Donderdag in de eenentwintigste week
             van het even jaar
                 

Eerste lezing: 1 Korintiërs 1,1-9
Evangelie: Matteüs 24,42-51


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Weest waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel:
als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht
de dief zou komen, zou hij blijven waken
en in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij dus bereid,
omdat de Mensenzoon komt op het uur,
waarop gij het niet verwacht.
Wie is dus de trouwe en verstandige knecht,
die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd
het eten te geven?
Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst
hem daarmee bezig vindt.
Voorwaar, Ik zeg u:
hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.
Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf:
mijn heer blijft nog wel een poosje weg,
en begint hij de andere knechten te slaan
en eet en drinkt hij met dronkaards,
dan zal de heer van die knecht komen
op een dag waarop hij het niet verwacht
en op een uur dat hij niet kent;
en hij zal hem vierendelen
en hem het lot doen delen van de huichelaars.
Daar zal geween zijn en tandengeknars.”

Homilie      

“Weest waakzaam, blijft waken, weest ook gij bereid …”
Bereid waarvoor? Waken en waakzaam zijn voor wat? Voor “de dag waarop uw Heer komt,  … waarop de Mensenzoon komt … op de heer die zal komen op een dag dat hij het niet verwacht." De Heer komt, is een Komende, Iemand die eraan komt. Hij is er nooit zonder meer. Zijn tegenwoordigheid is een dynamische tegenwoordigheid. Natuurlijk is Hij ook echt aanwezig, zelfs op fysieke wijze, lichamelijk, ja zelfs dingmatig, zoals een ding, een voorwerp. Je kunt Hem aanraken, opheffen en laten dalen. Maar tegelijkertijd is zijn aanwezigheid dynamisch van aard. Hij is er niet op de wijze van mensen en dingen. Wij zijn in Hem meer dan Hij in ons. En zo is Hij alleen in geloof te ervaren.

Daar past een houding van waakzaamheid bij, dat wil zeggen een innerlijke houding van bereidheid bij alles wat we doen en zeggen. Dat veronderstelt dat wij vrij staan tegenover de dingen van deze wereld, los van het aardse. Het is de houding van de monnik: 'Zonder grote waakzaamheid maakt een mens in geen enkele deugd enige vooruitgang' (Abt Agathon). 'Wij hebben niets anders nodig dan waakzaam te zijn bij het nadenken' (abt Poimen). De wortel van alle kwaad is de vergetelheid. Wij stellen onze hoop op Gods genade en wij bewaken onze geest. Waakzaamheid betekent, dat je voor God méér aandacht opbrengt dan voor wie of wat dan ook, dat je niet opgaat in zorgen, zaken en mensen; dat je zo met het aardse omgaat, dat je er niet in ondergaat, "want de wereld die wij zien gaat voorbij" (1 Kor 7,31).

Een voorbeeld: een astronoom berichtte dat hij met zijn staf een ster had ontdekt die een miljard lichtjaren van de aarde verwijderd was. Dat wil zeggen dat het licht van die ster een miljard lichtjaren nodig heeft gehad om onze aarde te bereiken. Het licht gaat met de hoogst denkbare snelheid: 144.000 kilometer per seconde. Dat is duizelingwekkend! Dat zegt iets over de grootheid van de kosmos, over de ouderdom van het heelal, maar dat zegt ook iets over de fijngevoeligheid en de kracht van de apparaten die deze astronoom heeft gebruikt. Om de signalen van deze ster te kunnen opvangen en te registreren, moest hij zich eerst losmaken van allerlei andere signalen, van onze aarde, van andere sterren, van dichterbij staande sterren.

Een christen moet iets hebben van een sterrenwachter. Het is zijn opgave te luisteren naar de signalen van de eeuwige wereld, en daarvoor moet hij zich  losmaken van de signalen van deze wereld. Wat is bidden anders dan de antenne van ons hart afstemmen op de signalen van de Heer die aan het komen is en die altijd weer tot zijn geliefde op aarde wil spreken. Daarvoor moeten wij ons hart op de juiste golflengte afstemmen. Wat is de juiste frequentie voor de wereld van God? Een houding van geloof en vertrouwen. In die houding zal men absoluut zeker signalen van de Eeuwige opvangen. En God heeft geen lichtjaren nodig om bij ons te komen. Hij komt met de snelheid van de liefde, met de snelheid van de heilige Geest. En die gaat nog veel sneller dan het licht.