Zaterdag in de eenentwintigste week
             van het even jaar
                                     

Eerste lezing: 1 Korintiërs 1,26-31
Evangelie: Matteüs 25,14-30


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
Het zal met het Rijk der hemelen zijn
als met de man die bij zijn vertrek naar het buitenland
zijn dienaars bij zich riep
om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de andere twee,
aan een derde één,
ieder naar zijn bekwaamheid.
Daarna vertrok hij.
Die de vijf talenten gekregen had,
ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij.
Zo verdiende ook degene die de twee gekregen had, er twee bij.
Maar die dat ene had gekregen, ging een gat in de grond graven
en het geld van zijn heer verbergen.
Een hele tijd later kwam de heer van die dienaars terug
en hield afrekening met hen.
Die vijf talenten gekregen had, trad naar voren
en bood nog vijf talenten aan met de woorden:
“Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend.”
Zijn meester sprak tot hem:
“Uitstekend, goede en trouwe dienaar,
over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.”
Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei:
“Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend.”
Zijn meester sprak tot hem:
“Uitstekend, goede en trouwe dienaar,
over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.”
Tenslotte trad ook die het ene talent had gekregen
naar voren en zei:
“Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt,
die oogst waar gij niet gezaaid hebt
en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid.
Daarom was ik bang
en ben uw talent in de grond gaan verbergen.
Hier hebt ge uw eigendom terug.
Maar zijn meester gaf hem ten antwoord:
“Slechte en luie knecht,
je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb
en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid?
Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten,
dan zou ik bij mijn komst mijn bezit
met rente teruggekregen hebben.
Neemt hem dus dat talent af
en geeft het aan wie de tien talenten heeft.
Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden;
maar wie niet heeft,
hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft.
En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis;
daar zal geween zijn en tandengeknars.”

Homilie      

“Wat voor de wereld van geringe afkomst en onbeduidend is, heeft God uitverkoren; wat niets is om te niet te doen wat iets is.”
Met “de kerk Gods die in Korinte is" (1 Kor 1,2) is het als met het volk van het Oude Verbond. God schept Zich zijn volk uit het niets; God heeft voorkeur voor wat zwak is en gering, voor mensen met geringe bekwaamheid, die daarom maar een enkel talent toevertrouwd krijgen. Beste bewijs daarvan is wel het kruis. Maar wat aan het kruis gebeurde, gaat door in de verkondiging van de gekruisigde Christus: niet met macht en wijsheid wordt Christus verkondigd en het zijn niet de machtigen en wijzen waar de boodschap het eerste aankomt.

Om dat te weten hoeven de Korintiërs maar om zich heen te kijken in hun eigen gemeenschap: "Denk maar aan uw eigen roeping, broeders." Het was toch maar een allegaartje van mensen zonder enige vorming, arme mensen, wellicht ook asociale elementen. Maar God heeft er een bijzonder doel mee voor ogen: een mens moet zich bewust zijn van zijn armoede, hij moet voor God staan als iemand die ontvangt, met lege handen, zoals een bedelaar. Dat wil ook weer niet zeggen, dat wij onze talenten in de grond moeten stoppen. In een ander verband zegt Jezus: "Wanneer jullie alles gedaan hebt wat je opgedragen werd, zegt dan: wij zijn onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan" (Lc 17,7-10).

Waarom was het nu uitgerekend die man met dat ene talent die er niets mee deed? Omdat hij het niet nam dat hij minder bekwaamheid had meegekregen. De heer verdeelde de talenten immers ieder "naar zijn bekwaamheid." Meer bekwaamheid, méér talenten. Geringe bekwaamheid, slechts één talent. Dat nam hij niet. Zoals mensen met minderwaardigheidsgevoelens. Hun moeilijkheid is niet dat ze minder hebben, ook niet dat ze zich minder voelen, maar dat ze het gevoel van minder zijn niet aannemen. Zij voelen zich te groot om zich minder te voelen. Ze willen tegenover God niet klein zijn en zij willen niet uit Gods handen ontvangen wat zij uit eigen kracht niet kunnen verwerven. Als ze eerst van God moeten ontvangen wat zij Hem mogen geven, hoeft het voor hen niet.

God werkt graag met kleine mensen, met mensen met maar weinig talenten:"Kracht komt eerst in zwakheid tot voltooiing" (2 Kor 12,8).