Maria op zaterdag
Heilige Maagd Maria, Koningin
Eerste lezing: Ruth 2,1-3.8-11;4,13-17
Evangelie: Matteüs 23,1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen:
Op de leerstoel van Mozes
hebben de schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen.
Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen,
maar handelt niet naar hun werken;
want zelf handelen ze niet naar hun woorden.
Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten
en leggen die de mensen op de schouders,
maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken.
Alles wat zij doen,
doen zij om bij de mensen op te vallen;
zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden
en de voornaamste zetels in de synagogen,
ze laten zich graag groeten op de markt
en willen door de mensen rabbi genoemd worden.
Maar gij moet u geen rabbi laten noemen.
Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders.
En noemt niemand van u op aarde vader;
gij hebt maar één Vader, de hemelse.
En laat u ook geen leraar noemen;
gij hebt maar één leraar, de Christus.
Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn.
Alwie zichzelf verheft, zal vernederd
en wie zichzelf vernedert
zal verheven worden.
Homilie
Ondraaglijke lasten opleggen aan anderen, aan elkaar, nu, daar hebben wij geen last van, tenminste geen religieuze of ascetische lasten. Zoiets zal men ons toch niet zo gauw aanwrijven. Alles wordt immers aan je eigen verantwoordelijkheid overgelaten. Maar daar zijn dan wel andere lasten voor in de plaats gekomen, maatschappelijke en psychische verplichtingen: dat je je politiek zus of zo moet opstellen, dat je dit of dat gelezen of gezien moet hebben, dat je zus of zo moet denken, wil je nog meetellen en voor vol worden aangezien, of dat je dit of dat aan moet hebben. Allerlei soorten van onverdraagzaamheid en discriminatie die nauwelijks worden uitgesproken, maar juist door hun anonimiteit, door hun ongrijpbaarheid een grote macht uitoefenen. Hoe kom je daar onderuit?
Van die dwingende macht, van het juk dat wij mensen elkaar plegen op te leggen, kun je vrij komen zegt Jezus ons vandaag: door alleen God als Vader te erkennen: "ge hebt maar één Vader, de hemelse. Dat is ook een last en een juk, maar een lichte last, een zacht juk. Zoals in het evangelie wordt gezegd: mijn last is licht en mijn juk is zacht" (Mt 11,30).
Zijn last, wat is dat anders dan de last die de Vader Hem oplegde? Wat is dat anders dan de Vader als hoogste autoriteit erkennen, geen oordeel uitspreken, geen menselijke macht uitoefenen, het niet zelf voor het zeggen willen hebben? Gij hebt maar één Vader: "de hemelse". Wat betekent dat voor een mens, als hij alleen de 'hemelse' Vader wil erkennen? "Ik ben nederig en zachtmoedig van hart. Hoe voelt dat aan? Geen juk dat drukt, geen last waaraan je je vertilt, in tegendeel: al wie zich vernedert, zal verheven worden" (Mt 23,12). Alleen als je leeft zoals Jezus, ben je werkelijk vrij. De christelijke gehoorzaamheid wordt voorafgegaan door een bevrijdende ongehoorzaamheid aan de bevestigende afhankelijkheid van het behoudsgezinde denken, (zoals het was, zo moet het altijd blijven) of het opgaan in eigentijdse idealen (het moet anders dan vroeger, zeggen de revolutiemakers, anders dan nu, zeggen de 'autonomen').
Zoek je je ontvoogding in een andere richting, niet in de hemelse bevoogding door de Vader in de hemelen, dan val je onvermijdelijk in de macht van een of andere dwingeland - na iedere bevrijding zul je onvermijdelijk moeten constateren dat je in de vernederende macht bent gevallen van een of andere, misschien minder duidelijk herkenbare, maar minstens even tirannieke voogd.
"Gij hebt maar één Vader." Dat betekent een ontvoogding van alle vaderfiguren, alle autoriteiten waaraan wij zo gehecht zijn, waaraan we gebonden zijn. Hij alleen laat je vrij op twee benen te staan. Een moeizaam proces deze bevrijding van de aardse machten.