Heilige Bernardus, abt en kerkleraar
Eerste lezing: Rechters 11,29-39a
Evangelie: Matteüs 22,1-14
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd nam Jezus het woord en sprak tot de hogepriesters
en de oudsten van het volk in gelijkenissen.
Hij zei:
Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning
die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.
Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen
die hij tot de bruiloft had uitgenodigd,
maar zij wilden niet komen.
Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht:
Zegt aan de genodigden:
Zie ik heb mijn maaltijd klaar,
mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht;
alles staat gereed.
Komt dus naar de bruiloft.
Maar zonder er zich om te bekommeren, gingen zij weg,
de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken.
De overigen grepen zijn dienaars vast,
mishandelden en doodden hen.
Nu ontstak de koning in toorn,
stuurde zijn troepen
en liet de moordenaars ombrengen
en hun stad in brand steken.
Toen sprak hij tot zijn dienaars:
Het bruiloftsmaal staat klaar,
maar de genodigden waren het niet waard.
Gaat dus naar de drukke verkeerswegen
en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft.
Zijn dienaars gingen naar de wegen
en brachten allen mee die zij er aantroffen,
slechten zowel als goeden,
en de bruiloftszaal liep vol met gasten.
Toen de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken,
merkte hij daar iemand op die niet voor een bruiloft gekleed was.
En hij sprak tot hem:
Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?
Maar de man bleef het antwoord schuldig.
Toen sprak de koning tot de bedienden:
Bindt hem aan handen en voeten
en werpt hem buiten in de duisternis.
Daar zal geween zijn en tandengeknars.
Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.
Homilie
Vandaag lijken het barbaarse lezingen. Is God dan barbaars? In ieder geval is de mens zo. Jefta heeft zo'n barbaarse gedachte over God. Terwijl men in het Oude Testament wel beter wist. Zoals we gezongen hebben in de tussenzang: 'Offerande hebt Gij nooit verlangd.' God vraagt geen brandoffers, geen zoenoffer van mij. God geeft een bruiloftsfeest. Bij God zijn, dat is als op een bruiloft zijn. Voelt u zich zo? Je moet je door de wreedheid van de verhalen niet in de war laten brengen. Gods bedoelingen waren anders. Het zijn de mensen die wreed zijn. Ze wilden niet komen, ze grepen zijn dienaars vast, mishandelden de een en doodden de ander. En dan loopt het slecht af met de stad. U kunt het zich wel voorstellen dat de gelovigen in de brand van Jeruzalem, in het oordeel over de stad, Gods hand hebben herkend.
Het Rijk van God, een huwelijksdiner, de hemel, een feestelijke maaltijd, geen werkgemeenschap waar wij zelf iets presteren, iets verdienen, maar waar wij mogen aanzitten en ons laten bedienen. Ons gezelschap is Jezus, Maria en Jozef. Je hoeft er niets voor te doen, het komt op je af: "het rijk Gods komt". Het enige wat je moet doen, is het maar te laten komen, ingaan op de uitnodiging, een genodigde willen zijn, aannemen dat er iemand is die je nodig heeft om zijn feest luister bij te zetten. Je bent een geroepene: Iemand heeft je bij je naam geroepen, in zijn tegenwoordigheid. Hij heeft je voor de geest. Jezus roept. "Iets verder gaande zag Hij twee broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs en diens broer Johannes; met hun vader Zebedeüs waren zij in de boot de netten aan het klaarmaken. Hij riep hen (Mt 4,21). Daar is Hij zelfs voor gekomen. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars (Mt 9,13). Sint Paulus. Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen (Rom 8, 30). God is getrouw die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon onze Heer Jezus Christus (1 Kor 1, 9) Hij heeft ons geroepen tot vrede (1 Kor 7,15). Laat iedereen blijven in de staat waarin hij geroepen werd (1 Kor 7,20). Broeders, Gij werd geroepen om vrije mensen te zijn, leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt. Zodat gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop"
Alles staat gereed: "Zie ik heb mijn maaltijd klaar." Jezus is de bruidegom. Stelt u zich voor: alles keurig in orde gebracht, in de verwachting dat straks de genodigden er gretig gebruik van zullen maken. Maar ze komen niet, ze blijven weg. Een gastenkwartier zonder gasten. Een bruiloftsmaal zonder gasten: "zij wilden niet komen
maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, die andere naar zijn zaken." Een lege bruiloftzaal. Wat is dat voor een gemeenschap waartoe Hij roept? Waarom heeft God zo weinig succes met zijn roeping? In het evangelie zijn de geroepenen lang niet altijd de besten. Vaak zijn het late roepingen: Jacobus en Johannes, Andreas en Petrus, het zijn late roepingen. En altijd zondaars: "Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars." Uit medelijden. Denk maar aan uw eigen roeping: "Broeders, naar menselijke maatstaven waren er niet velen geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen, wat niets is om teniet te doen wat iets is" (1 Kor 1,26).
Er zit de Joden blijkbaar iets in de weg: de belofte, zij hebben zich geïnstalleerd in de belofte, zij menen als de kinderen van het Rijk een zeker recht te kunnen doen gelden tegenover God. "Velen uit het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Isaäk en Jakob aanzitten in het Rijk der hemelen; maar de kinderen van het Rijk zullen buiten geworpen worden in de duisternis, daar zal geween zijn en tandengeknars" (Mt 8,11-12). Dat is heel herkenbaar. Hoe gemakkelijk eigenen wij ons de genade niet toe, de genade van je geloof, de genade van je roeping, zodat wij die niet meer beleven als een appèl, een uitnodiging van Hem, maar als routine, waardoor je niet meer open bent om te groeien. "De een naar zíjn akker, de ander naar zíjn zaken." Nee, het eigene opgeven, je eigen wil, jezelf verliezen, naar Gods akker in plaats van naar je eigen akker. Niet het bruiloftsmaal op zich wekt verzet, maar het bruiloftsmaal van God. Wij worden geroepen niet tot het feest van één van ons, de eigen familie, voor een vriend, collega. Je moet afstand doen van je verlangen om tot een elitegezelschap te horen. Nee, het is een gezelschap van slechten zowel als goeden, kinderen van de Vader in de hemel, die "de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mt 5,44-48 ).
De heilige Kerk is een Kerk met niet alleen maar heiligen. "Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen" (Mt 9,10). De Kerk bestaat uit slechten zowel als goeden. Het is een allegaartje. Eigenlijk zou men er zich niet over moeten verbazen dat er eentje bij is zonder bruiloftskleed. Eerder is het andersom, zij worden van de kruispunten der wegen gehaald. Dat zijn de christenen uit de heidenen, nadat de koning hun stad, dat is de stad van de Joden, in brand had gestoken. Zij hadden bij hun doopsel allemaal een bruiloftskleed ontvangen, maar dan zouden ze ook moeten leven overeenkomstig hun roeping: "leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die Gij van God ontvangen hebt in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend (Ef 4, 1-2). Wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heiligheid van zijn koninkrijk (1 Tess 2,12). God heeft ons niet geroepen tot onkuisheid maar tot heiliging (1 Tess 4, 7). De herders van de Kerk hebben hun zorgen. Ze doen maar, ze doen maar raak. Een des te grotere plicht rust er op u, onnutte knecht, kinderen van het Rijk".