaal gemakkelijker af dan bidden. Maar zo’n gebed met meer leegte en ook kans op verstrooiingen, is wel vruchtbaarder. Volgens de beproefde wijsheid van de heilige Ignatius van Loyola: “Wanneer hij die de beschouwing doet … zelf overdenkt en overlegt en, hetzij door het eigen overleg, hetzij voorzover het verstand door Gods kracht wordt verlicht, iets vindt waardoor hij de geschiedenis meer kan verklaren of aanvoelen, dan heeft hij meer geestelijke smaak en vrucht, dan wanneer door degene die de oefeningen geeft, de zin van de geschiedenis lang en breed was uitgelegd. Want niet door veel te weten verzadigt en voldoet men de ziel, maar door de dingen innerlijk te voelen en te smaken” (Geestelijke Oefeningen, nr. 2).
Hoe men het boek ook moge gebruiken, het werd geschreven opdat anderen hun ziel zouden verzadigen aan de onuitputtelijke rijkdommen van ons heilig geloof.