Heilige Bernardus Tolomei, abt
Heilige Johannes Eudes, priester
Eerste lezing: Ezechiël 28,1-10 [III 231];
Evangelie: Matteüs 19,23-30 [III 232]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
Voorwaar, Ik zeg u:
voor een rijke is het moeilijk
het Rijk der hemelen binnen te gaan.
Nog sterker:
voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.
Toen de leerlingen dit hoorden,
stonden zij verbijsterd en vroegen:
Wie kan er nu eigenlijk gered worden?
Jezus keek hen aan en zei:
Dit ligt niet in de macht der mensen,
maar voor God is alles mogelijk.
Waarop Petrus zei:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.
Wat zullen wij dus krijgen?
Jezus sprak tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u:
bij de wedergeboorte,
wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn
op de troon van zijn heerlijkheid,
zult ook gij die Mij gevolgd zijt,
gezeten zijn op twaalf tronen
en heersen over de twaalf stammen van Israël.
En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder,
vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam,
zal het honderdvoudig terugkrijgen
en eeuwig leven ontvangen.
Veel eersten zullen laatsten
en veel laatsten zullen eersten zijn.
Homilie
In de eerste lezing krijgt de rijke van het evangelie, voor wie het zo moeilijk is het Rijk der hemelen binnen te gaan, een aanschouwelijk voorbeeld: Tyrus, de stad der Feniciërs. De stad die bijna helemaal in zee ligt, omgeven door de zee, aan de landzijde ommuurd en daardoor bijna onneembaar. Zo voelt de vorst van Tyrus zich: 'Wie doet me wat?' Hij was onmetelijk rijk, een en al macht, rijkdom en aanzien. In de bijbel is de vorst van Tyrus het voorbeeld van hoogmoed, zozeer dat de vorsten van Tyrus tot voorbeeld hebben gediend voor de bijbelse verhalen over de zondeval: "Ik ben een god, zegt de vorst van Tyrus; u zult gelijk worden aan God, zegt de bekoorder tot de vrouw: door de kennis van goed en kwaad"; dat wil zeggen: 'ik maak zelf wel uit wat goed en kwaad is.' Hoe gemakkelijk leidt rijkdom niet tot hoogmoed, dat men denkt meer te zíjn door meer te hébben: "Uw hart is hoogmoedig geworden;
En terwijl gij een mens zijt, geen god, stelt gij in uw hart u gelijk met een god! Daarom wordt ge overgeleverd aan hem die u neerslaat!"
De vijanden doen de stad Tyrus aan wat de volgeling van Jezus zichzelf vrijwillig aandoet: zich ontdoen van alles wat hij bezit. Want "voor een rijke is het moeilijk het Rijk der hemelen binnen te gaan." Maar wij zijn helemaal niet rijk!? Misschien niet aan geld en goed, maar dan kun je nog wel rijk zijn aan begeerte naar rijkdom. Je kunt op zoveel manieren rijk zijn. Rijk ben je niet door wat je hebt, rijk ben je niet met een auto die je in de garage laat staan, maar doordat anderen je erin zien rijden. Je kunt op zoveel manieren rijk zijn, bijvoorbeeld aan contacten, rijk aan relaties. Het evangelie voorziet dat ook. Eerst noemt Jezus de bijzondere vormen van rijkdom op: huis, akker, maar dan ook de schatten die iedere mens heeft: broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen. Tenslotte kun je ook rijk zijn in wat je kunt, in talenten, in wat je meer kunt dan een ander.
Hoe kom ik erachter waar mijn rijkdom ligt? Kijk naar dat waar je je op laat voorstaan, of naar dat wat je mist. Wat jaag je na? Waar word je neerslachtig van, als je het niet hebt of als het je wordt ontnomen? Daar kun je jezelf betrappen op een geest van rijkdom. Probeer het goede te smaken van armoede en machteloosheid. Probeer graag arm te zijn. De weg naar de hemel is niet een weg omhoog, nee, omlaag, het is de weg naar Jezus, vernederd tot de dood erop volgt. Hij heeft alles gelaten. Daarom heeft God Hem zo hoog verheven. Laten wij dan nu samen met Hem de weg omlaag gaan om ons door God te laten verheffen. Daarom is Hij nu als Mensenzoon hier in ons midden: om samen met Hem de weg omlaag te gaan en ons dan samen met Hem door God te laten verheffen.